Murat en Pavlov

En toen was er opeens Murat D.

Nog geen week voordat het rapport `Bruggen bouwen' zou worden gepresenteerd, schoot Murat D. zijn conrector dood, en werd uitgeroepen tot het vleesgeworden symbool van de mislukte integratie - voor wie daar nog niet van overtuigd was. Laten we voor de grap eens aannemen dat de zaak-Murat D. daadwerkelijk iets zegt over het integratieproces in Nederland. Welke mechanismen traden in werking?

Allereerst was er het Journaal, dat aanvankelijk niet de culturele afkomst van de jongen vermeldde. Fout!, meenden velen, want die afkomst was wel degelijk van belang. Pavlov-reflex nummer twee: de deskundologen. ,,Zeker speelt de culturele achtergrond van de dader een rol'', mocht een hoogleraar Turkse cultuur in deze krant uitleggen. Want: het Turkse eergevoel. ,,Een Turkse man heeft, evenals anderen uit het Midden-Oosten, een sterk ontwikkelde persoonlijke trots'', schreef een andere geleerde deskundige in Trouw. Een ,,buitensporige reactie'' is ,,typerend'' voor mensen uit dit gebied ,,met een weinig stabiele culturele achtergrond''. Zijn conclusie: ,,Murat zat moreel klem. Gegeven zijn persoonlijke en culturele achtergrond kon hij niet anders dan naar een wapen grijpen.''

Reflex nummer drie: familie en vrienden. Murat is `een doodgewone jongen'. Hem is iets `overkomen'. De schuld ligt bij `de maatschappij'. Zegt een oom: ,,Ze hadden nooit mogen toelaten dat dit helemaal een migrantenwijk is geworden.'' Vrienden leggen aan NOVA uit dat het eigenlijk de schuld van de leraar zelf was, waarop reflex nummer vier in werking treedt: columnisten die schande spreken van dit staaltje demagogie. Wat deze `rotkinderen' te vertellen hadden, en 's lands reactie daarop, was toch te voorspellen? Is het niet de taak van de media om dan terughoudendheid te betrachten?

Genoeg. Een ding wordt hier direct duidelijk: Murat D. wordt niet beschouwd als een ontspoord individu, maar als representant van de Turkse cultuur. Goedbedoelend paternalisme, verhuld als poging tot begrip, leidt hier tot de meest verschrikkelijke vorm van wij-en-zij denken, en een neerbuigend soort cultureel determinisme. Murat D. is Turks, dus `kon hij niet anders'. Murat D., weggezet als Turks Pavlov-hondje. Familie en vrienden hebben hun eigen variant: Murat D. kon het ook niet helpen, want het komt door de Nederlandse maatschappij.

En dan nu een onthulling: ook ík ben nogal heetgebakerd. Niet helemaal in de stijl van Murat D., maar toch genoeg om af en toe tot een uitbarsting te komen die ikzelf weliswaar binnen een half uur al weer ben vergeten, maar die de mensen om mij heen zich nog weken kunnen heugen, zo is gebleken. Heb ik een pistool? Gelukkig niet. Is dit gedrag te verklaren uit mijn familiegeschiedenis, mijn Limburgs-katholieke culturele achtergrond, mijn overontwikkelde eergevoel? Misschien. Misschien ook niet. En de hamvraag: doet dat er iets toe?

Het meest verstandige, met afstand, dat ik over de zaak Murat D. in de pers heb gelezen, kwam van de havo-scholieren Damla Yürü (16) en Eyup Aftei (17) van het Libanon Lyceum in Rotterdam. ,,Iemand die een leraar doodschiet is niet goed bij zijn hoofd. Punt'', zei Eyup in deze krant. En Damla voegde eraan toe: ,,In geen enkele cultuur is het normaal om je leraar te vermoorden''. En gelijk hebben ze.

En daarmee doemt er een vraag op: hoe zinvol is het eigenlijk om alle maatschappelijke problemen telkens maar weer te zien in termen van cultuur, mono dan wel multi? Wat heeft de nu al weer jaren lopende scholastische discussie over multicultureel versus monocultureel nu eigenlijk heel concreet opgeleverd? En hoe zinvol is het om te spreken over `de' integratie? Nu goed, dat laatste leverde ons een nieuw hoogtepunt in het Polderbargoens op: `De' integratie van `veel' allochtonen is `geheel of gedeeltelijk' geslaagd. ('Geheel of gedeeltelijk', ja, zeg dat maar tegen leerlingen die zitten te wachten op het telefoontje van de eindexamencommissie.)

Het glas kan half vol zijn of half leeg, een waarheid als een koe. En dan? Er staat nu nog steeds dat halve glas. Maar het lijkt er op dat `integratie', `multicultureel' of `monocultureel' zo langzamerhand inhoudsloze begrippen zijn geworden. Enige bruikbaarheid als handvat voor concrete maatregelen is in ieder geval nooit aangetoond. Integendeel, zoals de commissie-Blok concludeerde, is alle `beleid' dat werd ingegeven door deze abstracties tamelijk futiel gebleken. Veel maatregelen waren zo onduidelijk gesteld, dat hun beoogde effect niet eens meetbaar bleek.

Het zal allemaal wel veel te simpel zijn, maar zou het niet een vooruitgang zijn om te gaan spreken van `de samenleving', zonder adjectieven, multicultureel of monocultureel of wat je op dat gebied zoal nog meer kan bedenken? Zonder te willen interveniëren in andermans culturele geaardheid zolang iedereen zich aan de wet houdt? Gelijke kansen, rechten en plichten voor iedereen.