Te veel mannen zijn slecht voor vrouwenwiskunde

Groepsamenstelling kan een negatief effect hebben op cognitieve prestaties, ook al blijft die prestatie (bijvoorbeeld de uitslag van een proefwerk) geheim. Dit blijkt uit een experiment waarbij vrouwelijke studenten die goed waren in wiskunde wiskundeopgaven moesten maken in het gezelschap van twee vrouwelijke studenten of twee mannelijke studenten. In het gezelschap van twee mannen scoorden ze aanzienlijk slechter dan in het gezelschap van twee vrouwen. Volgens de Amerikaanse onderzoekers Michael Inzlicht en Talia Ben-Zeev bewijst dit hoe groot de negatieve stereotypes over vrouwen en wiskunde zijn. Bij mannen maakt die wisselende samenstelling geen verschil (Journal of Educational Psychology december 2003).

In het onderzoek naar de onderwijsprestaties van achterstandsgroepen spelen dit soort factoren een belangrijke rol. Natuurlijk maakt het veel uit hoeveel gevuld de boekenkast in het ouderlijk huis is, maar evenzogoed is het raadselachtig dat ook onafhankelijk van die factoren groeplidmaatschap negatieve invloed blijft houden. Uit befaamde onderzoeken is gebleken dat leden van minderheidsgroepen (n vrouwen) zich bewust èn onbewust in hun gedrag laten beïnvloeden door de negatieve stereotypen over hen. Ook is uit onderzoek al gebleken dat vrouwen en leden van minderheden duidelijk lager scoren als zij een minderheid vormen binnen de geteste groep. Vrouwen scoren dan lager in wiskunde, maar niet in taal - op dat gebied bestaat geen negatief stereotype over vrouwen. Uit het onderzoek van Inzlicht en Ben-Zeev blijkt dat het negatieve effect een innerlijk proces bij de vrouwen is en niet alleen een angst voor het oordeel van anderen.