Nicolaï: vertraging zorgelijk

,,Zorgelijk'' noemt staatssecretaris Nicolaï (Buitenlandse Zaken, VVD) de achterstand die Nederland heeft bij het invoeren van Europese wetten. ,,We moeten de achterstand zo snel mogelijk wegwerken'', zei Nicolaï gisteren, in reactie op een vermaning eerder deze week van Romano Prodi, voorzitter van de Europese Commissie. Prodi tikte Nederland op de vingers omdat het volgens een onderzoek van de Commissie met België hoort tot de landen die slecht presteren bij het omzetten van Europese regels in nationale wetgeving. De maatregelen die de Europese Unie neemt om de vrije markt beter te laten werken, hebben geen enkele zin als landen Europese wetgeving niet omzetten in nationale regels, zei Prodi. Hierdoor wordt de heilzame werking van de concurrentie gemist en betalen consumenten meer dan nodig is.

Staatssecretaris Nicolaï vond de situatie vorig jaar al zorgwekkend en hij kaartte de kwestie in september aan in de ministerraad. Dat leidde tot een `Plan van Aanpak', dat al enig resultaat heeft. Nederland heeft in het laatste kwartaal van 2003 de achterstand enigszins weten weg te werken. Uit het jongste overzicht dat het ministerie van Buitenlandse Zaken gisteren heeft gepubliceerd, blijkt dat het totale aantal richtlijnen (Europese wetten) dat vertraging oploopt bij omzetting in nationale wetgeving is gedaald van 65 in het derde kwartaal van 2003 naar 59 in het laatste kwartaal.

,,Het is noodzakelijk dat Nederland de achterstanden snel wegwerkt. Zeker met het oog op het Nederlands voorzitterschap dat op 1 juli begint, moeten we het goede voorbeeld geven'', zegt Nicolaï.

Zo laat Buitenlandse Zaken, dat de stand van zaken bijhoudt, maandelijks tijdens de ministerraad weten hoe het met de invoering van Europese wetgeving gaat. Zo nodig worden ministeries dan op de vingers getikt. Ook wordt er scherp op toegezien dat bij de omzetting van richtlijnen niet snel nog wat `eigen' regels worden gevoegd. ,,De neiging om bij het invoeren van Europese regels nog gauw wat eigen kerstballen in de implementatieboom te hangen wordt niet op prijs gesteld'', zegt de staatssecretaris. Dat vertraagt het omzettingsproces.

Ook minister Brinkhorst van Economische Zaken heeft de Haagse gewoonte gehekeld bij het invoeren van Europese regels nog snel wat nationale voorkeuren toe te voegen. Wetgeving zou één op één moeten worden doorgevoerd.

,,Er dient een helder onderscheid te worden gemaakt tussen wetgeving die van Brussel moet worden doorgevoerd en de plannen die een Nederlandse minister er op nahoudt'', vindt Nicolaï. Anders wordt ook de Tweede Kamer op het verkeerde been gezet. ,,Parlementariërs weten dan wat van Brussel sowieso moet en wat de voorkeuren van een minister zijn.'' Een andere oorzaak van de achterstand van Nederland is volgens de staatssecretaris dat er ,,ambtelijk'' niet zo hard getrokken wordt aan invoering van Europese regels. Maar zodra Nederland de voorzittershamer van de Europese Unie in handen krijgt, staan we er beter voor, verzekert Nicolaï.