Steekpenningen in Irak

En weer is Halliburton in opspraak. En weer wegens Irak. Dit maal gaat het om steekpenningen. De betrokkenen zijn prompt ontslagen.

Halliburton, het Texaanse logistieke, bouw- en oliebedrijf, is gisteren opnieuw in opspraak geraakt wegens dubieuze, en wellicht illegale activiteiten bij zijn werk voor de Amerikaanse overheid in Irak. Hoewel de precieze toedracht nog niet duidelijk is, blijkt dat twee werknemers van Kellogg Brown & Root, een divisie van Halliburton, steekpenningen ter waarde van zes miljoen dollar hebben aangenomen van een bedrijf uit Koeweit om een opdracht binnen te slepen.

Halliburton maakte het nieuws gisteren zelf bekend. ,,Halliburtons interne accountants ontdekten de onregelmatigheid, die volkomen indruist tegen de filosofie, het beleid en de ethische gedragscode van ons bedrijf'', zo liet een woordvoerster weten in een verklaring. ,,Zulk gedrag wordt niet getolereerd.'' Het Pentagon in Washington bevestigde dat er naar KBR's uitgaven wordt gekeken, maar wilde er gisteren verder niets over zeggen.

Democratische Congresleden, met name de Californische afgevaardigde Henry Waxman, verwijten het Witte Huis al geruime tijd dat Halliburton een voorkeursbehandeling wordt gegeven bij het verstrekken van militaire opdrachten en dat het bedrijf niet hard genoeg wordt aangepakt als het onzorgvuldig te werk gaat.

Een recent onderzoek van een speciale commissie naar de bestedingen van KBR in Irak, naar aanleiding van klachten over onnodig hoge uitgaven aan de import van benzine uit Koeweit, pleitte KBR vrij. KBR had benzine ingekocht in Koeweit die twee keer zo duur was als benzine uit Turkije. Het verschil bedroeg 61 miljoen dollar. Maar KBR viel niets te verwijten, aldus het rapport. Er zouden ,,gegronde redenen'' zijn geweest om de benzine in Koeweit te halen – wat die redenen waren, werd er niet bijgezegd. Eerder had Halliburton laten doorschemeren dat het Amerikaanse leger zelf op de benzine uit Koeweit had aangedrongen.

De affaire rond de hoge benzinekosten staat los van het nieuwe geval van omkoping, hoewel beide plaatshadden bij het KBR-kantoor in Koeweit. De betreffende werknemers zijn ontslagen, zo meldde Halliburton, en de ,,extra kosten'' – ofwel het omkoopbedrag – wordt teruggevorderd van de onderaannemers. Namen van de betrokkenen zijn niet genoemd.

,,Dit toont eens te meer aan dat behoorlijk toezicht een van de grootste problemen vormt bij het verstrekken van opdrachten aan derden'', zegt onderzoeker Peter W. Singer, werkzaam bij het Brookings Instituut in Washington, en auteur van Corporate Warriors, een boek over de groeiende rol van het bedrijfsleven bij moderne oorlogsvoering. ,,De overheid gedraagt zich niet als een slimme cliënt, zoals je zou willen, maar als een lakse baas.''

Halliburton, waar Dick Cheney voor hij vice-president werd de baas was, heeft verreweg het leeuwendeel van de naar schatting twintig miljard dollar aan overheidscontracten binnengehaald bestemd voor de wederopbouw van Irak. Het werk loopt uiteen van het repareren en renoveren van de olie-installaties in dat land – dat beschikt over de op een na grootste olievoorraden ter wereld – tot het aanleggen van gebouwen, wegen en bruggen en het bedienen en verzorgen van het Amerikaans militair personeel aldaar. KBR voorziet de soldaten onder andere van voorraden, maaltijden, schone kleren en post.

Corruptie is voor een internationaal opererend bedrijf als Halliburton geen onbekend fenomeen. In 2001 en 2002 werd het op de vingers getikt wegens het betalen van steekpenningen aan een belastingambtenaar in Nigeria. Ook zijn de uitgaven van KBR, dat al sinds jaar en dag overal ter wereld het Amerikaanse leger bijstaat met civiele dienstverlening, eerder onder de loep genomen.

,,Het is verheugend dat Halliburton het corruptie-probleem zelf als eerste meldt'', zegt Pieter Bekker, een Nederlandse advocaat bij White & Case in New York, die optreedt namens Europese oliemaatschappijen. ,,Maar bij het grote publiek zal toch makkelijk de indruk ontstaan dat er iets niet in de haak is bij dit bedrijf.'' Vice-president Cheney klaagde onlangs voor de televisie dat Halliburton ,,onterecht door de mangel wordt gehaald'' alleen omdat hij er topman was geweest.

De precieze omvang van de defensie-contracten van Halliburton staat niet vast. Zij kennen een zogenoemde `cost-+' formule, die bepaald dat bovenop de vergoeding van de kosten die KBR maakt, een marge wordt betaald die uiteen kan lopen van 1 tot 7 procent van het totaal. Critici hebben opgemerkt dat deze formule bepaald niet aanmoedigt tot zuinigheid. Immers, hoe hoger de kosten, hoe hoger de winst.

Overigens moet de winstgevendheid van Halliburtons activiteiten in Irak enigszins worden gerelativeerd. Hoewel de Amerikaanse overheid de grootste cliënt van Halliburton is, maakt het bedrijf veel meer winst met zijn divisie die oliemaatschappijen bedient met technische hulpverlening. In het derde kwartaal van vorig jaar, de meest recente periode waarover cijfers beschikbaar zijn, kwam nog geen kwart van Halliburtons winst van 219 miljoen dollar voort uit militair werk.