Wit op wit

Noem drie belangrijke Nederlandse uitvindingen.

Niet zo moeilijk: de oranje wortel, de melk in de thee en de chocoladereep. De wortel was eerst wit, de thee met melk en de chocoladereep bestonden al helemaal niet. De chocola wel. Dikke brokken chocola werden gesmolten om warm op te drinken en er was harde chocola te koop om op te eten. De echte chocoladereep bestond niet. Tot mijnheer Van Houten in 1828 op het idee kwam om die ruwe chocola uit te persen. Hield hij in zijn ene hand de bruine chocola over (waar ook de chocoladesmaak in zit), en in zijn andere hand het ongekleurde vet. Dat noemden ze cacaoboter.

Die deed hij weer bij elkaar. Maar hij gebruikte meer boter dan er oorspronkelijk in zat en dat was de manier om de chocola harder of zachter te maken en er suiker aan toe te voegen. Hij moet eerst warm en zacht in een vorm worden gegoten en daarna afgekoeld waardoor het hard wordt. Voilà de chocoladereep!

Met de cacaoboter gaat het ongeveer hetzelfde. Daar doen ze alleen maar melkpoeder en suiker bij. Ook warm in de vorm gieten en koud er uit laten komen. Heb je wat wij witte chocolade noemen. Maar echte chocola is het eigenlijk niet. Toch wel lekker. Iets voor de zondagmorgen. Op een wit broodje.

Neem een langwerpig wit broodje. Dat snij je over de lengte doormidden. Daartussen leg je wat blokjes van die witte chocola. Niet te veel en niet te weinig. Dat broodje wikkel je in aluminiumfolie en je legt het in de hete oven. Vijf minuten moet genoeg zijn. Heb je een warm witwitbroodje. Tip: je kunt ook een bruinbruinbroodje maken. Of bruinwit, of witbruin.

Alles kan!