Slachtkip is blijer met stro en betere lucht dan met meer ruimte

Op het einde van hun zes weken durende leventje zitten slachtkippen in de intensieve veehouderij dicht op elkaar gepakt, met vaak wel twintig per vierkante meter. Maar niet alleen meer ruimte zou een verlichting voor ze zijn, aldus een grootschalige studie van de Universiteit van Oxford (Nature, 22 januari). Nog belangrijker is een betere beheersing van staltemperatuur, vochtigheid en ammoniakgehalte.

Jaarlijks worden wereldwijd 20 miljard kippen geslacht. Voor legkippen is er al wel Europese regelgeving om hun welzijn wat te verbeteren, voor slachtkippen is de EU ermee bezig. Omdat ze zo supersnel groeien, zijn slachtkippen gevoelig voor stofwisselingsstoringen en hartaandoeningen. Ook hebben ze vaak problemen aan de poten waardoor ze zich moeilijk bewegen. De onderzoekers wilden weten of iets meer ruimte voor de kip, zoals de EU nu wil gaan verplichten, het kippenwelzijn daadwerkelijk zal vergroten.

Daartoe deden ze onderzoek met tien intensieve kippenhouders die bij elkaar 2,7 miljoen vleeskuikens hielden. De kippenhouders hielden hun kippen in vijf verschillende dichtheden: 46 kilo slachtrijpe kip per vierkante meter, 42 kilo, 38 kilo en 30 kilo (een slachtrijpe kip weegt 2 tot 3 kilo). De onderzoekers volgden de kippen vervolgens op allerlei welzijnsfactoren zoals problemen aan de poten, lopen, scharrel- en pikgedrag, hoeveelheid stresshormoon in de faeces, sterftepercentage etcetera. Ook volgden ze het stalmanagement waarbij ze de temperatuur en vochtigheid en het ammoniakgehalte van de lucht en het stro regelmatig maten.

Wat bleek? Meer ruimte leidt inderdaad tot iets meer lopen en iets minder botsingen tussen kippen. Maar de vijf dichtheden hadden geen noemenswaardige invloed op het aantal sterftegevallen, de gezondheid van de poten, de algehele fitness en gedragskenmerken zoals scharrelen en verenpikken. In tegenstelling tot het stalmanagement. De sterfte bijvoorbeeld varieerde bij de verschillende kippenhouders tussen 1 en 14 procent. In sommige stallen bleken alle kippen slechte poten te hebben, in andere helemaal geen. Die verschillen bleken weer sterk afhankelijk van stro- en luchtkwaliteit, en dat weer van het management, zoals aantal stalbezoeken, aantal drinkbakken per kip en ventilatie.

Vraag is wel of `30 kilo kip per vierkante meter' (ongeveer 14 kippen) niet nog steeds te veel is, waardoor het geen wonder is dat de dichtheden nauwelijks effect op het gedrag hadden. Nederlandse kippenbiologen vonden begin jaren negentig dat slachtkippen de laatste twee weken bij meer dan tien per vierkante meter ineens minder gaan scharrelen.