Bite the Gnatze

Zingen kan Paul Pallesen niet en een toekomst als gitaarvirtuoos lijkt er evenmin in te zitten. Dat hij als bandleider toch overtuigt, is te danken aan zijn kwaliteiten als componist en arrangeur.

Op Wilde dans in een afgelegen Berghut, de tweede cd van het (jazz)octet Bite the Gnatze staan mooie staaltjes van polyfonie en vrolijke verwijzingen naar populaire muziek. Kom op Pop met zijn verkeerde klemtónen lijkt een dubbelzinnig eerbewijs aan volkszanger Eddy Christiani. In Zinder Zoom en zonder end met slide-guitar en banjo wordt een sfeertje gebouwd waarin `smeulend vuur' en `cowboy-avontuur' prima op elkaar zouden rijmen en in `Nieuw en Langzaam' duikt er een stuk `zigeunerjazz' op.

Dat het leenmateriaal, anders dan bijvoorbeeld bij Willem Breuker, niet luid en nadrukkelijk wordt geparodieerd, maar met zorg wordt verwerkt in een groter geheel geeft deze muziek iets intrigerends.

Ook van zogenaamd `domme' muziek valt met liefde iets moois te maken, dat lijkt Pallesens uitgangspunt. Dat dat idee in de huiskamer over komt is ook te danken aan bemanning van de Gnatze (= steekmug, nijdas) onder wie trombonist Joost Buis, klarinettist Michel Duijves en violist Jasper Le Clercq.

Voor het Mannetje heet het laatste, melancholische stuk. Paul Pallesen is geen Bill Frisell maar zijn pogingen om de landman en de stadsmens met elkaar te verzoenen hebben een minstens even troostend karakter.

Bite The Gnatze: Wilde dans in een afgelegen Berghut (TryTone TT 509-020).