Klootzak

Afgelopen weekend hadden we hier een reünie, zo werd mij enige tijd geleden verteld door de directeur van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs. Daarbij zochten de oud-leerlingen vooral contact met de leraren uit de praktijkvakken. Voor de leraren in vakken als Nederlands of maatschappijleer hadden ze nauwelijks belangstelling terwijl die toch veel meer een persoonlijk contact hadden met de leerlingen. De directeur was zijn verbazing daarover nog steeds niet te boven.

Een treurig misverstand waar helaas het halve onderwijs aan lijdt en, wat nog erger is, het gros van de lerarenopleiders. Die denken leraren op te leiden. Nee, zou ik willen uitschreeuwen. Leraren zijn mensen met kennis van een bepaald vak. Die kennis dragen ze uit.

Maar hoe zit het dan met normen en waarden en culturele integratie? Daar speelt de school toch een belangrijke rol in?

Inderdaad, maar wel vanuit de functie van school, van leerschool om helemaal precies te zijn. Dat is de invalshoek van waaruit de school al die andere dingen kan doen. Wat dat betreft is het net als in een gezin. Daar komt moeder ook niet op een gegeven moment met het voorstel: jongens het thema dat ik vandaag onder de maaltijd aan de orde wil stellen is verbaal geweld. Daar heb je het als ouder over op elk gewenst moment, bijvoorbeeld naar aanleiding van een incident. Opvoeden doe je de hele dag. Als je bezig bent met jongeren, zijn er talloze aanleidingen voor persoonlijk contact, en omdat het daarbij gaat om de relatie van een volwassene met jongeren is dit per definitie een opvoedkundig contact. Dat maakte dat die leerlingen zo bleken te hechten aan de praktijkdocenten. Met hen hadden ze blijkbaar een betere, meer persoonlijke band ontwikkeld dan met die expliciete opvoeders.

Het is een tragische paradox dat naarmate men in het onderwijsbeleid en in de opleiding van leraren meer aandacht is gaan besteden aan de pedagogische en minder aan de vakmatige eisen, de roep om meer aandacht voor normen en waarden alleen maar sterker is geworden.

Een 16-jarige leerling van een Amsterdamse vmbo-school in de Volkskrant: ``Geweld kan niet. Uitschelden is oké. Soms moet je wel. Als ik bijvoorbeeld door de directeur word geschorst. `Klootzak', zeg ik dan. Of ik ga verder. Dan zeg ik iets onaardigs over zijn moeder. Ik ben niet bang voor extra straf. Ik was toch al geschorst, dus wat kunnen ze me nog meer maken?''

Wat mij altijd weer opvalt is dat sportverenigingen strikter zijn in het stellen van eisen en duidelijker zijn in hun sancties dan op veel scholen het geval is. Ik sta met een buurmeisje te praten. Ze kijkt op haar horloge. Sorry, nu moet ik echt gaan want als ik te laat kom op hockey, dan mag ik niet meetrainen. Alleen vanaf de bank toekijken.

Bij sportverenigingen zie je dat sprake is van clubregels waar iedereen de sporters aan houdt. In veel scholen daarentegen conformeren de leraren zich aan de regels voor zo ver die hen persoonlijk bevallen. En omdat veel leraren het al lang moe zijn om de hele dag corrigerend op te treden waar collega's of directie de mond houden, houden ze zich blind en doof. En geef ze eens ongelijk als leerlingen ongestraft zelfs de directeur kunnen uitschelden voor klootzak.

Wat heeft dit nu te maken met die leraar die werd doodgeschoten? Met dat specifieke geval helemaal niets. Maar het heeft wel alles te maken met al die voorbeelden van verbaal en ander geweld en ordeloosheid in scholen die in het kielzog daarvan in de publiciteit kwamen en ongetwijfeld nog zullen komen, en die nu pas de aandacht krijgen die ze al lang hadden verdiend.

prick@nrc.nl