De Indus op Kreta

Er zijn opvallende overeenkomsten tussen het volk dat 4000 jaar geleden uit de Indus Vallei verdween, en de Minoïsche beschaving – aldus twee amateurs. Deskundigen noemen het onzin.

Tien jaar geleden ontdekte Astrid van den Kerkhof, die klassieke talen studeerde in Leiden, bij toeval dat de eerste lettergreep van het Sanskriet-woord voor wiel (cakra) fonetisch overeenkomt met het Lineair A-teken KA, dat onmiskenbaar een wiel voorstelt. Lineair A is het oudst bekende Europese schrift. Het werd 100 jaar geleden ontdekt op Kreta, maar is nog altijd niet ontcijferd. Lineair A is een syllabeschrift, waarbij ieder teken staat voor een lettergreep (zie kader). Die tekens verbeelden vaak alledaagse objecten waarvan de eerste lettergreep de klank vertegenwoordigt. Vanwege hun eenvoud zijn veel van dergelijke logogrammen niet eenduidig terug te voeren tot specifieke objecten. KA is echter zonder twijfel het logogram voor wiel. Een grappige toevalligheid tussen twee talen die geografisch 5000 kilometer uit elkaar liggen.

Acht jaar later lezen Van den Kerkhof en haar man Peter Rem een artikel in National Geographic over archeologische opgravingen van Harappa, een grote stad in de Indus Vallei, in wat tegenwoordig Pakistan is. Het volk dat daar leefde verdween omstreeks 2000 v. Chr. vrij plotseling, mogelijk als gevolg van ecologische veranderingen. Opgravingen onthulden een voor de vroege bronstijd zeldzaam geavanceerde beschaving. De huizen hadden meerdere verdiepingen en waren uitgerust met stromend water, toiletten en riolering, en er waren grote openluchtbaden. Kort daarop leest Rem een boek over de Minoïsche beschaving op Kreta. Ook de paleizen van koning Minos beschikten over toiletten, riolering en stromend water. Voeg daarbij dat de Minoïsche beschaving opkwam omstreeks de tijd dat de Harappa beschaving verdween, en de intrigerende vraag is geboren of er een verband bestaat tussen die twee culturen.

overeenkomsten

Rem besloot deze gewaagde hypothese te toetsen op de manier die hij als fysicus, verbonden aan de subfaculteit Technische Aardwetenschappen van de TU Delft, gewend is: feiten verzamelen, verbanden leggen, en statistiek bedrijven. Uit verslagen over de Harappa opgravingen noteerde hij alle elementen die de archeologen als het meest bijzonder en karakteristiek voor de Indus Vallei-cultuur aanmerkten. Naast de reeds genoemde sanitaire technologie zijn dat de noord-zuid oost-west-oriëntatie van de straten, de afwezigheid van religieuze tempels, en het ontbreken van verdedigingswerken (muren) rond de steden. Omdat er ook geen afbeeldingen zijn gevonden van strijdtaferelen, leefde men blijkbaar in vrede met naburige volkeren – een zeldzaamheid voor die tijd. In geen enkele contemporaine cultuur zijn deze elementen aangetroffen, maar de Minoïsche cultuur had ze allemaal. Bovendien vertonen culturele en religieuze gebruiken en voorwerpen uit de Indus Vallei en Kreta grote overeenkomsten: de verafgoding van de stier,het dragen van horens tijdens religieuze ceremonies, dubbelbladige bijlen, afgodsbeelden met blote borsten en schijfvormige ogen, beeltenissen van rituele schommels, en beeldjes van mensen die met de rechterhand hun ogen bedekken. Ook afbeeldingen van boten vertonen sterke gelijkenis. Aardewerk is versierd met veelpuntige sterren met in het midden concentrische cirkels, en met visschubmotieven en swastika symbolen. Zowel in de Indus Vallei als op Kreta gebruikte men een binair stelsel van gewichten (1,2,4,8,16, ...).

Als het volk uit de Indus Vallei de Minoïsche beschaving stichtte, dan tekent Lineair A natuurlijk hun taal op. Het is echter niet bekend welke taal er omstreeks 2000 v.Chr. in de Indus Vallei werd gesproken, want het Indus-schrift is nog niet ontcijferd. Misschien is uit die taal het Vedisch (een oude vorm van Sanskriet) ontstaan, alhoewel de heersende opvatting is dat pas omstreeks 1500 v. Chr. een inval van Indo-Iraniërs het Sanskriet naar de Indus Vallei bracht. Rem wijst echter op een historische parallel: ``Vóór de Dorische inval werd er in Griekenland ook al Grieks gesproken. De Dorische inval was weliswaar de laatste grote inval, maar zeker niet de enige. Er zijn aanwijzingen dat er ook eerdere invallen in de Indus Vallei waren.''

Als Minoïsch en Vedisch een gemeenschappelijke bron hebben, dan zal er een overeenkomst zijn tussen Lineair A en Vedisch. Het oudst bekende Sanskriet geschrift is de Rigveda, waarin hoog poëtische religieuze teksten staan die eeuwenlang mondeling werden overgeleverd. Hoewel die tekst dateert van na 1500 v. Chr., blijkt er een grote overeenkomst te bestaan met het Lineair A. Als Lineair A-teksten worden gelezen als Vedisch, ontstaan zinnen waarvan de betekenis een relatie heeft tot het voorwerp waarop de inscriptie is aangebracht.

ontcijferingen

Om alle feiten op een rijtje te zetten, schreven Peter en Astrid Rem een wetenschappelijk artikel over hun onderzoek. Het manuscript legden ze voor aan Robert Beekes, emeritus hoogleraar vergelijkende taalwetenschappen aan de Universiteit van Leiden en gespecialiseerd in het pre-Grieks, en aan zijn opvolger Alexander Lubotsky, een Sanskriet-expert. Beiden staan zeer sceptisch tegenover pogingen van amateurs om een schrift te ontcijferen of een taal te verklaren. Er gaat dan ook geen maand voorbij zonder dat iemand hen benadert met een nieuwe ontcijfering of een `opzienbarend verband' tussen twee ongerelateerde talen. Lubotsky: ``Met een Pools en een Koreaans woordenboek in de hand wijst zo iemand dan op alle woorden die daarin overeenkomen.''

Het vakgebied heeft nu eenmaal een grote aantrekkingskracht op amateurs, niet in de laatste plaats omdat buitenstaanders in het verleden belangrijke bijdragen hebben geleverd. Zo ontcijferde de architect Michael Ventris het Lineair B, en legerofficier Henry Rawlinson het Spijkerschrift. Volgens Lubotsky zijn de meeste amateur-ontcijferingen eenvoudig te weerleggen, en is het veel moeilijker om de ontcijferaars daarvan te overtuigen. ``Er bestaan tientallen `ontcijferingen' van de beroemde schijf van Phaistos. Zelfs als één daarvan correct zou zijn, dan is de rest per definitie onzin. Het is onbegonnen werk om dat aan al die fanatieke amateurs duidelijk te maken.''

Als de Minoïsche beschaving werd gesticht door het volk dat omstreeks 2000 v.Chr. de Indus Vallei verliet, rijst natuurlijk de vraag hoe ze op Kreta zijn terechtgekomen. Het staat vast dat Indus Vallei-bewoners reeds in de 23ste eeuw v.Chr. handel dreven met Mesopotamië, en daar ook gewoond hebben. Met hun schepen voeren ze via de Perzische Golf en de Eufraat het tweestromenland binnen. In het noorden van Syrië is de Eufraat slechts 150 km verwijderd van Alalakh, destijds een belangrijke havenstad aan de Middellandse Zee. Langs die route werd veel cederhout getransporteerd, en koper afkomstig uit Cyprus. Omgekeerd vond ivoor uit die regio zijn weg naar Kreta. Het was een drukke handelsroute, en als de Minoërs niet uit de Indus Vallei kwamen, dan waren beide volkeren elkaar in Syrië zeker tegengekomen. Lubotsky beaamt dat Sanskrietsprekers in Mitannië (Noord-Syrië) zijn terechtgekomen. En op Cyprus zijn lange doorboorde kralen gevonden die zeer typerend zijn voor de Indus Vallei.

Als de Minoërs uit de Indus vallei kwamen, dan tekent het Lineair A schrift hun taal op. Was die aanvankelijke ontdekking dat het Lineair A-teken `KA' fonetisch gelijk is aan de eerste lettergreep van `cakra' dan toch geen toeval? Volgens Lubotsky spreek je `cakra' uit als `tsjakra' – geen KA-klank dus. Maar Rem baseert zich op het standaardwerk van Whitney over de grammatica van het Sanskriet, waarin staat dat de `ca'-klank rond 2000 v. Chr. van achter naar voren in de mond verplaatste, en zo een `tsja' werd. Lubotsky houdt vol dat de oorspronkelijke klank weliswaar harder was, maar geen KA is geweest.

Rem gebruikt ook statistische argumenten: ``In het Sanskriet bestaat eigenlijk maar één synoniem voor het begrip `wiel', namelijk cakra. Als Sanskriet en Minoïsch ongerelateerd zijn, zou het woord voor wiel met elke willekeurige lettergreep kunnen beginnen. De kans dat het met KA begint is minder dan twee procent. Als je een symbool moet verzinnen voor een lettergreep, kies je natuurlijk een redelijk algemeen woord. Zodra je uitkomt op een woord als `leuningschroefje' om je theorie overeind te houden, moet je gaan twijfelen. De lettergreep WA komt heel vaak voor, maar LA is lastig, want er zijn maar drie Sanskriet woorden die met LA beginnen.'' WA is het Lineair A teken waarbij je draadjes aan een doek ziet hangen. In het Sanskriet betekent `va' (uitgesproken als `wa') weven. Slechts drie procent van alle Sanskriet-woorden begint met de lettergreep `va'. Zo ook voor LA, het symbool dat een ploeg voorstelt ('langala' in Sanskriet), en NI, met als logogram een vijgenboom ('niladruma'). De kans dat alle vier symbolen in het Sanskriet met de juiste lettergreep beginnen is slechts één op een miljoen.

cyprus

Rem vergeleek ook de frequentieverdeling van alle lettergrepen in de Rigveda met het Lineair A. Helaas is het Lineair A-corpus erg klein, en bestaat voornamelijk uit taalkundig weinig interessante inventarislijsten (zie kader). Op Cyprus is echter een tablet gevonden met twintig regels tekst, opgetekend in het Cypro-Minoïsch – een variant van het Lineair A. De statistische overeenkomst tussen de lettergrepen in deze tekst die van de Rigveda is net zo sterk als die tussen twee verschillende teksten uit dezelfde taal.

Lubotsky voert twee bezwaren aan: ``De lettergrepen uit het Lineair A zijn volstrekt ongeschikt om de complexe klanken van het Sanskriet weer te geven. En het is onbestaanbaar dat er geen sporen van het Sanskriet in het Grieks zijn terug te vinden.''

Maar als Rem Lineair A-inscripties interpreteert als Vedisch, ontstaan zinnen met een betekenis in relatie tot het voorwerp waarop die tekst staat. Volgens Lubotsky zijn die teksten echter geen Sanskriet. Hij hecht daarom weinig belang aan de betekenis van teksten, zoals KI (betaal) of KI-RI-TA (verkocht), die op administratieve tabletten voorkomen. De tekst op een plengoffertafel noemt Ida als de godin waaraan het offer wordt aangeboden. Ida is een Vedische godin die als de moeder van de kudde werd beschouwd. Rem vindt die gerelateerde betekenis van grote toegevoegde waarde: ``Wij beweren niet dat Lineair A het Sanskriet optekent, alleen dat er een gemeenschappelijke bron is, een Indo-europese oertaal waaruit zich later het Sanskriet heeft ontwikkeld. Die oervorm is uit de Indus Vallei naar Kreta gebracht, en daar neergeschreven in het Lineair A.''

Als er ooit meer Lineair A teksten worden gevonden zal pas blijken of de theorie van Rem en Van den Kerkhof stand houdt. Tot die tijd beschouwen de experts het als een levendige fantasie.