Column

Melaats

Over gordelleed gesproken: sinds een week ben ik erachter dat de Oudkerkjes en de Van ‘t Hekjes dezelfde pianoleraar voor de kinderen hebben. Dus gaat er bij ons voortaan toch even een nat lapje over de toetsen als de goede man geweest is.

De hele hoerenloperszaak heeft mij bijzonder geraakt en maandag aanstaande geef ik tussen twee schaamschotten op de Theemsweg een persconferentie. Ik zal dan officieel aankondigen dat ik een proces tegen de Parool-columniste Heleen van Royen begin. Waarom? Omdat zij mijn leven kapot heeft gemaakt. Hoezo? Niemand wil nog met me praten.

Deze week speelde ik in Enschede en zou daar traditiegetrouw mijn vriend en collega Herman Finkers ontmoeten. Hij zou woensdagavond mijn voorstelling bijwonen en na afloop zouden wij een zacht glas Grolsch delen. De middag voor de voorstelling deelde hij mij per mail mee dat hij in de schouwburg aanwezig zou zijn en dat hij mij na afloop schriftelijk zou laten weten wat hij er van vond. Van een live ontmoeting kon helaas geen sprake zijn, aangezien ik ook columnist ben. Ik moest begrijpen dat hij als Bekende Tukker dit soort confrontaties niet aan kan gaan. Liever naar de hoeren dan praten met een columnist, schreef de zachtaardige Herman mij letterlijk. Ook het etentje dat bij ons thuis gepland stond voor half februari moest hij helaas afzeggen.

De avond ervoor at ik voor de voorstelling een klein hapje met Vara-voorzitter Vera Keur. Gewoon om wat zaken te bespreken. Dit doen wij al jaren. Het zakelijke gesprek duurt meestal een minuut of drie en daarna nemen we dan altijd de wereld en ons privé-leven door. Vera vertelde mij aan tafel dat ze eigenlijk had willen afbellen, maar dat ook weer niet durfde uit angst dat ik naar de Avro zou stappen. We namen de zaken snel door en daarna volgde een pijnlijke stilte. We zaten als een veel te lang getrouwd stel angstaanjagend te zwijgen. Elk onderwerp dat ik aansneed was fout.

,,Daar kan ik helaas niks over zeggen”, was haar antwoord op al mijn vragen. Na de voorstelling zouden we elkaar zien, maar via mijn technici kreeg ik te horen dat ze erg gelachen had en ze zou via mijn manager nog wel mailen.

Maandag was me met Henk Kessler, de in Enschede wonende KNVB-directeur, al hetzelfde gebeurd. ‘s Middags hadden we een zakelijk gesprek. Ik ga in Portugal voor alle wedstrijden de spelers uitmaken voor liefdeloze geldwolven. Dit doe ik niet tijdens een besloten bijeenkomst, maar in het bijzijn van alle camera’s, balpennen en micro’s van de Nederlandse media. De jongens mogen weerwoordloos luisteren en toekijken. Op die manier hoopt Henk de miljonairtjes te kunnen prikkelen. We bespraken de voorwaarden (ik doe dit schnabbeltje voor een dj-salaris van 18.000 euro per sessie!) en daarna was het stil. Doodstil. Wat ik ook probeerde, welke vraag ik ook stelde, geen enkel antwoord. Alleen over het weer werden we het eens.

Gisteravond vond ik na de voorstelling een briefje van burgemeester Jan Mans. Al twintig jaar bezoekt hij trouw mijn voorstellingen en nemen we na afloop een voorzichtige alcoholische versnapering. Hij hoopte dat ik begrip had voor het feit dat hij helaas niet meer privé met mij kon praten.

Donderdag betrad ik rond middernacht het Enschedese prachtcafé Het Bolwerk, een tent waar ik al jaren met veel plezier kom. Er viel een verpletterende stilte, de muziek ging uit, het licht ging op vol en de barkeeper verzocht me dringend de kroeg te verlaten. Op de andere café’s hingen al briefjes: Geen honden en geen columnisten.

Wanhopig begaf ik mij naar de markt. Normaal mag ik daar altijd graag praten met de stappende studenten. Ik leek melaats.Ten einde raad verdween ik richting mijn vaste Twentse bordeel Het Haasje. Ik trakteer mezelf al jaren één keer per week op een zachte, begrijpende tourneehoer. Ik heb nou eenmaal een stressy baan en moet me één keer per week op vreemd vlees legen. Mijn vrouw weet er van. Maar mijn vaste snol liet mij weten dat ze helaas niets voor me kon doen. Ik moest mezelf maar een slinger geven. Met columnisten wordt niet meer gewipt.