Anand kijkt naar de bal en wint

Een zeldzame verliespartij zaterdag betekende een krasje op de eindzege van Vishy Anand in het Corus schaaktoernooi.

Het was voer voor de statistici. De laatste keer dat Vishy Anand in Wijk aan Zee verloor was in 1998 tegen Judit Polgar. Zaterdag, zeventig partijen later, in de voorlaatste ronde van het Corus toernooi, was het weer eens zover. Anand kwam klem te zitten in een scherpe Siciliaanse opening en slaagde er niet in zich de agressieve Veselin Topalov van het lijf te houden. Aangeslagen zocht de koploper zijn hotelkamer op. Ineens was de laatste ronde geen formaliteit meer.

Tenminste zo voelde het, want op de keper beschouwd stond hij er met een half punt voorsprong op Michael Adams en Peter Leko nog riant voor. Het leek tenslotte niet erg waarschijnlijk dat Adams in de laatste ronde met zwart van Svidler zou winnen of Leko van Kramnik. Bovendien speelde Anand zelf met wit tegen Ivan Sokolov, die ongetwijfeld geen onbezonnen avonturen zou opzoeken. Toch sliep Anand beroerd. Hij kon zichzelf wel aanpraten dat er niets aan de hand was, maar hij had wel een partij verloren.

Bij het begin van de laatste ronde wist hij nog steeds niet goed hoe hij zich voelde. Met een vroeg remisevoorstel besloot hij de keus aan Sokolov te laten. Die accepteerde zonder aarzelen en daarna kon het wachten beginnen. Spannend werd het niet. Adams kreeg Svidler niet aan het wankelen en Leko mocht zelfs erg blij zijn met het halfje dat hij na zes lange uren tegen Kramnik uit het vuur sleepte.

Zo gauw hij weet dat hij voor de vierde keer de hoofdprijs heeft gewonnen, kijkt Anand klinischer terug op zijn zeldzame verliespartij. ,,Zoiets kan gebeuren. Hoezeer je jezelf ook waarschuwt niet overmoedig te worden, onbewust sluipt dat gevoel van onkwetsbaarheid er toch in.'' Liever wil hij benadrukken waarom hij zo lang ongeslagen bleef. ,,Ik voel me hier altijd erg op mijn gemak. Vooral omdat de sfeer zo ontspannen is.''

Zeker vergeleken met Linares, het enige toernooi in de wereld dat zich met Wijk aan Zee kan meten: ,,Hier maak je een praatje als je een andere spelers tegenkomt, ook de spelers met wie je in Linares geen woord wisselt. Daar zit iedereen aan een vaste tafels in het restaurant en vermijdt ieder contact.''

Ondanks zijn slippartij tegen Topalov is hij tevreden over zijn overwinning. ,,Het is niet zo dat ik hier als een reus door het toernooi wandelde, maar ik was wel het stabielst.'' Stabiliteit is alweer een tijd het sleutelwoord in de prestaties van Anand. Vorig jaar won hij zowat alles waar hij aan meedeed en niemand twijfelt eraan dat hij binnenkort de jaarlijkse Schaakoscar wint. Als verklaring voor zijn successen ziet hij het besluit dat hij twee jaar geleden nam toen hij op pijnlijke wijze werd genegeerd bij besprekingen om de versplinterde schaakwereld te herenigen. ,,Toen nam ik me voor om me volledig op mijn schaken te concentreren. Dat is het belangrijkste. Je moet naar de bal blijven kijken. Je kunt wel allerlei wensen hebben om het schaken te veranderen, als je niet goed speelt houdt alles op.''

Met zijn prestatie in Wijk aan Zee verdient Anand genoeg ratingpunten om Vladimir Kramnik van de tweede plaats op de Elolijst te verdringen. Een prettig gevoel, maar hij zou liever hebben dat het hele ratingsysteem op de schop ging. Iemand als Kasparov blijft onbedreigd op de eerste plaats staan ook al speelde hij de afgelopen twee jaar weinig. Bovendien ziet Anand zijn eclatante successen in de beste rapidtoernooien niet terug in zijn rating. Hij is er voor om de wereldranglijst niet alleen op klassieke partijen te baseren, maar op alle vormen van schaak. Dat is voorlopig toekomstmuziek. En wanneer over de toekomst wordt gesproken, komt natuurlijk Magnus Carlsen ter sprake, de 13-jarige Noor die afgelopen weekeinde verder uitgroeide tot de absolute schaduwster van het Corus toernooi.

Opnieuw verdrongen de liefhebbers zich om een glimp op te vangen van het dromerige jongetje dat in de Grootmeester C-groep met speels gemak volwassen tegenstanders bleef omkegelen. Vooral de manier waarop hij zaterdag in een rechtstreeks duel met medekoploper Sipke Ernst de strijd om de eerste plaats in zijn voordeel besliste maakte indruk. In een variant van de Caro Kann bracht Carlsen een stukoffer dat eerder was voorgekomen. Lange tijd volgde hij het voorbeeld dat in remise door eeuwig schaak was geëindigd, totdat hij op de 24ste zet afweek. Meteen gaven de meerekenende computers in de perskamer aan dat deze verbetering de nekslag voor Ernst betekende en vol ongeloof prezen de kenners de wonderlijk diepe voorbereiding van het geheugenwonder.

Groot was dan ook de verbazing toen de kleine Magnus na afloop vertelde dat hij die partij niet kende, dat hij het offer zelf had gevonden en dat hij de consequenties tot het slot had uitgerekend. Sterker nog, hij wist niet eens dat Ernst de Caro Kann speelde en had een heel andere opening voorbereid! In een volle demonstratiezaal legde hij later uit wat er zich zoal in zijn partij had afgespeeld. Toen hij klaar was zei explicateur Genna Sosonko dat er over de publieksprijs niet meer gestemd hoefde te worden.

Carlsen is een wat schuchtere jongen, die weinig zegt. Alleen wanneer naar zijn ambities wordt gevraagd, kent hij geen twijfels: ,,Ik wil de jongste westerse grootmeester worden en ik geloof dat ik dat kan.'' Dat record is in handen van Etienne Bacrot uit Frankrijk die er veertien jaar en twee maanden over deed. Met nog een jaar speling moet dat lukken.