Europa niet gebaat bij schijnoplossingen

De Europese Unie is na de mislukking, vorige maand, van de Eurotop in Brussel in een onmiskenbare impasse geraakt. 2004 is het jaar van de uitbreiding met tien nieuwe lidstaten. Het had ook het jaar van een nieuw grondwettelijk verdrag moeten worden. Het eerste gaat door; hoe het verder moet met de Europese constitutie, steen des aanstoots op de Europese top, weet nog niemand. Tussen beide onderwerpen is een direct verband. Immers, de Europese grondwet moet de Unie mede met het oog op de uitbreiding democratischer, transparanter en efficiënter maken. Dit streven vond zijn voorlopige Waterloo op een top die door wantrouwen werd overheerst. Overigens is het moeilijk voorstelbaar dat een pak papier van meer dan 250 pagina's Europa voor zijn burgers transparanter maakt. Efficiënter misschien? Ook dat valt te betwijfelen gezien de bureaucratie die vastzit aan de komst van een `president van Europa', een van de aanvechtbare punten uit het ontwerpverdrag.

De afgelopen weken hebben nog geen oplossing gebracht. Ierland, vanaf 1 januari een half jaar EU-voorzitter, moet de problemen inventariseren en de `Brusselse knoop' ontwarren. Zoals vaker in tijden van Europese crises zoeken sommigen, en niet de minsten, hun heil in nepoplossingen. Net als twintig jaar geleden, toen de EU aan `eurosclerose' leed, is ook nu weer sprake van suggesties van `twee snelheden' in Europa. De een spreekt van een `kopgroep' en een `volggroep'; de ander heeft het over een `kern-Europa'. De Franse president Chirac heeft het idee omarmd van een pioniersgroep, waarin Frankrijk uiteraard de toon zet. België en Duitsland zijn wel voor dit plan te porren. En zo leek de Europese trein weer even op gang te komen, met eerste-, tweede- en misschien zelfs derdeklascoupés met houten banken. Landen die daarheen verwezen worden, Letland bijvoorbeeld, hebben pech. Ze kunnen slechts hopen ooit nog eens op het skai of het pluche terecht te komen. Dat dit scheve ogen zal geven, laat zich raden. Het is een merkwaardige vertoning. Uitgerekend in het jaar van de uitbreiding krijgen de oude lidstaten koudwatervrees en verwijzen ze de Midden- en Oost-Europese nieuwkomers naar de tweede rang. Het zal de verdeeldheid aanwakkeren. De impasse kan aldus een chaos worden. De haalbaarheid van een `hoofd- en bijwagen' is overigens gering: zo'n model moet de instemming van alle 25 lidstaten hebben. Een kopgroep zou slechts buiten de EU om kunnen worden gevormd. Een machteloze hartenkreet slaakte de Belgische minister van Buitenlandse Zaken, Michel. Hij vroeg zich af of wel bij iedereen de politieke wil aanwezig is om vooruit te gaan in een Europa van 25 lidstaten. Het is een zinnige vraag – maar ze wordt wel wat laat gesteld.

Doorbreking van de huidige toestand is alleen mogelijk bij voldoende vertrouwen tussen de lidstaten en bij bereidheid om compromissen te sluiten. Wat het eerste betreft draait veel om de rol van Duitsland als `hartland' van de Europese Unie. Daarover zei de Duitse oud-bondskanselier Helmut Kohl deze week in de Frankfurter Allgemeine Zeitung behartigenswaardige dingen. Duitsland, vindt hij, is het aan zijn geografische ligging in het midden van Europa verplicht ook in de EU-onderhandelingen een middenpositie in te nemen. Nu is daar nauwelijks sprake van. Bondskanselier Schröder laat zich voor het karretje van Chirac spannen, die van de EU een Groot-Frankrijk wil maken. Het andere punt, sluiten van compromissen, veronderstelt enige overeenstemming over de hoofdzaken uit het ontwerp van de Europese grondwet. Als document is het nu te ambitieus, haalt het te veel overhoop en bemoeit het zich te veel met zaken die anders – lees: simpeler en met minder bureaucratie – te regelen zijn. Het is onvermijdelijk dat de omstreden constitutie wederom onder de loep wordt genomen, en met andere ogen wordt bekeken.