Robert Kagan 2

Volgens Robert Kagan is er maar één taal die iedereen verstaat: die van wapens. Deze taal is echter niet los te zien van de taal van de mensenrechten, die ook iedereen verstaat. De vraag is welke van deze twee wereldtalen uiteindelijk aan het langste eind zal trekken. In tegenstelling tot wat Kagan denkt is het antwoord daarop niet gelegen in de Amerikaanse macho-kijk op de wereld, die door de fotobewerking treffend wordt verbeeld (chapeau! voor de NRC-fotodienst), maar ligt het antwoord besloten in de strikt wetenschappelijke discipline die kwantumfysica heet. Deze leert ons – als mensheid – namelijk dat de werkelijkheid niet wordt gekenmerkt door verdeeldheid, maar door eenheid, door verbondenheid van alle dingen. Op het diepste niveau bestaat er eenvoudigweg geen dualiteit, geen kloof tussen conservatief en progressief, geen concurrentie tussen godsdiensten, geen verschil tussen `power and paradise'.

In wezen vereist het sturen van deze unieke universele werkelijkheid dan ook geen verdeeldheid zaaiende Amerikaanse machtspolitiek, waarmee de levenseenheid of -bron grof geweld wordt aangedaan, maar een puur democratisch of consensusbeleid. Voor de realisatie daarvan zal begrijpelijkerwijs allereerst en `met vereende krachten' ons bewierookte (zogenaamd democratische!) bestel op de helling gezet moeten worden. Ons stelsel van evenredige vertegenwoordiging werkt namelijk geen eenheid maar juist versplintering in de hand en nodigt uit tot het beklemtonen en zelfs uitbenen van onderlinge verschillen, in plaats dat het zoekt naar overeenkomsten, om met columnist Hans Goslinga (Trouw, 20 december) te spreken. Kortom, voor de politieke vertaling van het alom onderschreven mensenrechtenideaal is primair begrip nodig voor de levensbeschouwelijke (en daarmee politieke) implicaties, waar de alomvattende kwantumfysica (voor een goed verstaander) naar verwijst. De nieuwe wereldorde, hoe ongrijpbaar (want niet persoonsgebonden!) deze ook moge zijn, is dan ook in dát perspectief gelegen.