Voorproevers van het nieuws

Interactieve jongerensites voorzien in een behoefte. `Lang niet alle jongeren willen weten hoe het met Jamai gaat.'

JONGERENRUBRIEKEN in de dag- en weekbladen zijn schaars. En dan zeker jongerenrubrieken die door jongeren zijn geschreven. Datzelfde geldt voor tijdschriften voor jongeren. Ook die worden overwegend door volwassenen gemaakt die denken te weten wat jongeren leuk vinden. Daarom is Internet voor jongeren een goede spreekbuis, met interactieve jongerensites als spunk.nl, fok.nl en dejongejournalist.nl. Gemaakt voor en door jongeren.

Dejongejournalist.nl is in augustus vorig jaar opgericht en daarmee een nieuweling op de markt. Erachter schuilt een klein vast team: Jeroen Lenting (20) en Marten Blankesteijn (16). Beiden doen de site `erbij' en willen later `echt' de journalistiek in. Jeroen werkt nu als technisch medewerker bij kabelmaatschappij UPC en Marten zit in 5-vwo. Als eindredacteur besteedt Marten naast zijn schoolwerk minimaal een uur per dag aan de site. ``Alle stukken die er op staan zijn door mijn handen gegaan. Als een stuk leesbaar is en ik vind het interessant, dan zet ik het erop. Ik corrigeer op spelfouten en herschrijf hier en daar wat. Ik heb wel stukken geweigerd met te veel jongerentaal. Een woord als `Sjonnies' daarvan weet ik wel wat er bedoeld wordt – mannen behangen met oorbellen en gouden kettingen – maar voor normale mensen is dat te onbegrijpelijk.''

Jeroen en Marten hebben geen duidelijk omschreven lezersgroep, hun doel is jongeren de kans te geven te publiceren. Eén van die aanstormende talenten is Nathalie van Eck (24). Zij studeert dit jaar af aan de School voor Journalistiek in Utrecht en hoort van al haar mede-studenten die een baan zoeken hetzelfde verhaal: werkervaring, werkervaring, werkervaring. ``Zonder werkervaring is het lastig een baan te vinden, maar hoe kom ik aan werkervaring? Daarom is zo'n site als dit een goed initiatief, daarmee kun je toekomstige werkgevers toch iets laten zien.''

De jonge journalist heeft maandelijks zo'n 35.000 pageviews (aangeklikte pagina's). Grote – professionele – broer Spunk heeft er maandelijks 350.000 en FOK! zelfs 50 miljoen. Beide sites bestaan al enige jaren. Spunk is echt een site voor en door jongeren, met een team van twaalf redacteuren van 16 tot 20 jaar, die onder begeleiding van hoofdredacteur Erwin van der Zande artikelen schrijven. Spunk wil een `volwassen' magazine voor jongeren zijn, aldus Van der Zande. ``Veel jongerenbladen gaan uit van de onzekerheden van jongeren – `zoen ik wel goed genoeg'. Wij vinden dat er meer is onder de horizon en gaan uit van de fascinaties van jongeren.'' Spunk heeft wekelijks een redactievergadering waarin ideeën voor artikelen besproken worden. Van der Zande heeft daarin het laatste woord. ``Het is in feite toch een soort masterclass magazine maken.''

FOK! is de grootste met 150 vrijwillige medewerkers, waarvan het merendeel jongeren. FOK! noemt inmiddels zich geen echte jongerensite meer, aldus eigenaar en oprichter Danny Roodbol. ``Lang niet alle jongeren willen weten hoe het met Jamai gaat, net zoals lang niet alle ouderen over het leven willen filosoferen. Vandaar dat we de inhoud van onze site ook hebben verbreed.''

Op FOK! worden ieder uur meerdere berichten door bezoekers geplaatst (na redactie), waarop lezers dan weer kunnen reageren. Dat interactieve karakter kenmerkt ook Spunk. Zo beschrijft redacteur Paula den Dulk, leerling op het Terra College in Den Haag, haar eigen ervaringen rondom de moord op docent Hans van Wieren. En daar reageren jongeren weer op.

Sowieso valt op dat de artikelen een hoog `ik-gehalte' hebben. ``We willen grote onderwerpen klein maken en dichtbij halen'', zegt Van der Zande. ``Dat doen we door het verhaal subjectiever te brengen dan in de reguliere media gebruikelijk is. Dat spreekt ons publiek meer aan. Onze medewerkers zijn natuurlijk ook geen experts, het zijn meer voorproevers van het nieuws. Maar wel voorproevers met smaak. Ze moeten verslag doen van hún wereld.''

Zo denken ook Marten en Jeroen erover. ``De reguliere media zijn versuft. Wij willen vernieuwen, meer een tabloid-vorm brengen'', zegt Jeroen. ``We willen iets maken dat er nog niet is'', vult Marten aan. ``Geen nieuws dat mensen al ergens anders kunnen lezen, maar bijvoorbeeld wel vlammende betogen. En die mogen best provocerend zijn.'' Voor Nathalie, die recensies voor de kunstredactie schrijft, betekent vernieuwend bezig zijn ``recht voor zijn raap zeggen wat ik vind''. ``Andere recensenten zijn meestal veel ouder dan ik en die drukken zich heel diplomatiek uit. Als ik zo'n recensie lees denk ik soms `waar heb je het over?' Zo onleesbaar!'' ``Maar'', voegt ze er aan toe, ``als ik voor een landelijk dagblad zou schrijven – met een ander lezerspubliek – dan zou ik mijn stijl wel iets aanpassen, te populaire taal weglaten.''

Scholen voor Journalistiek hebben (nog) geen contacten met de jongerensites. ``Dat is inderdaad een aandachtspunt hier'', vertelt Peter Verwey, docent digitale journalistiek en nieuwe media aan de School voor Journalistiek in Utrecht. ``Misschien moeten we ze eens uitnodigen om hun verhaal te houden.'' Over de kwaliteit van de jongerensites kan Verwey weinig zeggen. ``Daar is geen onderzoek naar gedaan. Net als bij andere sites loopt het sterk uiteen. Er vallen op zich veel interessante dingen te lezen, zoals weblogs (digitale dagboeken). Een heleboel jongeren zijn hiermee actief bezig. In die zin denk ik dat deze sites een belangrijke aanvulling vormen op de reguliere media en voor hen, vanwege hun openheid, ook een interessant voorbeeld vormen.''