Van Balckeneynde tot Balkenende

Het Catshuis, de ambtswoning van de minister-president, is het afgelo- pen jaar voor 15 miljoen euro ver- bouwd. Het gebouw uit de 17de eeuw werd ontdaan van alle

latere toevoegingen. De Rijksdienst

voor Monumentenzorg is er ongelukkig mee: `Hoe heeft dit kunnen gebeuren?'

Wat is er met het Catshuis gebeurd? In mei 2002 werd aangekondigd dat dit historische pand, gebruikt als pied-à-terre van de premier en voor (regerings)vergaderingen en ontvangsten, verbouwd zou worden. Daarna bleef het lange tijd stil tot vorige maand, tamelijk onverwachts, het resultaat gepresenteerd werd. Dat de verbouwing nodig was stond buiten kijf: er was achterstallig onderhoud, de inrichting was ouderwets, het tochtte er, het pand voldeed niet aan Arbo- en Warenwet en was onpraktisch voor ontvangsten en diners. Bovendien, belangrijk in tijden van mogelijke terroristische aanslagen, kon de veiligheid niet worden gegarandeerd.

Omdat het Catshuis een rijksmonument is werd de Rijksgebouwendienst (RGD) ingeschakeld. Deze begeleidde de verbouwing en maakte, onder supervisie van architect Menno Homan, ontwerpen voor een Catshuis nieuwe stijl. Uitgangspunt was dat het Catshuis ,,een sprankelend, kleurig en ontspannen interieur wou krijgen'', waarbij ,,de historie van het Catshuis duidelijk zichtbaar'' zou blijven. Het resultaat is een modern, strak en eigentijds Catshuis.

Over de verbouwing werd overlegd met de gemeente Den Haag. Dat moest, want sinds de invoering van de Monumentenwet in 1988 is de monumentenzorg in Nederland gedecentraliseerd: gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van adviezen. Belangrijk adviseur bij de verbouwing was ook de Rijksdienst voor de Monumentenzorg in Zeist. De dienst voerde gesprekken met het verbouwingsteam van Homan en maakte duidelijke afspraken. Verder waren weinigen bij de verbouwing betrokken. Met het Haags Monumentenplatform bijvoorbeeld, dat verenigingen en organisaties op dit terrein verenigt, is niet gesproken.

Zoals bij iedere verbouwing van historische panden ging het bij het Catshuis om twee zaken: om behoud van het oorspronkelijke en om smaak. Wat het tweede betreft: over smaak valt te twisten. Voor het eerste punt geldt bij restauraties van kunstwerken en gebouwen een algemene regel: doe zo weinig mogelijk wat onomkeerbaar is. De Rijksdienst voor de Monumentenzorg tekent hier bij monde van woordvoerder Ben de Vries aan dat cultuurhistorische waarden boven smaak zouden moeten gaan.

Voor de verbouwing van het Catshuis is gekeken naar de geschiedenis. Het was de staatsman en dichter Jacob Cats (1577-1660) die het liet bouwen, waarschijnlijk naar een ontwerp van Pieter Post, de architect van onder meer het stadhuis van Maastricht en Paleis Huis ten Bosch. Onder leiding van meestertimmerman Balckeneynde werd het in 1652 voltooid. Het was een laag, symmetrisch opgezet gebouw met twee dwarsvleugels in de stijl van het Hollands classicisme. De opzet was helder en simpel: de voornaamste kamers waren direct vanuit de lange galerij bij de ingang te bereiken. Cats noemde het huis Sorghvliet om aan te geven dat hij zich er in alle rust wilde kunnen terugtrekken. ,,Ik neem deze plaats tot afkeer van de zorgen'', dichtte hij over Sorghvliet. ,,Om daar bevrijd te zijn, om daar te zijn verborgen / Voor streken van het Hof, voor steken van de haat / En wat er in Den Haag niet zelden ommegaat.''

In 1675 werd Sorghvliet gekocht door Hans Willem Bentinck, vriend en vertrouweling van prins Willem III van Oranje. Van het landgoed eromheen maakte Bentinck naar de mode van zijn tijd een park met formele tuinen, vijvers, fonteinen, bouwsels en een doolhof. Bentincks zoon en erfgenaam Willem liet Sorghvliet in 1733 opnieuw inrichten ter gelegenheid van zijn huwelijk met Charlotte Sophie van Aldenburg. Eerder was midden op het dak het nog steeds bestaande torentje gebouwd. Verder veranderde er niet veel in en aan het pand.

In 1837 kocht koning Willem II (1792-1849) het Catshuis. Hij had grootse plannen met het domein, voortaan gespeld als Zorgvliet. Maar daar kwam niets van terecht, mede door zijn vroege dood. Pas lang daarna, in 1885, kwam het tot de eerste ingrijpende verbouwing. In opdracht van de dochter van Willem II, prinses Sophie, werd het dak tussen de zijvleugels verhoogd en kreeg de galerij een gestuct plafond. Ook werd de keuken verplaatst.

In 1903 kwam het landgoed in bezit van de grondhandelaar Adriaan Goekoop (1859-1914). Ter herinnering aan de eerste bewoner veranderde hij de naam in Catshuis. Ook vertimmerde hij een en ander aan het huis. Zijn erfgenaam liet het huis in 1920 zelfs in 17de-eeuwse renaissancistische trant verbouwen. Het werd een geïdealiseerde reconstructie, die afweek van de oorspronkelijke vorm. Niet tot ieders tevredenheid: sommigen repten van `namaak-antiek'.

Uiteindelijk werd in 1961 de Staat der Nederlanden voor 1,3 miljoen gulden eigenaar van het Catshuis. Het werd voor 671.000 gulden verbouwd tot ambtswoning van de premier en zijn gezin. Belangrijkste ingreep was de doorbraak van de in 1907 aangebouwde tuinkamer waardoor een royale ontvangstzaal, de `tuinzaal', ontstond. Oude meubels en schilderijen, waaronder een groot door A. van Ravesteyn geschilderd portret van Jacob Cats uit 1660, werden gebruikt om een historische ambiance te scheppen.

In 1963 betrok premier Marijnen met vrouw en zes kinderen het Catshuis. Na hem woonden de premiers Cals (1965-1966) en De Jong (1967-1971) er. Latere premiers gaven er de voorkeur aan in hun eigen huis te blijven. In het Catshuis overnachtten zij alleen als het zo uitkwam.

Tuinzaal gestript

Voorafgaand aan de recente verbouwing stelde de Rijksgebouwendienst vast dat de oorspronkelijke staat van het Catshuis ver te zoeken was. Met name de familie Goekoop en het Rijk hadden immers veel aangepast en omgebouwd. Homan koos niet voor het behoud van deze bouwontwikkeling, maar besloot tot een rigoureuze sloop van latere toevoegingen. De tuinzaal werd vrijwel volledig `gestript'. Ook verdwenen gordijnen, meubels, schilderijen. Voorts werd de keuken met houten servieskasten en tegelwand als zijnde `niet functioneel' verwijderd.

Hierna begon de nieuwbouw. Onder het voorplein van het Catshuis werd een kelder gegraven, waarin een moderne, professionele keuken werd geplaatst. Voor grote gezelschappen kan hier een uitgebreid diner worden bereid. Verder werden nieuwe wc's, een klimaatinstallatie en een lift aangelegd. In de gesloopte keukenruimte kwam een extra keuken van roestvrij staal.

Voor de inrichting van het vrijwel kale huis werden kunstenaars en vormgevers als Marcel Wanders en Claudy Jongstra aangetrokken. Zo ontwierp Pieter Hartman wandkleden, `hangings' genoemd, om de band tussen verleden en heden aan te geven. In Cats' tijd, aldus architect Homan, bekleedde men kale muren immers met wandtapijten, bedoeld tegen de tocht alsook ter versiering. Voor de verdere inrichting ten slotte werd `eigentijds' meubilair gekozen.

Over het resultaat is moeilijk te oordelen, omdat niemand meer wordt toegelaten na éénmalige bezichtiging in december 2003 door een beperkte groep journalisten. Voor de duidelijkheid: dat betrof alleen de benedenverdieping, over de bovenverdieping zijn gegevens noch verstrekt noch beschikbaar, omdat dit de privé-vertrekken van de premier en zijn gasten betreft.

De Rijksdienst voor de Monumentenzorg heeft het vernieuwde Catshuis inmiddels wél bekeken en is er niet helemaal gelukkig mee. Volgens de in 2002 gemaakte afspraken zou rekening worden gehouden met het feit dat het Catshuis een voorbeeld is van een door de tijd gegroeid monument. De Dienst heeft ,,afwijkingen van deze afspraken geconstateerd'', zo laat woordvoerder De Vries weten. Hij noemt de sloop en demontage van drie schouwen en (vooral houten) plafonds in de damessalon, eetkamer en Catskamer en het plaatsen van twee deuren in de tuinzaal.

Wat het exterieur betreft zijn, in strijd met de afspraken, twee openslaande deuren bevestigd aan de achtergevel. Over de nieuwe stalen vensters, voorzien van veiligheidsglas, zegt de Dienst dat zij ,,weliswaar een forse ingreep betekenen van zowel de architectuurhistorische waarde als van het aanzicht van het monument, maar dat dit gelet op de veiligheidseisen als noodzakelijk is te beschouwen''. Dat de luiken weggehaald zijn betreurt de Dienst. ,,We weten overigens niet waar ze zijn'', aldus De Vries. ,,Dit geldt ook voor de schouwen en niet te vergeten het mooie portret van Jacob Cats uit 1660.''

Omdat deze afspraken door Monumentenzorg werden gemaakt namens de staatssecretaris van Cultuur, Medy van der Laan, heeft de dienst deze week contact opgenomen met de gemeente Den Haag, die voor de uitvoering verantwoordelijk is. Volgens woordvoerder De Vries zijn de volgende vragen gesteld: ,,Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Kunnen de luiken teruggeplaatst worden? Waar zijn de drie schouwen en wat gebeurt ermee? Waar is het portret van Cats? De spoorloos verdwenen afbeelding van deze bekende Nederlander als naamgever en onderdeel van de geschiedenis van het huis zou terug moeten.''

De gesprekken lopen nog.

Intussen kostte de verbouwing in totaal 15,8 miljoen euro. Preciezer: bouwkosten 7,2 miljoen euro; beveiliging 3,5 miljoen euro; inrichting 1,7 miljoen euro; terrein/tuin 400.000 euro en een restant van 3 miljoen euro voor bouwkundig advies, leges en diversen.

Wilt u reageren? Stuur uw reactie naar zbrieven@ nrc.nl of schrijf het zaterdags Bijvoegsel, Postbus 8987, 3009 TH Rottredam.