Europese ethiek na Parmalat

Niet alleen Parmalat zelf, maar ook zijn accountants dragen schuld voor deze nieuwste boekhoudcrisis. En wie het niet zag, wílde het niet zien, zegt de Italiaanse econoom Marco Vitale. Niet alleen dit bedrijf, maar het hele financiële systeem is in een morele crisis terechtgekomen. ,,Als het meezit, groeit er iets moois uit deze ellende.''

Elke bank of investeerder had volgens de gezaghebbende Italiaanse bedrijfseconoom Marco Vitale al lang kunnen weten dat Parmalat niet deugde. Wie dit niet zag, wilde het niet zien, aldus de man die zelf een Italiaanse beleggingsfonds van 17 miljard beheert en geen euro heeft geïnvesteerd in Parmalat.

De Parmalat-crisis is volgens hem het topje van de ijsberg. Het gaat om fundamenteel internationaal bedrog op enorme schaal. De problemen illustreren de ,,morele en operationele crisis waarin de hele financiële wereld zich bevindt''. Een wereld die van een ,,kuisheidsmoraal'' vol zelfcontrole de laatste twee decennia is afgegleden naar de moraal van de ,,overspelige'' die pakt wat hij pakken kan. Vitale pleit voor een nieuwe ethiek, afgedwongen door Europese maatregelen die als tegenwicht moeten dienen voor de nog immer niet afdoende Amerikaanse regelgeving. ,,Als het meezit, groeit er iets moois uit deze ellende.''

Marco Vitale (68), hoogleraar strategie- en bedrijfsfinanciering, beleeft deze weken zijn finest hour. Op de Italiaanse televisie en in de kranten, zoals met een keiharde driedelige analyse van de crisis in de Corriere della Sera en met suggesties voor een betere bedrijfsvoering gisteren in de zakenkrant Il Sole 24 Ore. Tot zijn aangename verrassing is minister Giulio Tremonti van Financiën serieus ingegaan op enkele van zijn vergaande voorstellen. Bij de Ecofin, de vergadering van Europese ministers van Financiën van afgelopen week, pleitte Tremonti voor strengere boekhoudregels en het snoeien in de offshore-bedrijven in de belastingparadijzen, iets wat Italië voorheen altijd heeft geblokkeerd. Het plan van eurocommissaris Bolkestein om te verbieden dat meer dan één accountant de rekeningen van een groep certificeert, juicht Vitale eveneens toe.

Maar er is meer nodig, aldus de president van de Vereniging van Italiaanse handelsbanken, president ook van het door hem opgerichte Vitale-Novello & Co, en in die hoedanigheid adviseur en bestuurder van talloze bedrijven en groepen. Het gaat om het herstellen van vertrouwen in een financiële wereld waar de verantwoordelijkheden zodanig zijn vervaagd en verweven dat de moraal eruit is weggelekt. ,,We kunnen niet leven met zaken als BCCI Barings, Enron, Worldcom, Ahold, Parmalat, de een na de ander. Dat kunnen we niet, en wellicht willen we het ook niet meer.''

Vitale verheft zijn stem als hij nieuwe vertrouwelijke cijfers presenteert over Parmalat. Cijfers die hij persoonlijk heeft gekregen van de huidige Parmalat-crisismanager Enrico Bondi. Een bestuurder die ook bekend is voor het saneren van andere bedrijven waaronder de Ferruzzi-groep in 1993 en die nu beschouwd wordt als de financiële superman die Parmalat bijeen moet houden. Uit die cijfers blijkt volgens Vitale dat accountantskantoor Deloitte & Touche balansen certificeerde die het nooit had mogen goedkeuren.

Hij citeert. 2000: Deloitte & Touche certificeert de Parmalat-boekhouding met een positief resultaat van 544 miljoen euro; crisismanager Bondi komt na herberekening op een negatief resultaat van 409 miljoen euro. 2001: Deloitte & Touche zegt 601 miljoen euro positief; crisismanager Bondi meent 451 miljoen euro negatief. 2002: Deloitte zegt plus 615 miljoen euro; Bondi min 377 miljoen euro. ,,Zo'n verschil kan een accountant alleen over het hoofd zien als hij besloten heeft om het over het hoofd te zien.''

Of is het soms normaal dat de melkmultinational voor 62,9 procent actief was in financiële activiteiten en tientallen offshore-maatschappijen had? En wat te denken van de kasgeldenstroom van Parmalat. Die nam de afgelopen jaren dramatisch af. Van 631 miljoen euro in 2000 naar 404 miljoen in 2001, 306 miljoen in 2002 en 142 miljoen in 2003. De reden dat hij zelf niet in Parmalat investeerde, is simpel. ,,Ik begreep al jaren niet meer waar Parmalat mee bezig was. En een gouden regel voor een belegger is niet te investeren in iets wat hij niet begrijpt.'' Vitale noemt het dan ook meer dan dubieus dat een analist van Citicorp in november 2003 nog het advies gaf om Parmalat-aandelen te kopen.

Parmalat is volgens hem de volgende zwarte bladzijde in de morele en operatieve crisis die de internationale financiële wereld doormaakt. ,,De banken die Parmalat van raad voorzagen, zijn voor een groot deel dezelfde die Enron en co adviseerden. Ze heten Bank of America, JP Morgan Chase, Merrill Lynch en Citigroup. De accountants zijn deels dezelfde. Het zijn dezelfde trucs en financieel-juridische mechanismen. De ratingagentschappen zijn dezelfde. En uiteraard gebeurde dit alles aan de zijde van onze onvolprezen Italiaanse banken Capitalia, Banca Intesa en Sao Paolo-Imi.''

Hij beklemtoont de internationale dimensies van de crisis niet om de gigantische Italiaanse verantwoordelijkheid te verdoezelen. ,,Uiteraard zijn de hoofdverantwoordelijken de ondernemer, de managers, de adviseurs van Parmalat zelf, bijna allemaal Italianen.'' Zij hebben misdrijven begaan, zij hebben documenten vervalst, zij hebben de markt onjuist voorgelicht, zij hebben spaarders benadeeld. Daartoe in de gelegenheid gesteld door banken die Parmalat jarenlang hielpen en in sommige gevallen zelfs aanzetten om enorme bedragen te lenen door obligaties uit te geven. ,,Het bankensysteem dat heeft samengewerkt met het management is medeverantwoordelijk voor deze ineenstorting van de groep. En ik geloof dat de verantwoordelijkheid van de accountants enorm is.''

Het feit dat dit jarenlang door kon gaan, creëert op zichzelf weer een andere niveau van verantwoordelijkheid, meent Vitale. ,,De centrale bank, Banca d'Italia, heeft veel controlerende macht als ze wil, maar heeft die niet willen gebruiken. Dat is niet goed. Ik schaam me om professional te zijn in een land waar dit kan gebeuren. Het doet me pijn als Banca d'Italia nu zegt dat ze zich niet heeft vergist.''

Italië moet volgens hem de controlefunctie van Banca d'Italia en van de beursautoriteit Consob herdefiniëren. En de wetgeving gericht op hoe men een bedrijf bestuurt, moet worden bijgesteld. ,,Die is nu te liberaal en gebaseerd op de droom dat iedereen tot het goede is geneigd. Helaas is dat niet zo en lopen er niet alleen in Collecchio (waar Parmalat is gevestigd) mensen rond die het niet zo nauw nemen.'' Ook de financiële wetgeving vraagt om aanpassing. Die is te veel gebaseerd op formele en bureaucratische principes die de verantwoordelijkheden doen vervagen. Het schrappen van boekhoudkundige fraude uit het wetboek van strafrecht en overplaatsen naar het burgerlijk wetboek door de regering-Berlusconi is volgens Vitale ,,een ramp'' en moet worden teruggedraaid. ,,Alsof alleen individuele personen kunnen worden benadeeld door boekhoudfraude en niet de gehele samenleving.'' De fraude bij Parmalat treft meer dan honderdduizend spaarders die vrezen voor hun geld. En minstens zo erg is het dat de naam van Italië door affaires als bij Parmalat wordt beschadigd.

Aanvankelijk vreesde Vitale, zoals ook werd gesteld in de internationale pers, dat de investeerders het vertrouwen in Italië zouden verliezen. Maar recente berichten hebben hem weer wat gerustgesteld. ,,Het internationale bedrijfsleven ziet de Parmalatcrisis als een groot probleem, maar ook als een zaak die niet in het oneindige mag worden geëxtrapoleerd naar de andere bedrijven in Italië. Men laat Italië niet links liggen, maar is wel selectiever geworden.''

Hij onderschrijft die zienswijze. ,,95 procent van de familiebedrijven wil niks te maken hebben met de werkwijze van Parmalat.'' Natuurlijk, Parmalat zal in Europa en in Italië zeker niet het laatste bedrijf zijn dat aan fraude ten onder gaat. ,,Maar in Italië zie ik niet direct een tweede geval van een dergelijke omvang. Al erken ik meteen dat er beursgenoteerde bedrijven zijn die zich in de gevarenzone bevinden. Denk alleen maar eens aan de voetbalclubs met hun miljoenenschulden.''

Maar dat geldt niet alleen voor Italiaanse bedrijven. Ook buitenlandse ondernemingen kampen met gigantische schulden die moeten worden gedekt. Ook zij lopen het risico verstrikt te raken in het web van de internationale financiële wereld die in zijn voortdurende jacht op meer waarde voor de aandeelhouder zelf op zijn beurt gevangene is geworden van een immoreel belangenconflict.

Een belangenconflict waarbij banken als financieel adviseur provisies innen, terwijl ze tegelijkertijd als investeerders op de voorste rang zitten bij de deals die ze verzinnen voor hun klanten. Een situatie waarbij accountancykantoren als fiscaal adviseur en consultant hun diensten verlenen, maar ook op flexibele wijze de rekeningen goedkeuren uit angst hun klanten te verliezen. En waarbij ratingagentschappen en banken zich op hun beurt, gespeend van enig kritisch vermogen, baseren op deze ongefundeerd gecertificeerde balansen.

,,Banken hebben als enige doel verkopen. Kijken nauwelijks wie de klant is. Als Parmalat komt met een brief van de Bank of America (die achteraf vals bleek) waarop staat dat het bedrijf daar een tegoed heeft van 4 miljard, dan is dat al voldoende om nieuwe kredieten te geven. Er wordt niet gevraagd hoe die 4 miljard zijn geïnvesteerd. De banken hebben veel te veel last van meegaandheid.''

Uiteindelijk is het afbrokkelen van verantwoordelijkheidsgevoel bij instituties, personen en professionals volgens Vitale de sleutel tot het begrip van deze negatieve en destructieve ontwikkeling. Het is het gevolg van het proces van massalisering en commercialisering van het financiële systeem. In 1951 had maar 9 procent van de Amerikanen aandelen. In 1958 gaf de Bank of America pas de eerste 60.000 creditcards uit in Californië. ,,Nu hebben we een financieel systeem dat van de massa is, waarin de ontwikkeling richting depersonalisatie, onverantwoordelijkheid en deregularisering ongelooflijk snel is gegaan. We zijn in een markt gekomen die alles wil verkopen aan wie het wil kopen, zelfs waardeloze prullen aan domkoppen. Want ook domkoppen betalen commissie.

,,En zo is vanaf de jaren tachtig de hoofdactiviteit van de banken niets anders dan het in steeds kleinere mootjes hakken van de grote kapitalen. En al die stukjes verkopen ze aan Jan en Alleman zonder zich al te druk te maken over de kwaliteit van het product en het uiteindelijke resultaat ervan. ,,Het enige wat de directies van de banken interesseert, is dat ze zich formeel juridisch gedekt zijn. En die dekking kopen ze in de vorm van kostbare certificatie afgegeven door de advocatenkantoren.''

,,Zie hier de huidige wereld van de bankenbestuurders, juristen, en accountants, allemaal professionals die heel veel macht hebben. Maar ze hebben macht zonder verantwoordelijkheid te dragen, iets wat eeuwenlang een privilege was dat alleen aan prostituees toebehoorde.'' Het is hoog tijd voor niet alleen Italiaanse, maar ook voor internationale hervormingen van de financiële spelregels, vindt Vitale. ,,Het financieel systeem dat dateert uit de jaren dertig van de vorige eeuw is niet meer in staat om de problemen van vandaag en morgen aan te pakken.''