Met de koningin naar Thailand

Vandaag komt koningin Beatrix terug van een staatsbezoek aan Thailand. Correspondent Robert Giebels reisde voor het eerst mee en kreeg de ene protocollaire les na de andere.

Gelukkig houdt een liaison-adjudant van de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging zijn kop erbij. Had de man-die-een-kwartier-vooruit-denkt niet opgelet, dan waren Thaise kinderen met Nederlandse en Thaise vlaggetjes gaan zwaaien als de koningin aan hen voorbijtrekt. Overal waar Beatrix en kroonprins Willem-Alexander de afgelopen week zijn geweest op hun staatsbezoek aan Thailand, mogen Thaise kinderen tot scheurens toe met hun rood-wit-blauwe vlaggetjes wapperen. Maar niet nu en niet hier, bij het Kanchanaburi-ereveld. Want Beatrix heeft daar net een krans gelegd om de 1.895 Nederlanders te eren die hier begraven liggen. Ze kwamen om bij de aanleg van de Birma-spoorlijn.

Dan rijdt de koningin in de crèmekleurige Rolls Royce van haar gastheer, koning Bhumibol Adulyadej oftewel Rama de Negende, de driehonderd meter naar het museum over de Birmalijn. Een halve minuut voordat ze op die route de kinderen met de vlaggetjes in de aanslag gaat passeren, belt de wakkere Nederlandse verbindingsman zijn counterpart van de Thaise organisatie die een paar honderd meter verderop staat. Die slaat driftig aan het bellen, waarna overal Thaise beveiligingsambten gebaren maken naar de kinderen. Ze laten hun vlaggetjes zakken en ze blijven onbeweeglijk wanneer de koningin langskomt.

Een Nederlands staatsbezoek vlekkeloos laten verlopen blijkt een heidens karwei. Vooral doordat op geen enkel moment mag blijken dat het een heidens karwei is. Dingen die makkelijk lijken, zijn meestal met veel inspanning, oefening en tijdsverspilling tot stand gebracht – vraag dat maar aan profvoetballers die de bal over een muurtje in de kruising van het doel weten te krullen. Een staatsbezoek wordt vaak het Theater van de Staat genoemd. Het is een voorstelling die koningin Beatrix de afgelopen 24 jaar weliswaar 37 keer heeft opgevoerd, maar waarbij oneindig veel mis kan gaan en waarbij dus aan oneindig veel details moet worden gedacht.

En die staan allemaal in Het Draaiboek. Een door ceremoniemeester Gilbert Monod de Froideville opgesteld boekje op binnenzakformaat met letterlijk minutieuze instructies. '07.53 uur: Particulier Secretaris wekt de Prins van Oranje' en `Adjudant reikt handschoenen aan aan Hare Majesteit de Koningin voor kranslegging'. Koningin en prins kunnen niet steeds in dat boekje bladeren en hebben de inhoud ervan dan ook uit hun hoofd geleerd.

Het draaiboek is de uitgeschreven choreografie van de Dans der Dignitarissen. Er staat in wie van het vijftien personen sterke koninklijk gevolg in welke volgorde achter (en nóóit ervoor) de koningin aanloopt – eerst de minister, dan: grootmeester, grootmeesteres, adjudant-generaal, ambassadeur, directeur van het Kabinet der Koningin enzovoorts. Uit kostenoverwegingen houdt de koningin haar gevolg naar internationale maatstaven klein – achter koning Bhumibol bijvoorbeeld lopen honderden functionarissen. Ook vermeldt het draaiboek wie waar gaat staan en zitten als de koningin gaat staan of zitten. En welke kleding vereist is. Zitten, staan, lopen en stilstaan: in alle gevallen doet iedereen na wat koningin en prins doen. Zodra Willem-Alexander eindelijk zijn jasje uitdoet – logisch in de tropen – zie je alle overige mannen opgelucht hetzelfde doen.

In november vorig jaar heeft een delegatie onder leiding van Monod de Froideville het staatsbezoek aan Thailand gerepeteerd om te klokken en te bepalen hoe lang de koningin zal doen over een ritje van driehonderd meter, waar ze met wie een 5-minutenpraatje heeft, waar de nooduitgangen zijn, waar de ambulance voor noodgevallen komt te staan, hoe het met de sanitaire faciliteiten staat en of het meisje dat de bloemen zal overhandigen jarig zal zijn of niet. Jarig heeft wel de voorkeur, want dan kan de koningin het waarschijnlijk bloednerveuze kind op het gemak stellen met vragen als: `Hoe oud ben je geworden?' en `Wat heb je gekregen?'. Over het bosje bloemen moet ook worden nagedacht. In Rusland kreeg de majesteit een enorme, in cellofaan verpakte struik. Gebruikelijk is een boeketje dat ze in één hand kan houden.

Een staatsbezoek volgt een vast stramien met eigenlijk dezelfde elementen als wanneer je ergens komt logeren, met dat verschil dat een Nederlands staatshoofd tijdens haar of zijn bewind bij iedereen maar één keer langskomt. Het opendoen van de deur is bij een staatsbezoek de ontvangst op het vliegveld door het ontvangende staatshoofd met daarna de inspectie van de erewacht. Daarmee laat de gastheer zien: `Maak je geen zorgen, bij mij in huis ben je veilig.' Daarna is het tijd om even met elkaar te praten – het vaste Privé-onderhoud der Staatshoofden – en om iets te laten zien waar de gastheer erg trots op is. Voor de Thaise koning is dat de heiligste tempel van het land, die van de Smaragden Boeddha. Een 65 centimeter hoog jade beeldje, het meest vereerde object van het land.

Ook standaard is dat de gast te eten krijgt: het staatsbanket. Tevens het moment waarop geschenken kunnen worden uitgewisseld. Wie de koningin uitnodigt, kan er zeker van zijn een kunstwerk van een nog levende Nederlandse kunstenaar te krijgen. Wanneer de koningin niet in de gelegenheid is om kunst te kopen, laat ze de hofdame die verstand heeft van kunst kunstbeurzen aflopen. Zij brengt verslag uit bij Beatrix en die geeft al dan niet het groene licht voor de aanschaf.

Wie ergens komt logeren, neemt zijn gastheer mee uit eten. Dat deed de koningin vroeger ook, maar eigenlijk gaat ze liever naar een culturele voorstelling. En dus is Beatrix voor zover bekend het enige staatshoofd dat voor de voorgeschreven zogenoemde contraprestatie niet een diner, maar een muziek- of dansuitvoering `cadeau' geeft aan haar gastheer.