Hetze of journalistiek

Een `hetze' noemde de leider van de Amster- damse PvdA-fractie de vele berichten in `de media' over het hoerenbezoek van de Amsterdamse wethou- der Rob Oudkerk. Maar waren er zoveel onjuiste verhalen? Een reconstructie.

Een redacteur van NRC Handelsblad kreeg een half jaar geleden een tip: de Amsterdamse PvdA-wethouder Rob Oudkerk was in zijn periode als Tweede-Kamerlid bedreigd en gechanteerd na bordeelbezoek. Hij zou daarvan aangifte gedaan hebben. Oudkerk, gebeld door de redacteur, bevestigde de bedreiging. Maar gechanteerd voelde Oudkerk zich niet, want van bordeelbezoek was geen sprake.

Het telefoontje leidde niet tot publicatie. De redacteur oordeelde dat de kwestie te veel in de privé-sfeer lag, ook al bij gebrek aan meer details en een volledige bevestiging door Oudkerk. NRC-hoofdredacteur Folkert Jensma wist een half jaar geleden niet van het telefoontje van de redacteur aan Oudkerk. Nu, achteraf, zegt hij dat hij een andere afweging gemaakt zou hebben. Jensma: ,,Ik ben geneigd om een bedreiging ook een politiek feit te vinden. Achteraf had ik dat best wel in de krant willen hebben. `Kamerlid doet aangifte van bedreiging.' Dat had ik niet meteen een privé-kwestie gevonden.''

De NRC-redacteur was niet de enige journalist met informatie over Oudkerk. Bij Het Parool was al langer bekend dat Oudkerk ,,naar de hoeren ging'', vertelt hoofdredacteur Erik van Gruijthuijsen. Ook bij de omroep AT5 in Amsterdam waren ,,geruchten'' bekend dat Oudkerk ,,regelmatig op de Wallen'' gezien werd. De informatie bleef binnenshuis. Oudkerk werd ook niet om opheldering gevraagd. AT5-hoofdredacteur Erik van Zwam: ,,Daarvoor moet je toch meer feiten hebben. Er gaan over meer politici geruchten.''

De chantage en bedreiging van Oudkerk, en het hoerenbezoek, kwamen twee weken geleden, alsnog in de openbaarheid, door twee columns van Heleen van Royen in Het Parool. Het betekende maandag het einde van Oudkerk als wethouder van sociale zaken, onderwijs, jeugd en diversiteit.

Voorzitter Tjalling Halbertsma van de Amsterdamse PvdA-fractie en burgemeester Job Cohen (PvdA) voerden ter verdediging van Oudkerk aan dat wat hij gedaan had ,,niet strafbaar'' was. Voor het overige waren de feiten ,,privé'', dus gaven ze aanvankelijk geen commentaar. Ze wilden het liefst zo weinig mogelijk ophef.

Cohen en Halbertsma maakten de pers grote verwijten. Volgens Cohen was er ,,onevenredig veel aandacht geweest voor het privé-leven'' van Oudkerk. Hij hoopt op een debat daarover, want het maakt het functioneren van het openbaar bestuur niet eenvoudig. Halbertsma zag Oudkerk als slachtoffer van een ,,hetze'' en ,,onjuiste verhalen''.

Rood licht

Sinds de eerste column van Heleen van Royen op 10 januari verschenen honderden artikelen over Oudkerk in de dag- en weekbladen, en zijn er vele uren televisie en radio besteed aan de kwestie. Zonder column was die berichtenstroom er niet geweest. Maar was er ook sprake van een hetze – een lastercampagne – en waren er zoveel onjuiste verhalen? En: zijn alle verhalen die over Oudkerk te schrijven zijn, wel geschreven, of bleven ook feiten onvermeld?

Voordat die vragen beantwoord kunnen worden, is er eerst de vraag of Van Royen met haar column de privacy van de wethouder geschonden heeft. Rob Oudkerk zegt dat het om een privé-gesprek ging en dat hij nooit toestemming gaf tot publicatie. ,,Wat privé is, had privé moeten blijven.'' Volgens Van Royen wist Oudkerk wél dat zijn verhaal uit de kroeg in haar column zou komen. Interessant is hier de mening van Studio Sport-presentator Tom Egbers, de derde persoon bij het gesprek in het café. Egbers zegt tegen deze krant: ,,Ik heb het gesprek als een volstrekte privé-kwestie beschouwd en voel me ook niet geroepen daar inhoudelijk iets over naar buiten te brengen.''

Daarmee rijst twijfel of Oudkerk daadwerkelijk ingestemd heeft met een onverbloemde weergave door de columniste. Die twijfel raakt de legitimiteit van de publicatie. Met het afdrukken van een privé-gesprek doorbrak Van Royen de intimiteit tussen pers en politiek. De betekenis van de kwestie Oudkerk is dat politici er niet meer onder alle omstandigheden op kunnen rekenen dat hun privacy is beschermd.

De redactie van Het Parool zegt vóór publicatie van de column bij Van Royen geïnformeerd te hebben of Oudkerk wist dat zijn hele verhaal in de krant kwam. Van Royen bevestigde dat. Op verzoek van de redactie paste ze haar column aan, zodat ook de lezer die informatie kreeg. De redactie liet niet een eigen verslaggever de juistheid van de beweringen van freelance columniste Van Royen natrekken.

Op de voorpagina plaatste de krant een losjes geschreven redactioneel bericht (`Wat heeft Rob Oudkerk toch met rood licht?') over de kwestie. Zonder Oudkerks commentaar. Hij was volgens de redactie die vrijdagavond niet ,,persoonlijk bereikbaar''. De enige bron voor het artikel was Heleen van Royen. Getuige Egbers was en blijft voor ons onbereikbaar, zegt Parool-hoofdredacteur Erik van Gruijthuijsen.

Een freelance columniste als enige bron voor een redactioneel bericht. Was dat voldoende? Van Gruijthuijsen: ,,Dat lijkt mij wel. Heleen van Royen is behalve columniste ook geschoold journaliste. Ik heb acht keer met haar gesproken over het karakter van het gesprek. Oudkerk is door haar nadrukkelijk gewaarschuwd dat het in de krant zou komen.''

Was de inhoud van het nieuws relevant? Dat was het zeker, zegt Van Gruijthuijsen. ,,Oudkerk was op de vingers getikt voor pornosurfen en gaf cocaïnegebruik toe. Dat zijn relevante feiten.'' Van Gruijthuijsen zegt desondanks ,,enorm getwijfeld'' te hebben of er ook nog een redactioneel bericht moest komen. ,,We hebben ons in die afweging op vrijdagavond onder druk laten zetten door de Volkskrant die de inhoud van de column de volgende dag als nieuws zou brengen. Achteraf bezien is dat de enige fout die we gemaakt hebben. Maar of wij nu wel of niet een bericht hadden gebracht, het had voor de afloop en het vervolg van de kwestie niets uitgemaakt. De column zou er toch in gestaan hebben, net als het bericht in de Volkskrant.''

Het nieuws over de ontboezemingen van Oudkerk verscheen zaterdag 10 januari inderdaad in de Volkskrant, alsmede in de regionale bladen aangesloten bij de persdienst GPD. Deze kranten hadden vrijdag de inhoud van de column `bemachtigd'. Wat Het Parool niet lukte, kregen de Volkskrant en GPD wel voor elkaar: zij vroegen en kregen vrijdagavond commentaar van Oudkerk. Volgens de GPD zei Oudkerk dat het kroeggesprek privé was: ,,Ik geef nooit commentaar op privé-zaken.'' Tegen de Volkskrant zei Oudkerk dat hij niet over zichzelf had gesproken. ,,Ik bedoelde in het algemeen dat publieke figuren het lastig kunnen krijgen zodra hun privé-hobby's bekend worden.''

Adjunct-hoofdredacteur Ariejan Korteweg van de Volkskrant: ,,Wij hebben die zaterdag gepubliceerd omdat er een nieuwsfeit was: in de column werd een vooraanstaand politicus beschuldigd van pornosurfen en cocaïnegebruik. De feiten waren, indien juist, relevant omdat ze zijn functioneren als politicus konden beïnvloeden.''

Het nieuws werd in het weekeinde en de dagen daarna door vrijwel alle media overgenomen. NRC Handelsblad publiceerde ook, maar had een volgende rol. Hoofdredacteur Folkert Jensma: ,,We hadden niet het initiatief en hebben in hoofdzaak gemeld wat zich in andere media afspeelde. Wel waren er grote stukken als achtergrond, analyse en commentaar. Had ik dat graag anders gezien? Ik had wel eerder meer willen weten over Oudkerk.''

De Amsterdamse omroep AT5 berichtte de eerste dagen helemaal niets. Pas toen de gemeenteraad vorige week woensdag de kwestie besprak (en meteen als privé afdeed), volgde een eerste bericht.

Leugenachtig

Waarom deed AT5 niet mee? Hoofdredacteur Van Zwam twijfelde over de bron, zegt hij. ,,Het is een columniste die tussen fantasie en werkelijkheid haar columns schrijft en zes weken na dat kroeggesprek met haar informatie naar buiten kwam. Daar kun je niet zomaar een nieuwsbericht van maken. Als ze journalist was geweest, was ze na het gesprek naar de krant gestapt en had ze de boel uitgezocht. Maar ze wachtte weken en had helemaal geen aantekeningen gemaakt. Ik had niet het gevoel dat er zorgvuldig bronnenonderzoek was geweest.''

Heleen van Royen zegt in een reactie: ,,Ik weet dat die hoofdredacteur zijn vriend Oudkerk wilde beschermen. Daar schijnen nu binnen AT5 heftige discussies over te zijn.''

Ondertussen zegt Oudkerk juridische stappen tegen Het Parool ,,te overwegen'' omdat zijn privacy geschonden zou zijn. Ook de Volkskrant is door hem aangewezen als boosdoener. Dat heeft te maken met de opening van de krant op zaterdag 17 januari, één week na de eerste column. AIVD vindt Oudkerk chantabel, berichtte de krant. Dat zou blijken uit een ,,geheim dossier'' dat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst had gevormd over de ,,als riskant bestempelde bezoeken'' aan prostituees.

Uit een reactie van de AIVD, nog diezelfde dag door het ANP verspreid, bleek dat de AIVD helemaal niet vond dat Oudkerk chantabel was. De AIVD had ook geen onderzoek gedaan naar de politicus. Wel was van twee politiekorpsen informatie ontvangen over Oudkerk en die informatie was, na een telefoontje met Oudkerk, volgens de geldende regels, opgeslagen.

Waarom is de lezers maandag niet medegedeeld dat de kop fout was?

Adjunct-hoofdredacteur Ariejan Korteweg van de Volkskrant: ,,Wij rectificeren geen koppen. Als kop en artikel fout zijn dan corrigeren we dat. In dit geval was de kop inderdaad te scherp, maar gaf het artikel de feiten correct weer. De kop werd in feite al door het artikel gecorrigeerd.''

Arie Elshout, ook adjunct bij de Volkskrant, zegt dat niet gerectificeerd is om ,,niet de indruk te wekken dat de krant iets van de inhoud van het stuk zou terugnemen.'' Elshout: ,,Cohen deed de dag na de publicatie een vrij zware aanval op ons. We lagen onder vuur, werden in het defensief gedrongen. Op het moment dat we die kop zouden hebben gerectificeerd, zou dat uitgelegd kunnen worden alsof de Volkskrant de aftocht blies. Dat wilden we vermijden.''

Op dezelfde dag, 17 januari, publiceerde Het Parool een tweede column van Heleen van Royen. Het nieuws uit de column stond die zaterdag ook als redactioneel bericht in Het Parool. Dit keer werden de feiten uit de column vóóraf door een verslaggever van de krant voorgelegd aan Oudkerk. Ook werd zijn commentaar weergegeven, in een interview op de voorpagina. Dezelfde dag bracht De Telegraaf eveneens het nieuws uit de column op de voorpagina.

De informatie uit de tweede column was gevoelig. Uit documenten bleek dat in 2000 geprobeerd was om Oudkerk, toen hij nog Tweede-Kamerlid was, te chanteren met diens hoerenbezoek. Oudkerk had zelf bij de politie in Amsterdam aangifte gedaan van de bedreiging en chantage. Er zouden opnames zijn gemaakt van een bezoek aan een prostituee in Den Haag.

Bovendien, en dat was ernstiger, was Oudkerk door de politie onmiddellijk na de aangifte gesignaleerd op de gemeentelijke tippelzone aan de Theemsweg in Amsterdam. De tippelzone was een vrijplaats voor vrouwenhandel en andere criminaliteit.

De berichten in Het Parool en De Telegraaf bleken juist. Een enkel detail, gemeld door Het Parool, klopte niet. Zo was het niet burgemeester Schelto Patijn die Oudkerk gemaand had weg te blijven van de tippelzone. Dat deed diens opvolger, Job Cohen. Die bevestigde zijn reprimande aan Oudkerk een dag later, zondag 18 januari, in het tv-programma Buitenhof. Oudkerk was in het najaar van 2002 door Cohen aangesproken op zijn bezoeken aan de omstreden tippelzone.

Het was de bevestiging van Cohen in Buitenhof die de kwestie-Oudkerk tot een relevante politieke aangelegenheid maakte. Als lid van het college van burgemeester en wethouders was Oudkerk mede verantwoordelijk voor de gang van zaken aan de Theemsweg. B en W waren najaar 2002 bezig om een einde te maken aan de misstanden aldaar.

Eén dag na het optreden van Cohen trad Oudkerk, zéér tegen zijn zin, af. Hij vertrok pas na grote druk vanuit zijn partij. Na zijn aftreden bezocht Oudkerk woensdag vele radio- en televisiestudio's, onder meer om te klagen over ,,het publiciteitsoffensief'' dat tegen hem gevoerd zou zijn. ,,Beeldvorming en feiten liepen door elkaar heen'', zei hij. En: ,,We zijn zover in Nederland dat de feiten er niet meer toe doen.''

Maar zoveel onjuiste feiten kon Oudkerk niet noemen, behalve de AIVD-kop in de Volkskrant en de melding van Heleen van Royen in haar eerste column dat hij toegegeven zou hebben wel eens cocaïne te snuiven. Overigens stond daar alleen zijn ontkenning tegenover.

De affaire duurde al tien dagen toen burgemeester Cohen zich er publiekelijk over uitsprak. Hij had in de periode tussen de eerste column en zijn optreden in Buitenhof zijn mond dicht gehouden over de politiek relevante feiten rond de Theemsweg. En ook Oudkerk speelde geen open kaart. Leugenachtige verklaringen van hem leidden tot nieuwe berichten. Zo zei hij aanvankelijk dat hij nooit door de gemeentelijke commissie integriteit was berispt wegens pornosurfen op een gemeentelijke computer. Na enkele dagen bleek dat Cohen, voorzitter van de commissie integriteit, hem ook daarvoor had berispt. Tegen Heleen van Royen zei Oudkerk niet in Amsterdam naar de hoeren te gaan. Tegen NRC (al een half jaar geleden) en de Volkskrant (9 januari) zei hij: ik bezoek geen hoeren. Na tien dagen stond vast dat hij wél naar de hoeren was gegaan, ook in Amsterdam.

In tien dagen is er veel geschreven en gezegd over Oudkerk. Is er correct en juist bericht? ,,Zeker in Het Parool'', zegt Van Gruijthuijsen. ,,We hebben het helemaal niet zo onverstandig gedaan. Wat me wel opviel is dat in het weekeinde na de eerste column erg rustig bleef. Pas op de maandag daarna was er een eruptie, toen radio en televisie zich erop stortten. Maar na de lauwe politieke reacties in de eerste week dacht ik dat het wel voorbij zou waaien. De echte explosie vond afgelopen weekeinde plaats en had alles te maken met de Theemsweg.''

Ook Korteweg geeft toe dat er een veelheid aan mediaberichten is geweest. ,,De affaire is ook op een vreemde manier begonnen. Als Oudkerk direct na de eerste column alles verteld had, dan had de affaire niet zo lang geduurd en had het niet zo'n omvang gekregen. Ik vergelijk het met Mabelgate. Als je als journalist het gevoel krijgt dat feiten niet kloppen, blijf je zoeken. Dat is ook hier gebeurd. Het was heel onhandig manoeuvreren van Oudkerk.''

Na een kwestieus begin van de affaire – een mogelijk privé-gesprek afgedrukt in Het Parool – stonden in de tweede column op 17 februari harde feiten. Die rechtvaardigden dat Oudkerk een politiek probleem had, zo is de algemene opinie in journalistieke kringen. Met zijn bezoeken aan de Theemsweg – met alle mensonterende praktijken die daar plaatsvonden – was de wethouder een stap te ver gegaan.

Volkskrant-journaliste Nell Westerlaken schreef donderdag in een opiniestuk dat gezagsdragers zonder problemen naar een legaal bordeel moeten kunnen gaan. ,,Maar ze zouden zich gezien hun openbare functie en het belang van de rechtsorde verre moeten houden van privé-bezoeken aan tippelzones, waar ze als klant medeverantwoordelijk zijn voor het in stand houden van het `aanbod', lees vrouwenhandel.''

Uit het opiniestuk sprak ingehouden woede over het gedrag van de politicus Oudkerk. Dat is begrijpelijk, gezien haar ervaring. Op 14 december 2002 verscheen van Westerlaken namelijk een reportage over de handel in Oost-Europese vrouwen. Westerlaken beschreef het leven van het 19-jarige Tsjechische meisje Lena, slachtoffer van vrouwenhandel. Ze moest onder droevige omstandigheden de hoer spelen aan het Zandpad in Utrecht.

Westerlaken, in de reportage: ,,Het Zandpad, dat is waar de lampjes van de hoerenboten rood licht op het water werpen, dat is ook waar de politicus door Lena gepijpt wilde worden. `Voor 22,50 euro zonder condoom. Die idioot!', roept ze verontwaardigd.''

Lena had tegen Westerlaken de naam van de politicus genoemd: Rob Oudkerk. Dat bevestigt de Volkskrant. De journaliste liet de naam echter uit de reportage en noemde hem alleen ,,pleitbezorger van de zwakkeren in de samenleving''. Een rel over Oudkerk zou volgens haar de aandacht hebben afgeleid van het hoofdonderwerp: de vrouwenhandel. ,,Bovendien dacht ik aan het belang en de veiligheid van Lena, zij was het slachtoffer'', aldus Westerlaken. Een onderzoek naar de handel en wandel van Oudkerk stelde de krant niet in. Oudkerk werd ook niet om opheldering gevraagd. ,,Dat zou sensatiejournalistiek zijn geworden'', zegt Westerlaken.

De woordvoerder van Oudkerk zegt dat de ex-wethouder niet wenst te reageren. ,,Hij heeft zijn zegje gedaan. Daar laat hij het bij.''

De mededeling van Lena is deze week niet alsnog gepubliceerd door de Volkskrant. Adjunct-hoofdredacteur Elshout: ,,In het kielzog van deze affaire dook het verhaal over Lena weer op. We hebben er verder niets mee gedaan. Wat we toentertijd anoniem brachten, wilden we nu niet opeens de-anonimiseren. We vonden het niet opportuun de anonimiteit op te heffen.''