Gezond vuil 2

In het artikel van Bart Meijer van Putten `De risico's van gezond vuil' wordt ingegaan op bezwaren die Van Schayk heeft tegen de wijze waarop statische verbanden 1-dimensionaal worden geïnterpreteerd. Mogelijk zit het manco van de hygiënehypothese niet in het statistische onderzoek maar in de basisaanname van toename van de hygiëne.

Er is waarschijnlijk een afname van zichtbaar `fysisch' vuil maar of dit ook geldt voor onzichtbaar (schadelijk) biologisch vuil is nog maar zeer de vraag. Door de toename van comfort en energiezuinigheid is het moderne huis een potentieel een kweekplaats voor ongewenst microscopisch ongedierte.

De ventilatie is de afgelopen tientallen jaren door het dichtmaken van kieren en naden zeer sterk gereduceerd. Hierdoor wordt de vervuilde binnenlucht veel minder vermengd en dus ververst met schone buitenlucht. Daarnaast blijft ook in de winter de luchtvochtigheid in huis veel hoger.

Moderne huizen zijn daarnaast ook zo goed geïsoleerd dat zelfs als we de CV-ketel enige tijd uitschakelen ze nog nauwelijks afkoelen, hierdoor is vooral 's winters de temperatuur veel constanter dan een tiental jaren geleden. Ongedierte dat vroeger door de fluctuaties, de kou, de ventilatie of de te lage luchtvochtigheid niet overleefde gedijt nu uitstekend.

De door de hygiënehypothese gesuggereerde toegenomen hygiëne kan dan ook wel eens schone schijn blijken. Door `verbeterde' bouwtechnieken kunnen huizen wel eens inherent minder hygiënisch en gezond voor mensen zijn geworden. Het grote voordeel van deze verklaring is dat er een logischer, causaal verband tussen toename van aantal ziekteverwekkers en toename van het aantal zieken is. Daarnaast passen ook de voorbeelden die als indirect bewijs voor de hygiënehypothese genoemd worden goed in deze verklaring.