Symbool van een stille revolte

Roelant Oltmans (49) koos drie maanden geleden voor het avontuur: hij trad in dienst als bondscoach van de Pakistaanse hockeyploeg. Over een omslag in het denken, een dun draadje en torenhoge verwachtingen. ,,Ik ben bestand tegen druk.''

Spelers die halverwege een training plotseling het veld verlaten om aan de rand van het kunstgras in gebed te verzinken? Hij kijkt er niet (meer) van op. Een bomaanslag op de president, een dag nadat de bondscoach met zijn hockeyselectie in Karachi op audiëntie is geweest bij 's lands hoogste gezagsdrager voor een kennismakingsbezoek? Ook dát is Pakistan, weet Roelant Oltmans. Hij zegt het deze middag een paar keer, glimlachend en wel: ,,Pakistan is geen Nederland.''

Maar denk niet dat hij dagelijks met kromme tenen de zeker voor westerse begrippen niet-alledaagse gebeurtenissen gadeslaat. Integendeel bijna. ,,Je kan je d'r over opwinden, maar hoe verstandig is dat? Natuurlijk frons ik ook de wenkbrauwen zodra er tijdens een training een tv-ploeg het veld opstapt en de camera doodleuk op de middenstip parkeert. Dat gebeurt, echt waar. `Hoe haal je het in je hoofd', denk ik dan. Maar ik blijf rustig en vraag ze vriendelijk of ze hun spullen willen verwijderen zodat wij onze training kunnen voortzetten. Dat is dé manier.''

Gepokt en gemazeld in de topsport is de oud-gymnastiekleraar uit Oegstgeest, na een trainerscarrière die ruim twintig jaar geleden begon en hem via onder meer Amsterdam, Bloemendaal, de Nederlandse vrouwenploeg uiteindelijk bij de nationale mannenselectie bracht. Daar vierde hij zijn grootste successen (wereld- en olympisch kampioen), totdat profvoetbalclub NAC ruim vier jaar geleden op de stoep stond en Oltmans in Breda in dienst trad als algemeen directeur. Financiële problemen en opgewonden supporters die hem persoonlijk verantwoordelijk hielden voor de malaise, dwongen hem tot een voortijdig vertrek. Hij keerde terug in de `veilige moederschoot' van het hockey. Eerst als interim-coach van de vrouwen van HCKZ, niet veel later als eindverantwoordelijke bij de mannen van diezelfde hoofdklasser uit Den Haag. Het weerzien beviel hem zo goed dat hij zijn ambities allengs naar boven bijstelde.

Maar wat heeft hij nog te bewijzen? Oltmans won als trainer-coach alles, behalve de Europese titel voor landenteams. ,,Dat mag zo zijn, maar betekent dat dan dat ik nu maar moet stoppen? Ik kijk wel uit, ik vind het trainen en coachen nog veel te leuk. India en Pakistan zijn, hoewel beide een vrije val hebben gemaakt maar nu weer opkrabbelen, de bakermat van het hockey. Hockey is daar in potentie nog altijd een volkssport, hoewel het voorbij is gestreefd door cricket. Vergeet bovendien niet dat ik in al die jaren nog nooit in het buitenland heb gewerkt. Die kans deed zich nu voor, en die heb ik uiteindelijk met beide handen aangepakt.''

Met dank aan Nederland. Pakistan hengelde afgelopen zomer al naar zijn diensten, maar pas toen de nationale ploeg van de toenmalige bondscoach Joost Bellaart bij het EK in Barcelona door de mand viel, was de weg vrij. ,,Als Nederland daar Europees kampioen was geworden en dus was geplaatst voor de Olympische Spelen, had het competitieprogramma er heel anders uitgezien. Dan had ik mijn werkzaamheden bij KZ met geen mogelijkheid kunnen combineren met Pakistan, voor zover ik dat überhaupt al gewild zou hebben.''

Het is voor menigeen in `Holland Hockeyland' nauwelijks te bevatten: twee topcoaches van eigen bodem (Oltmans en diens voormalige assistent Maurits Hendriks) op een buitenlandse bank, bij respectievelijk Pakistan en Spanje, terwijl Nederland nu onder leiding staat van een weliswaar ervaren, maar niet-Nederlandse coach: de Australiër Terry Walsh. ,,Hockey wordt langzaam maar zeker een volwassen sport'', stelt Oltmans droogjes vast. ,,In andere, professionelere takken van sport zijn buitenlandse coaches een geaccepteerd verschijnsel. Neem voetbal. Daar is het de normaalste zaak van de wereld. Hockey moet daar nog aan wennen.''

Hij is net terug uit Maleisië, waar `zijn' Pakistan zondag als tweede eindigde bij het sterkbezette toernooi om de Sultan Azlan Shah Cup. Na in de voorronde zes duels op rij ongeslagen te zijn gebleven, bleek in de finale het energieke Australië over een langere adem te beschikken: 3-4. Tevreden is Oltmans dan ook niet. ,,Het is nog te voorspelbaar, het ontbreekt ons nog aan automatismen. Maar dat is niet zo vreemd als je bedenkt dat we pas relatief kort (een maand, red.) bijeenzijn. Die jongens zijn de laatste weken met zoveel nieuwe technische en tactische elementen geconfronteerd dat ze het spoor af en toe bijster raken. Je moet ze dan ook voortdurend bij de les houden. Doe je dat niet, dan vervallen ze in oude fouten en oude patronen: te veel oog voor de bal, te veel ruimtes tussen de linies, één-tegen-één-situaties volkomen verkeerd inschatten. Ze kunnen van nature vrijwel alles met een bal en dus met hun tegenstanders, zolang ze zich maar aan de afspraken houden. Verliezen ze het hoofd – en dat wil nog wel eens gebeuren – dan gaat het ook onmiddellijk helemaal fout. Dan denken sommigen op basis van de natuurlijke hiërarchie in het elftal dat zij de aangewezen persoon zijn om de wedstrijd te moeten `kantelen', met alle gevolgen vandien.''

Toch heeft Pakistan volgens Oltmans wel degelijk vorderingen gemaakt, en dan vooral op mentaal vlak. ,,Zelf hadden ze het waanidee altijd in de laatste tien minuten alsnog de wedstrijd uit handen te geven. Dat was een soort complex geworden. In Kuala Lumpur wonnen we echter drie van de vier wedstrijden uitgerekend in de laatste tien minuten. Dat is een belangrijke mentale stap, waar we de komende periode ons voordeel mee kunnen doen.''

Maar misschien moet hij wel blij zijn het toernooi niet te hebben gewonnen. Het zou in de aanloop naar het olympisch kwalificatietoernooi, begin maart in Madrid, tot torenhoge verwachtingen hebben geleid in het in potentie nog altijd hockeymaffe land, waar de hartstochtelijk meelevende pers de ploeg op de huid zit. Oltmans: ,,Ondanks het feit dat het al weer tien jaar geleden is dat Pakistan voor het laatst een grote prijs heeft gewonnen (wereldtitel in Sydney, red.), verwachten de mensen niets anders dan een olympische titel. De gemiddelde Pakistaan bekijkt het hockey zoals menigeen hier naar het voetbal kijkt. Het EK in Portugal moet nog beginnen, maar Nederland is al kampioen. Zo werkt het natuurlijk niet.''

Noem hem dan ook niet `De Verlosser'. Of de wonderdokter die zijn in eigen land verworven bijnaam Goldmans ook in Azië wel eventjes eer zal aandoen. Oltmans, zakelijk: ,,Verschillende geledingen in het Pakistaanse hockey zijn tot het inzicht gekomen dat het een goed idee zou zijn een Europese trainer aan te stellen. Duitsland en Nederland hebben de laatste twintig jaar alle grote prijzen gewonnen. Dat is Pakistan natuurlijk ook niet ontgaan. De Nederlandse speelstijl, creatief en aanvallend, sluit beter aan op de Pakistaanse dan de Duitse. Ik was beschikbaar, heb het een en ander gepresteerd en daarbij komt verder nog dat ze nog niet vergeten zijn dat Hans Jorritsma in '94 een niet onbelangrijke rol heeft gespeeld bij Pakistans laatste wereldtitel. Dat alles bij elkaar schept natuurlijk verwachtingen, dat besef ik heel goed. Maar tegen die druk ben ik bestand.''

Oltmans' aanstelling markeert een trendbreuk in de geschiedenis van de eens zo oppermachtige hockeygrootmacht, die kan pronken met drie olympische en vier wereldtitels. Sinds een jaar zijn de verlichte geesten aan de macht, en is de invloed van de reactionaire bondsofficials in hun onafscheidelijke groene blazers ingeperkt. Zo is de tijd voorbij dat de selectiecommissie de lakens uitdeelde en politiek-religieuze voorkeuren een rol speelden bij de samenstelling van de spelersgroep. Het Insallah (`Als God het wil') heeft plaatsgemaakt voor realisme.

Oftewel: Oltmans als het symbool van een stille revolte? Instemmend: ,,Pakistan lijkt te hebben gekozen voor een langetermijnvisie, en in die zin gebroken te hebben met de traditie van één mindere prestatie en hupsakee: het roer gaat honderdtachtig graden om en vanuit de oude doos wordt weer een andere former olympian opgeduikeld, die het op hoop van zegen voor het zeggen krijgt. Zo hebben ze jaren gewerkt, zonder enig tastbaar resultaat en dus was het wachten op het moment dat men inzag dat die aanpak een doodlopende weg was. Dat moment lijkt nu gekomen. Ik merk het ook aan mijn spelers: ze smachten naar informatie. Ze zijn de afgelopen jaren van de ene in de andere oud-hockeyer gelopen, zonder dat er structurele, vernieuwende wijzigingen zijn aangebracht met het oog op de toekomst.''

Tahir Zaman leidde de ommekeer in. De leergierige oud-aanvoerder volgde als een van de eerste Pakistanen een internationale trainerscursus, en nam als Oltmans' voorganger langzaam maar zeker afstand van de naïeve en verouderde speelwijze. Onder Oltmans fungeert de oud-international als assistent. Een cruciale rol is verder weggelegd voor kolonel en manusje-van-alles Yousuf Baig. Mister Big is de bruggenbouwer, en voor een deel van de achterban de Kop van Jut, weet Oltmans. ,,Zowel de voorzitter als de brigadier krijgt er in de pers bijna dagelijks van langs van de oud-olympiërs. `Ze begrijpen er niets van, ze moeten opstappen', is de boodschap. Terwijl die twee juist hun nek uitsteken. In Nederland zou de spelersgroep tegen dat soort geluiden in opstand komen, in Pakistan niet. Daar houden de spelers hun mond.''

Het is een van de uitdagingen waarvoor Oltmans zich geplaatst ziet. ,,Men is van nature volgzaam, denkt en handelt in hiërarchische patronen. Ik probeer mijn spelers uit de tent te lokken om een weerwoord te krijgen, maar dat gaat niet van de ene op de andere dag. Zoals het ook niet eenvoudig is ze tot meer fysieke arbeid aan te zetten. Ik zeg niet dat ze lui zijn, maar ze hebben de neiging om zichzelf te ontzien. Ze vinden het al snel genoeg, en dat terwijl we juist op het fysieke vlak nog heel veel vooruitgang zullen moeten boeken om straks serieus mee te doen om de prijzen.''

Steun krijgt Oltmans daarbij van drie landgenoten: keeperstrainer Ronald Jansen, fysiotherapeut Derek Verder en videoman Roberto Tolentino. Vraag is of de coach niet te veel weerstanden oproept en dus risico's neemt met zijn `Nederlands' getinte begeleidingsteam. ,,Derek werkt sinds '96 in Pakistan, Roberto is een Italiaan die moderne hulpmiddelen introduceert die men nog nooit gezien heeft, en de aanstelling van Ronald was een verzoek van de bond zelf. Hoe dun het draadje is waarop ik balanceer, weet ik niet. Uit alles blijkt dat het de Pakistaanse bond ernst is. Men beseft dat het voortdurend wisselen van coach betekent dat de ploeg telkens weer op nul begint. Maar dat is geen garantie, dat weet ik. Als het straks tegenvalt, zullen d'r meer mensen zijn die roepen: weg met die Europeanen! Met die mogelijkheid houd ik rekening. Tegelijkertijd ben ik zo eigengereid om te denken dat ik zal slagen in mijn opdracht.''