Gezond vuil

In W&O van 17/18 januari suggereert Bart Meijer van Putten dat aanhangers van de zo geheten Hygiëne-hypothese (het is goed om kinderen niet al te hygiënisch op te voeden, dat voorkomt allergie op latere leeftijd), automatisch ook tegen het inenten van hun kinderen zijn. Tot drie maal toe noemt hij beide opvattingen in één adem. De bedoeling is kennelijk de hygiëne-hypothese in een kwaad daglicht te stellen. Ik geloof echter niet dat deze betrekkelijk onschuldige maar wel plausibele hypothese iemand op het levensgevaarlijke idee zou brengen zijn kinderen niet te laten inenten. Dat ligt ook helemaal niet voor de hand. Dat wordt duidelijk als we ons realiseren wat inenten precies is: het kinderen toedienen van een (verzwakte) vorm van een ziekteverwekker, waardoor antistoffen worden aangemaakt die later bescherming bieden tegen de niet verzwakte vorm. Dat is, lijkt mij, juist analoog aan, en niet strijdig met de hygiëne-hypothese.

In plaats van de hygiëne-hypthese op deze wijze in discrediet te brengen, had de schrijver met dit argument de anti-inent-beweging (die natuurlijk wel allemaal de hygiëne-hypothese aanhangen) om de oren moeten slaan.