Apotheose van een politieke thriller voor Blair

Downing Street staat aan het begin van een week waarin het premierschap van Blair tot het uiterste op de proef wordt gesteld.

In een cruciale stemming over een verhoging van het collegegeld oordelen het Lagerhuis, en met name zo'n honderd Labour-rebellen, morgen over de kern van permier Tony Blairs binnenlandse agenda sinds zijn aantreden in 1997: de hervorming van de openbare sector. Een dag later velt Lord Hutton zijn vonnis over de vraag hoeveel schuld de premier en diens naaste medewerkers dragen aan de dood van David Kelly, de wapenexpert die de regering ervan beschuldigde de motieven voor de oorlog in Irak te hebben vervalst.

Beide uitslagen afzonderlijk kunnen de premier zwaar beschadigen en hebben, als ze negatief uitvallen, samen de potentie hem ten val te brengen. Waarna de weg vrij lijkt voor de man die zich weer openlijk warmloopt als premier: Gordon Brown, Blairs historische rivaal en de huidige minister van Financiën. Ze leken de laatste maanden weer een gesloten front te vormen tegenover de Tory-oppositie, die onder de nieuwe leider Michael Howard aan zelfverzekerdheid heeft gewonnen. Maar Brown, die in het openbaar de Labour-rebellen heeft gevraagd de collegegeld-wet niet af te stemmen, hernieuwde dit weekeinde de speculatie over een nieuw akkoord tussen de twee over Blairs opvolging door nadrukkelijk de vraag open te laten of Blair de partij zou leiden tijdens de campagne voor de volgende verkiezingen, verwacht in 2005. ,,Dat is een vraag voor hem alleen'', zei Brown gisteren in een tv-interview. ,,Tony Blair is een groot Brits premier geweest en ook een groot leider van de Labour-partij.''

Medestanders van Blair en de premier zelf voerden dit weekeinde hun offensief op tegen de rebellen, die vooralsnog met genoeg lijken – rond de honderd – om het wetsvoorstel, dat in hun ogen de universiteit opnieuw het domein van de rijken maakt, te laten sneuvelen. Tevens kreeg Brown een aanmaning om zijn loyaliteit te bevestigen. Lord Rooker, een kabinetslid, riep ,,alle potentiële opvolgers binnen of buiten het kabinet'' op te zeggen dat rebellen in een toekomstige regering onder hun leiding geen post zullen krijgen.

Charles Clarke, minister van Onderwijs, kondigde vandaag opnieuw een paar concessies aan om twijfelaars over de streep te halen. Hij beloofde het plafond van de verhoging, van 1.125 naar 3.000 pond per student per jaar, voorlopig wettelijk te bevriezen gedurende twee regeringstermijnen. Tevens beloofde hij om de wet door een onafhankelijke commissie over drie jaar te laten herzien.

Als Blair de stemming wint, zal het met een minuscule meerderheid zijn, die hoe dan ook zijn positie verzwakt. Als hij verliest, is het de eerste nederlaag sinds zijn aantreden. In dat geval zal hij vermoedelijk donderdag de vertrouwenskwestie stellen in het parlement. Die zal hij winnen – verkiezingen zijn nu niet in het belang van de rebellen – maar ook dat betekent netto-winst voor zijn rivaal.

Blairs medewerkers maakten gisteren ijlings terugtrekkende bewegingen, nadat ze eerder hadden gezegd erop te vertrouwen dat Blair persoonlijke kritiek van Lord Hutton zou ontlopen. Dat concludeerden ze aanvankelijk uit het feit dat Blair geen brief heeft gekregen van Hutton, waarin deze hem voorbereidt op eventuele kritiek. Minister van Defensie Geoff Hoon, Blairs voormalige pr-chef Alastair Campbell, de betrokken BBC-journalist Andrew Gilligan en andere BBC-functionarissen hebben wel zo'n brief gekregen. Hutton oordeelt onder meer over de vraag of de regering Kelly's naam doelbewust heeft laten lekken om haar strijd te winnen met de BBC over het `opseksen' van het bewijsmateriaal over Iraakse massavernietigingswapens (mvw's) in de aanloop naar de oorlog. Blair zelf hield dit weekeinde staande dat het bewijsmateriaal deugde.