Alpenkauw

Als het winter wordt en diepe sneeuw de berghellingen van de Alpen bedekt, daalt een vrolijke, zwarte vogel vanuit de hoogte naar lagere streken. Het is de alpenkauw (Pyrrhocorax graculus) die, zoals de historie vermeldt, slechts één keer in Nederland is waargenomen, in 1892. Zomers broedt de alpenkauw als kolonievogel op de rotswanden van het hooggebergte. Boven het dorp Berwang in Oostenrijk, hoogte 1.500 meter, zwermen alpenkauwen in zwarte wolken heen en weer. Ze graaien brood weg dat de inwoners en gasten rondstrooien. Ze gedragen zich onrustig en levendig. De alpenkauw heeft een even gebogen, gele snavel en priemende zwarte ogen. De poten zijn helrood. Volgens de traditionele ornithologische indeling behoren de kraaiachtigen tot de meest intelligente vogelfamilies. Het alpenkauwtje is zeker een slimme bergbewoner. Als er een voedsel ontdekt, dan roept hij met een schelle roep zijn soortgenoten. Zo overleeft de hele zwerm de winter om in het voorjaar, wanneer het groen op de bergflanken doorkomt, een goed heenkomen in de rotsige hoogte te vinden.

freriks@nrc.nl