Perenchutney

Voor dit recept had ik het geluk om Santa-Mariaperen uit Turkije te kunnen gebruiken. Deze heerlijke peren hebben een prachtige goudgele, malse schil en een bijzonder frisse, bijna citroenachtige smaak. De fenegriekzaadjes die in de chutney als een van de smaakgevers gebruikt worden zijn lichtgeel van kleur, smaken naar selderij en worden veel in Azië in kerrieschotels verwerkt. Koop fenegriekzaadjes bij een goed gesorteerde oosterse toko.

Verwijder de klokhuizen van de peren en snijd ze in plakjes van circa 4 centimeter lang en een halve centimeter dik. Doe de plakjes in een kom en schep ze om met het zout.

Pel de uien en snipper ze. Schil de gember en hak hem fijn. Pel de tenen knoflook en snijd ze met behulp van een speciale knoflooksnijder of met een scherp mes in flinterdunne plakjes. Verhit de olie in een grote, zware pan op een matig vuur en schep er de ui, gember en knoflook door. Laat onder af en toe omscheppen 15 tot 20 minuten fruiten tot de ui volledig gaar is.

Verwijder intussen desgewenst het zaad van de chilipepers en snijd ze in ringetjes. Doe het fenegriekzaad in een kom, giet er zoveel heet water over dat het onderstaat en laat het zaad minstens 10 minuten weken.

Schep er, wanneer het uimengsel gaar is, de chilipepers, het uitgelekte fenegriekzaad, de peperkorrels, het mosterdzaad, de gemalen komijn, het chilipoeder en de geelwortel door. Laat onder af en toe omscheppen circa 5 minuten bakken. Let op dat het mengsel niet aanbakt.

Schep er de peer, suiker en azijn door. Draai het vuur laag en laat het mengsel 30 tot 45 minuten sudderen. Laat de chutney iets afkoelen en schep hem over in warme gesteriliseerde potten met goed sluitende deksels. Deze chutney wordt door rijpen alleen maar lekkerder. Serveer met bijvoorbeeld grove leverpaté, gevogelte, kalfs- en varkensvlees.