Alledaagsheid als kenmerk

De gisteren overleden atlete Fanny Blankers-Koen had zelf nooit durven dromen van haar olympische successen, waarmee ze eeuwige roem vergaarde.

Fanny Blankers-Koen heeft zonder het zelf te beseffen van haar alledaagsheid haar kenmerk gemaakt. Ondanks de talrijke huldeblijken bleef zij een nuchtere Hollandse huisvrouw, die de sokken stopte en haar vrije dagen doorbracht op een Nederlandse camping.

Dat beeld correspondeert niet met de vrouw van wie wordt verondersteld dat zij een dubieuze rol heeft gespeeld in het duistere verhaal over de Friese sprintster Foekje Dillema. Haar aandeel daarin, en dat van haar man, is onopgehelderd gebleven. Mede een gevolg van de houding van de pers, die indertijd bepaald niet doorbeet waar het conflictueuze zaken betrof. In zijn biografie Een vrouw met mannenbenen doet Kees Kooman een poging het raadsel te onthullen, maar hij slaagt daar niet in.

Het verhaal wil dat het opkomend talent Foekje Dillema door Fanny Blankers-Koen als een bedreiging werd gezien. De vele mannelijke kenmerken van haar nieuwe concurrente zou de viervoudige olympisch kampioene en haar man Jan Blankers hebben aangegrepen om Foekje Dillema als atlete te elimineren. Op een goed moment heeft de uitslag van een seksetest de Friezin als een hermafrodiet uit de atletiek verdreven.

Kwade genius achter die actie zou Jan Blankers zijn geweest. Kort voor een interland tegen Frankrijk werd Foekje Dillema op de trein terug naar Friesland gezet, waarna ze voorgoed uit de atletieksport is verdwenen en haar leven in eenzaamheid en schaamte heeft voortgezet in het dorpje Burum, onder de rook van Dokkum. Fanny Blankers-Koen, die de confrontatie met Foekje Dillema op de baan altijd heeft gemeden, wilde er nooit aan herinnerd worden. Kenmerkend was haar uitroep indertijd: `Ik loop niet tegen een vent.'

Bij de Olympische Spelen van 1948, waar Fanny Blankers-Koen haar eeuwige roem vergaarde met vier gouden medailles, heeft zij concessies aan haar programma moeten doen. Om deel te kunnen nemen aan de 4x100 meter estafette heeft ze het hoogspringen laten schieten, ook een disciplines waarop ze als wereldrecordhoudster medaillekansen had.

Ze won op de slotdag met de estafetteploeg wel haar vierde gouden medaille, nadat ze eerder die week had getriomfeerd op de 100 meter, de 80 meter horden en de 200 meter had gewonnen. Vooral de buitenlandse media mochten graag Fanny's moederrol belichten. Zelf vond ze het allerminst bijzonder en zag ze zichzelf al helemaal niet als hét symbool voor vrouwenrechten. Fanny Blankers-Koen wilde na de geboorte van het eerste kind zoon Jan in 1941 zelfs met atletiek stoppen om zich aan de opvoeding te wijden. Maar op een goed moment verlangde ze simpelweg terug naar de atletiekbaan en pakte ze de draad weer op. Dat proces herhaalde zich in 1946, nadat dochter Fanneke was geboren.

Stuwende kracht achter de successen van Fanny Blankers-Koen was haar man Jan, die als sportjournalist, en later chef-sport, werkzaam was bij De Telegraaf, maar al die jaren ook haar trainer is geweest. Bij de eerste kennismaking op de atletiekbaan van ADA in Amsterdam herkende hij onmiddellijk haar talenten en heeft hij haar op een voor die tijd onorthodoxe wijze intensief begeleid. Haar eerzucht en perfectionisme maakte Fanny Blankers-Koen uiteindelijk tot de unieke sportvrouw, die zij ook na haar dood blijft.

Blankers heeft een grote invloed op de loopbaan van zijn echtgenote gehad. Hij had psychologie gestudeerd en wist hoe hij de grillige maar eerzuchtige atlete moest begeleiden. Blankers introduceerde de extra trainingen voor de NK gedurende de wintermaanden. Revolutionair omdat in die tijd alleen in de lente en zomer werd getraind. Blankers liet de nationale loopgroep trainen in het Gooise natuurreservaat nabij Hilversum, waarmee Fanny Blankers-Koen indertijd een voorsprong op de internationale concurrentie opbouwde.

Zijn psychologische kennis wende Blankers aan tijdens de Olympische Spelen van Londen op het moment dat zijn vrouw na twee gouden medailles te kennen gaf naar huis te willen. Zij voelde zich beroerd en had heimwee naar de twee kinderen. Haar eerste serie op de 200 meter nadat ze de 100 meter en 80 meter horden reeds had gewonnen verliep voor haar gevoel dermate rampzalig dat het geen zin had het olympisch toernooi te vervolgen. Bovendien vond ze het wel mooi zo, die twee gouden medailles. Blankers trof in de kleedkamer een huilende echtgenote aan op wie hij voorzichtig inpraatte. `Als je wilt, moet je stoppen. Maar besef wel dat je er veel spijt van kunt krijgen', hield hij haar voor. Hij sprak af dat ze in ieder geval de halve finale van de 200 meter zou lopen en op grond van haar ervaringen zou besluiten of ze in Londen zou blijven. Toen haar `rot gevoel' bleek te zijn verdwenen, liep ze ook de finale, die ze met een grote voorsprong zou winnen.

Fanny Blankers-Koen besefte in Londen niet wat haar prestaties in Nederland te weeg hadden gebracht. Bij thuiskomst viel haar in Amsterdam een massaal huldebetoon ten deel, waarover ze de jaren erna verbaasd is gebleven. Ze werd in een open koets door de stad gereden, waarna ze bij thuiskomst een zee van mensen aantrof.

De Spelen in 1948 waren niet de eerste waaraan Fanny Blankers-Koen heeft deelgenomen. Ze maakte als achttienjarige haar debuut in 1936 bij de Nazi-Spelen in Berlijn. Ze was vooral onder de indruk van de ambiance, maar besefte amper dat het evenement door Hitler voor propagandistische doeleinden werd gebruikt. De jeugdige Fanny Blankers-Koen, die zesde was geworden bij het hoogspringen en deel uitmaakte van de estafetteploeg (4x100 meter) die vijfde werd, had meer oog voor Jesse Owens. De donkere Amerikaan werkte met vier gouden medailles aan zijn eigen legendevorming. Fanny Blankers-Koen was als een kind zo blij dat zij een handtekening van Owens had weten te bemachtigen.

Nadat de Tweede Wereldoorlog was afgelopen en Fanny Blankers-Koen twee kinderen had gekregen was ze in 1948 met lage verwachtingen naar de Spelen van Londen afgereisd. Een podiumplaats had ze vooraf al mooi gevonden. Dat ze zich de ster van de Spelen werd, had ze niet durven dromen.

Haar status maakt haar bij de daaropvolgende Spelen van 1952 in Helsinki tot de grote favoriet. Negen dagen voor de opening openbaarde zich een steenpuist `op een vervelende plaats', waarna zij haar ambities danig moest bijstellen. Eigenlijk was Fanny Blankers-Koen niet klaar voor de Spelen, maar ze vond daar haar reputatie tot een start dwong. Ze haalde nog wel de finale van de 80 meter horden, maar toen ze over het tweede `hekje' struikelde, verliet ze de wedstrijd en kwam er die dag roemloos een einde aan haar olympische loopbaan.