Weinig steun voor controle op besnijdenis

Er is geen meerderheid in de Tweede Kamer voor het plan van Kamerlid Hirsi Ali (VVD) om meisjes uit risicolanden jaarlijks te controleren op vrouwenbesnijdenis. Alleen D66 steunt haar.

,,Wij hebben twee jaar geleden ook al gepleit voor periodieke controles'', aldus fractievoorzitter Dittrich (D66), ,,bijvoorbeeld na de zomervakantie.''

D66 kreeg toen geen enkele steun in de Kamer. De derde coalitiepartij, het CDA, vindt dat in het VVD-plan te weinig rekening wordt gehouden met de oorzaken van vrouwenbesnijdenis: ,,de culturele verschillen in Nederland'', aldus het Kamerlid Sterk (CDA). ,,Besnijdenis is mishandeling, bij wet verboden, dat moet voor iedereen hier de norm worden, in plaats van met verplicht onderzoek de lichamelijke integriteit van deze meisjes te schenden.''

De PvdA wil dat consultatie- en schoolartsen besnijdenis van een meisje verplicht melden aan het meldpunt kindermishandeling, ,,zodat de ouders gestraft kunnen worden'', aldus het Kamerlid Arib (PvdA). Ook zij vindt het te ver gaan om deze meisjes tot genitaal onderzoek te dwingen.

Wel is een ruime meerderheid (CDA, VVD, D66, PvdA en GroenLinks) voor het idee van onderzoekers van de Vrije Universiteit van Amsterdam om besnijdenissen die in het buitenland worden uitgevoerd ook strafbaar te stellen, zoals dit is gebeurd voor kindersekstoerisme. Nu is alleen een besnijdenis die in Nederland wordt uitgevoerd strafbaar.

Volgens de onderzoekers laten ouders uit met name Somalië, Soedan en Egypte hun dochters vaak tijdens de schoolvakantie in hun thuisland besnijden. Hirsi Ali vindt de voorstellen van de universiteit niet ver genoeg gaan en wil dat de ouders van meisjes uit de risicolanden jaarlijks een oproep krijgen van de GGD om hun dochters (tot 18 jaar) langs te brengen voor een wettelijk verplichte controle.