Voorschoten - Den Haag

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week door buitenplaatsen en parken in Zuid-Holland.

De klokken van Voorschoten beieren. Ze roepen, ze dwingen, maar we gehoorzamen niet. Wij willen wandelen: nul graden, schel licht, schaduwen als lange lijzen. Op onze tenen sluipen we de `Moeder Gods' voorbij, een plat kerkbouwsel, met een losse fantasietoren. Net een minaret, zij het zonder ui in top. Over de speelplaats voor de kerk zoemt orgelgepomp en slepend gezing. Man beweert `herder, laat je schaapjes gaan...' te verstaan. Maar dat kan niet waar zijn, dat is namelijk een wiegelied.

Een lief kaal wilgenlaantje leidt het dorp uit en een park binnen. Ergens hoog zit een ekster te kekkeren en in een lekker voddig weitje drentelt een kippenkuddetje, de kam van de haan vangt zon en vlamt rood op. Er klinkt gebrul. Lijkt wel een gnoe. Aan de andere kant van de sloot draaft een struisvogel. Is de savanne verplaatst? Nee, hier woont iemand met een hobby, hij heeft ook twee emoes. De gnoe is trouwens een opgewonden edelhertenman, hij buldert tussen zijn meisjes die nerveus hun halzen in onze richting laten vloeien.

Landgoed De Horsten zit achter een poort met aan weerszijden leeuwtjes in brulstand en het verkeersbord `Verboden voor Deense doggen'. Het voorziet in clusters zware bomen, in transparante bosschages en in weidegrond die zelf licht lijkt te geven, zo zwaar wordt het groen aangezet door de lage winterzonnestralen. Het lijkt een doorzwerf-bos, is Frans van aanleg (dat betekent: zogenaamd strak, stiekem sierlijk). De land- en koetshuizen lijken alle op locaties voor het soort televisieserie waar ik zo graag in verzink: historische kostuums, vlijmende Jane Austen-verwikkelingen en af en toe een wit paard. Het andere eind van het landgoed wordt overkuierd door families. Een ridder klimt in een boom, zijn moeder houdt zijn zwaard vast.

Deze wandeling rijgt buitenplaatsen aaneen. Voor hun parken werd de natuur verzonnen, destijds strokend met mythische vertelsels en romantische verlangens, nu ze vol- en vergroeid zijn met verpletterend effect.

Waar parken zijn aangelegd wonen al lang mensen. Dus hoor ik vandaag steeds in meer of mindere mate de Wassenaarse autoweg en ruik ik hem soms ook. Meermalen voorziet de route in kort maar heftig wandelcorvee erlangs. Maar evenzeer betekent die menselijke maat een alibi voor telkens weer andere lanen door stille villabuurtjes (jaloers, jaloers!).

We betreden opnieuw een park, ruim, minder imponerend. In een vijver staat een bronzen vrouw; ze waadt en ze baadt, ze waant zich onbespied in haar opgeschorte hemd. Van Mari Andriessen? Nee, die had haar wulpser gemaakt, die had afgezien van die roerend plompe dijen. Het is van Carla Rutgers-Hendriksen.

Landgoed Backershage is ruiger van snit, met reeksen bedaagde beuken, enorm zijn ze, met slurven en slagtanden. En dan belanden we, slalommend langs uitzinnige buitens, in het Haagsche Bosch. Vooral geschikt voor wie zich wil toeleggen op het eendjesvoeren.

17 km. Kaarten 19 t/m 23 uit: Marskramerpad deel 3. Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort 2003. Tussen station Voorschoten en station Den Haag CS rijdt elk half uur een trein.