De macht van de hoofddoek en de imam, de vader en de rotjongen op de hoek

Moslima, afgelopen zaterdag heb je samen met je duizenden zusters in Frankrijk gedemonstreerd tegen het wetsvoorstel om het dragen van een islamitische hoofddoek op openbare scholen te verbieden. Je zit te popelen totdat de afgelaste demonstratie in Den Haag nog een keer kan worden gepland, zodat je ook in Nederland kan laten zien dat je kunt opkomen voor je rechten. Voor je vrijheid, gelijkheid en broederschap!

Over dit meest zichtbare symbool van jouw religie worden ondertussen inktpotten leeggeschreven. Je hebt bereikt dat het misschien wel een van de ingewikkeldste stukken kleding van onze tijd is geworden. In de gehele publieke ruimte, zoals in scholen en opleidingen, dwingen jouw zusters het dragen van een hoofddoek af. Het moet toch wel erg machtig voelen, mijn zuster.

Moslima, ik voel me geroepen jou te schrijven, want ik weet wat je doormaakt. Ik weet dat een hoofddoek dragen lekker aanvoelt. Als puber heb ik twee jaar in een islamitisch land onder mijn moslimbroeders en -zusters gewoond. Dagelijks in het openbaar bedekte ik mijn hoofd en lichaam. Het was geen keuze, zoals jij die hier hebt, het was een verplichting. Tegenstribbelen had geen zin, niemand die luisterde. Elke dag op weg naar school, lopend door de drukke straten, waren hoofd, haar en de rondingen van borsten, buik en billen bedekt. Die bestonden niet, voor de buitenwereld. Ze mochten niet worden bekeken om de familie-eer niet te bezoedelen.

Maar het hielp niet. Dagelijks incasseerde ik bekijks van mannen, die mij angst inboezemden en mij me deden schamen voor alles wat mij vrouw maakte. Met mijn ogen streng naar voren gericht, deed ik alsof er geen mannen waren en begon ik mezelf te ontkennen.

Maar langzaam leerde ik de macht naar mij toe te trekken. Mijn vrome ik maakte plaats voor een vrijer ik. Met mijn nonchalant ontsnapte lokken van onder mijn sensueel gedrapeerde hoofddoek, gestifte lippen en pikzwarte koologen leerde ik genieten van de verboden aandacht op straat. Als een vreemde blik `toevallig' mijn blik ontmoette, keek ik beschaamd en met lichte dramatiek weg. Alsof ik daarmee wilde zeggen: ,,Ik weet dat ik de bron van de verleiding ben.''

Pure onschuld uitstralend zocht ik naar manieren om mezelf begeerlijker te maken. Mijn hoofddoek werd een cultureel bepaalde expressie van hoe ik mij in verleidelijke zin mocht uiten. Wat mij eerst vermoeiende uitstapjes leken, werden de mooiste stukjes van mijn dag. Zo kon ik mij ook wreken op mijn ooms en neven, die in hun strakke westerse spijkerbroeken, ,,hun vrouwen'' streng dicteerden hoe zij zich moesten kleden en gedragen, terwijl zij zichzelf nergens in beperkten.

Dit herken je natuurlijk, moslima. Ik zie je al staan, zo op straat met je hoofddoek in zachte zijde die je naakte kaaklijn doet uitkomen. Je geaccentueerde gezichtstrekken en sprekende ogen vragen erom van top tot teen gestreeld te worden door verlangende ogen. Mysterieus en begeerlijk, met de puurheid van een maagd, ben je de ware bijenkoningin, waarvoor de mannen doen waar ze voor gemaakt zijn: proberen het jou naar de zin te maken. Alle gescoorde aandacht maakt je alleen maar sterker tegenover je niet hoofddoekdragende moslimzuster.

Ik ontken niet dat de hoofddoek meer is dan een instrument van macht en verleiding. Je moslim-identiteit wordt gemanifesteerd. Je maakt een statement tegen de westerse samenleving. Je biedt tegenwicht aan peer pressure van je vriendenkring. En als hoofdprijs: de imam, je broer, je vader en de hoer-roepende-rotjongen om de hoek worden koest gehouden. En dat allemaal omdat je je seksualiteit alleroppervlakkigst bezweert met dat flinterdunne hoofddoekje, het doorzichtige, zogenaamd heilige teken dat deze categorie van mannen tenminste nog begrijpt.

Maar deze echte redenen voor het dragen van een hoofddoek zou ik nog even voor je houden, mijn zuster. Anders red je het niet in je strijd tegen de laïcité. Gooi je recht op het dragen van een hoofddoek maar over de boeg van de religieuze vrijheid, dan zullen de schuldbewuste secularisten je alle ruimte geven.

En de moslimman? De man die jou te emotioneel vindt om je gelijke rechten te geven, zal met verbazing aanschouwen hoe jij zijn meerdere wordt in je strijd tegen de westerse wetgeving. Laat die moslimman maar denken dat je `zijn' cultuur en religie uitdraagt. Ik durf te wedden, dat naar mate jouw zusters zich langer bewegen tussen mannen in het algemeen – en dus niet alleen tussen moslims – het onderscheid tussen moslimmannen en niet-moslimmannen zal vervagen.

Het doekje verliest dan langzaam aan betekenis; als je voor beide typen toch gelijkelijk moet oppassen, waarom zou je dan eindeloos vasthouden aan de manier waarop alleen moslimmannen dat vragen? Dan gaan de doekjes er weer af. Daardoor worden moslima's niet minder moslim. Alleen voelen ze zich dan vrij om zelf uit te maken hoe zij geloven. Dat duurt nog wel even en daar zullen we gewoon met zijn allen doorheen moeten – laïcité of niet.

Naema Tahir

Van Pakistaanse afkomst, geboren in Engeland en op haar tiende naar Nederland verhuisd. Als juriste werkzaam voor de Nederlandse Mededingingsautoriteit in Den Haag