Dooddoeners

Moet je bij meer gevallen van wiegendood in één gezin uitgaan van kwade trouw? De Britse justitie oordeelde van wel. In vijftien jaar tijd werden minstens 258 ouders veroordeeld voor moord, en werden duizenden kinderen uit de ouderlijke macht ontzet. Maar een vonnis werd in hoger beroep herzien. Gevolg: deze week zijn 258 zaken heropend.

Meer dan twintig jaar was professor Sir Roy Meadow in Engeland de expert op het gebied van wiegendood. Meadow was voorzitter van de landelijke vereniging van kinderartsen en genoot ook internationaal aanzien. Hij had een vorm van kindermishandeling gedefinieerd, waarbij kinderen het slachtoffer worden van medische aandachtzoekerij van (meestal) hun moeder: het syndroom van Münchausen by proxy. Toen op Meadows gezag begin jaren negentig een Britse verpleegster werd veroordeeld voor moord op vier kinderen die ,,toevallig'' tijdens haar dienst in een crisis terechtkwamen, groeide Meadow uit tot a prosecutor's dream – een getuige-deskundige die zonder een spoor van twijfel zijn stellingen poneerde en contra-expertise van de verdediging onderuit haalde.

Meadow werd zaak na zaak namens de staat in stelling gebracht. Zijn zelfverzekerdheid maakte grote indruk op rechters en juryleden. Ze gingen af op Meadow's law als ze moesten beslissen of de onverwachte en onverklaarbare dood van een baby'tje een sinistere achtergrond had. De kinderarts had voor meer gevallen van wiegendood binnen één gezin een vuistregel opgesteld: ,,Eén klein kindje dat plotseling overlijdt is een tragedie, bij een tweede keer is het verdacht en bij een derde keer is het moord, tenzij het tegendeel wordt bewezen.'' Een standpunt dat hem in 1999 nog een publicatie opleverde in een gezaghebbend Brits medisch tijdschrift. Hij schreef: ,,De term wiegendood moet gereviseerd worden, of afgeschaft.''

Misschien wel 5.000 kinderen zijn de afgelopen tien tot vijftien jaar mede op Meadows decreet uit huis geplaatst, onder voogdij gesteld of ter adoptie overgedragen. Ruim 258 ouders zijn, dikwijls op gezag van dr. Meadow, als kindermoordenaars naar de gevangenis gestuurd en 54 van hen zitten nu nog vast. Veel van hen hebben altijd vastgehouden aan hun onschuld. Nu, na een drietal recente, spectaculaire vrijlatingen, vinden hun protesten voor het eerst weerklank. Alleen, voor gerechtigheid is het te laat. Professor Meadow zit thuis, zijn reputatie in duigen, en wacht op een zitting van de General Medical Council (het medisch tuchtcollege) die hem verdenkt van serious professional misconduct, het op ernstige wijze verkeerd uitoefenen van zijn beroep. Dan gaat het vooral om het toepassen van zijn kennis als getuige-deskundige voor de rechtbank, een bijbaantje dat top-experts naar schatting zo'n 250.000 pond per jaar aan extra inkomsten kan opleveren.

Voor de rechtbank heeft Roy Meadow inmiddels afgedaan als getuige-deskundige. Drie veroordeelde moeders, de apotheker Trupti Patel (drie overleden kinderen), de advocate Sally Clark (twee kinderen) en Angela Cannings (twee kinderen) zijn inmiddels vrijgelaten, Clark en Cannings na maanden gevangenis. Meadow's law strookt niet met moderne medische inzichten, die het veelvoudig voorkomen in één gezin van wiegendood steeds vaker toeschrijven aan medische en/of omgevingsfactoren zonder dat sprake is van moord.

Justitie moet 258 veroordelingen voor moord cq doodslag herzien en van duizenden kinderen die uit huis zijn geplaatst nagaan of dat op goede gronden is gebeurd. Ze heeft geen keus. De Engelse rechter in hoger beroep oordeelde in de zaak van Angela Cannings (40) dat de medische wetenschap ten aanzien van wiegendood helemaal niet zo vergevorderd is als Meadow deed voorkomen, maar ,,zich nog steeds bevindt in het voorportaal van (volledige) kennis''. En dat, bepaalde de rechter, betekent dat voortaan ,,daar waar verschil van mening bestaat tussen gezaghebbende experts in een zaak waar twee of meer kinderen (in een gezin) om onverklaarbare redenen plotseling zijn gestorven, de gerechtelijke vervolging van een ouder of ouders niet in gang gezet gezet of voortgezet mag worden, tenzij er meer aanvullend en samenhangend bewijs voorhanden is''.

De uitspraak stelt justitie voor praktische obstakels. Hoe herzie je op korte termijn strafzaken van 258 ,,kindermoordenaars'', zelfs als je voorrang geeft aan de 54 zaken waarvan de ouders nu gevangen zitten? Hoe herzie het veel grotere aantal uithuisplaatsingen die door de kinderrechter zijn opgelegd? Het is een nachtmerrie: wie is er gediend bij ,,teruggeven'' en hoe moet de afweging worden tussen wat juridisch juist is en wat emotioneel verdraaglijk? Wat is het beste voor elk kind? En voor de ouders? Sommigen worden voortdurend in de gaten gehouden door de kinderbescherming, anderen hebben het krijgen van meer kinderen uitgesloten uit angst dat ook die afgenomen zouden worden.

Doorgeslagen

Emeritus hoogleraar prof dr. J. Huber was kinderpatholoog aan het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht en is nog steeds betrokken bij Europees onderzoek naar de oorzaken van wiegendood. Hij was een deskundige die in de rechtszaken tegen Trupti Patel en Angela Cannings opgeroepen werd door hun verdedigers om Meadow's law te ontkrachten. Meadows dieptepunt kwam toen hij voor de rechtbank verklaarde dat de kans op het voorkomen van meer dan één wiegendood binnen één gezin er één was van 1 op de 73 miljoen. Dat vormde voor het Britse Bureau voor Statistiek aanleiding de Lord Chancellor te schrijven, dat hiervoor ,,geen basis in de statistieken is te vinden''. De rechtbank in hoger beroep accepteerde vervolgens een waarschijnlijkheidsberekening van 1 op 100 binnen twaalf maanden.

Huber nu: ,,Meadow heeft zeker verdiensten gehad. Hij had destijds gelijk toen hij aantoonde dat onverklaarbare, plotselinge kindersterfte niet alleen maar een onverklaarbaar verschijnsel was dat ,,zielig'' was voor ouders, maar ook wel degelijk te maken kon hebben met infanticide. Maar Roy Meadow is doorgeslagen en nu zit hij met de gevolgen daarvan.

,,Ik heb als patholoog-anatoom in mijn leven honderden gevallen van wiegendood onderzocht en natuurlijk kan er sprake zijn van vuil spel. Maar de ervaring leert dat dat alleen bij hoge uitzondering het geval was. Ik heb in mijn hele carrière één geval gekend van moord, echt met voorbedachte rade, en één geval waarin ik mijn sterke verdenkingen had, zonder dat het tot vervolging is gekomen. Natuurlijk bestaat er een grijze groep van onverantwoordelijke ouders die geen rekening houden met de bekende risicofactoren: roken in nabijheid van een baby, ouders die drinken, of die in omstandigheden leven waarin ze zo'n kind verwaarlozen. Maar daar kun je toch niet de politie op af sturen? Die moet je intensief begeleiden en eventueel onder toezicht stellen.''

The Foundation for the Study of Infant Death (FSID), de Britse variant op de Nederlandse Stichting Wiegendood, becijfert dat er binnen het Verenigd Koninkrijk in een op de zestien wiegendoodgevallen ,,reden voor achterdocht'' is. Professor Peter Fleming van het Institute of Child Health in Bristol schat dat binnen het Verenigd Koninkrijk in zes à zeven procent van de gevallen sprake is van mishandeling als doorslaggevende factor. In nog eens vier procent is geweld een bijkomende factor. Dat zou betekenen dat negen op de tien gevallen van wiegendood een natuurlijke oorzaak hebben. De vraag is alleen: welke?

Huber: ,,Er zijn verschillende oorzaken die wij vroeger niet herkenden en nu een rol blijken te spelen. Stofwisselingsziekten, hartgeleidingsstoornissen, erfelijke factoren – de mate van onverklaarbaarheid van wiegendood is nog steeds groot, maar wel minder geworden.''

Volgens de Britse Stichting Wiegendood bezwijken binnen het Verenigd Koninkrijk jaarlijks tussen de 350 en 400 baby's aan wiegendood. Dat is bijna 70 procent lager dan in 1991, toen ouders voor het eerst het advies kregen om baby'tjes op hun rug te slapen te leggen. Nederlandse cijfers voor wiegendood laten een soortgelijke daling zien: van 220 gevallen in 1984 tot 24 nu.

Daarmee heeft Nederland de laagste score voor wiegendood van heel Europa. Bij gratie van de preventieve gezondheidszorg in Nederland, verklaart onderzoeker en psychotherapeute dr. M. l'Hoir, die als wiegendood- en kindermishandelingsspecialiste is verbonden aan het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht. Ze somt op: vijfennegentig procent van de ouders komt naar het consultatiebureau, er is een wijkzuster, en wij geven in Nederland niet alleen maar lichamelijke zorg, maar wij geven ook breder sociaal-maatschappelijk advies. Er is zoveel hulp en begeleiding, zeker voor ouders die al eens zijn geconfronteerd met wiegendood.''

l'Hoir promoveerde in 1998 op de oorzaken van wiegendood. In Nederland wordt het aantal baby's binnen de wiegendoodgroep bij wie sprake is van kindermishandeling (en Münchausen by proxy valt daaronder) sindsdien geschat op 3 procent. Van de 88 baby's van wie l'Hoir de doodsoorzaak onderzocht van maart 1995 tot september 1996, werden 14 baby's uitgesloten, omdat voor hun overlijden een verklaring werd gevonden. Bij 2 zuigelingen was sprake van kindermishandeling. Eén baby had een hersenbloeding als gevolg van mishandeling door de partner van de moeder. Een andere baby was gestikt, vermoedelijk door mishandeling. Een jaar na het onderzoek bekende de moeder alsnog bij de politie dat zij dat haar baby zelf had aangedaan.

Het cijfer duidt op een gemiddelde van één wiegendood per jaar waarbij sprake is van crimineel handelen van een ouder of verzorger. l'Hoir zegt desgevraagd dat zij niet op de hoogte is van een veroordeling na `wiegendood' in Nederland, waarbij een (van de) ouder(s) nu in de gevangenis zit.

Lijkschouwer

Hoe zijn dan de veel hogere aantallen veroordeelde kindermoordenaars in Engeland te verklaren? Zeker niet alleen maar op grond van Meadows expertise. Wat in Engeland bijdraagt tot vaststelling van kindermoord, is dat in Groot-Brittannië in geval van wiegendood de hulp van een lijkschouwer wordt ingeroepen. Dat schrijft de wet voor. In Nederland is dat niet zo. Dat laat ruimte voor onduidelijkheid en in de woorden van Huber ,,onder het tapijt schuiven'' van verdachte omstandigheden.

Huber: ,,Stel je de arts voor die bij zo'n dood baby'tje wordt geroepen. Meestal is dat de huisarts. Hoe moeilijk is het voor hem om te zeggen dat hij de zaak niet vertrouwt. Daarmee doorbreekt hij de vertrouwensrelatie met de ouders. Moet hij de GGD-arts erbij halen en samen de conclusie trekken: is hier sprake van een onnatuurlijke dood? Dan haal je heel wat overhoop.''

Huber is er voorstander van om in het geval van wiegendood de arts te ontlasten van de taak om vast te stellen of sprake is van een al dan niet natuurlijke dood. Voor een juist oordeel is uitvoerig lichamelijk onderzoek door een kinderarts nodig – en sectie. Om te voorkomen dat een mogelijke schuldvraag blijft hangen en justitie onnodig wordt ingeschakeld, geeft hij de voorkeur aan een wetswijziging naar Brits model. Daar wordt bij wiegendood altijd sectie verricht. Ouders hoeven dan niet zelf te beslissen: ze staan voor een voldongen feit. En daarbij zou Huber ook graag zien dat er een opleiding kwam voor de training en forensische scholing van specialisten op het gebied van wiegendood – ,,maar dat kost geld''.

Of zijn wens gestalte krijgt, moet later dit jaar duidelijk worden wanneer een interdepartementale werkgroep aanbevelingen doet voor een eenduidige aanpak in geval van wiegendood. Daaraan bleek behoefte na een onderzoek onder huisartsen in 1998. Vijftig artsen beantwoordden de vraag `hebt u bij wiegendood wel eens getwijfeld of er sprake was van natuurlijke dood' met `ja'.

..Maar twijfelen is iets anders dan zeggen dat er in vijftig gevallen ook daadwerkelijk van verdachte omstandigheden sprake is'', meent l'Hoir. ,,Natuurlijk rijst er twijfel als je een baby onder de dekens aan de voet van het ouderlijk bed aantreft en een ouder heeft alcohol gedronken. Ik steun Huber in zijn pleidooi baby's verplicht te laten onderzoeken na onverwacht overlijden thuis. In mijn onderzoek gaf zeventig procent van de ouders nog toestemming, dat is gedaald naar 46 procent, ik denk als gevolg van de omstreden praktijken van de Nederlandse patholoog-anatoom Dick van Velzen die in Engeland zonder toestemming van ouders organen achterhield. Bekend is dat in 10 tot 15 procent van de onderzochte gevallen een verklaring voor het overlijden wordt gevonden.

,,Een huis waarin een baby dood is gevonden moet niet worden gezien als een crime scene, waar de politie rood-wit gestreepte linten komt spannen en ouders scheidt van hun kind om een onderzoek te starten. Er moet een arts aan huis komen, die goed opgeleid en geïnformeerd is. Hij moet vastleggen onder welke omstandigheid de zuigeling is aangetroffen, anamnese afnemen en de ouders informeren over onderzoek na de dood.

,,Ik ontken niet dat kindermishandeling van heel kleine kinderen, bij de groep baby's die zich presenteert als wiegendood, hier in Nederland voorkomt, maar het gaat om een piepklein groepje. Daarvoor hoef je ouders niet nóg eens te traumatiseren.''

Voor dit artikel zijn onder meer Channel Four News, The Sunday Telegraph en The Independent geraadpleegd. Meer informatie op www.wiegendood.nl