Uit de kilte van de goot

Een lied van de New-Yorkse punkzanger Tom Verlaine vormt het motto van de roman Nordkraft door de Deen Jakob Ejersbo (1960). In dat lied zingt Verlaine over het kwaad dat `gezonden is door de hemel' – het kwaad is dus een macht buiten de mens om. De toon van deze punktekst zet zich voort in de stijl van de hele roman.

De felrealistische openingszinnen van het eerste hoofdstuk `Junkhiehonden' vormen meteen de grimmige opmaat tot een boek dat het tragische wedervaren beschrijft van een groepje verslaafde verschoppelingen: `De hond gromt. Zijn hoektanden zijn wit van het kwijl en iedere keer als hij hapt voel ik de lucht naar mijn kruis stromen. Daar sta ik, met driehonderd gram hasj op mijn buik geplakt [...]. De geur ervan maakt de herdershond wild, zijn bek op slechts een handbreedte afstand van mijn kruis.' Dit tezamen – het motto en de rauwe directe toon – zijn de pijlers waarop Ejersbo zijn roman heeft gebouwd.

De ikfiguur die aan het woord is, luistert naar de schuldeloze naam Maria. Zij is een verslaafde drugskoerier, in de macht van haar dwingende vriend Asger. Het leven aan de rand van de maatschappij maakt Maria moe en wanhopig, toch heeft ze niet de kracht zich te bevrijden. In haar impasse schuilt het echec van alle personages uit deze roman: junks, verslaafden, treurig wrakhout aan de rand van de stad. Ze willen zich verheffen, maar vallen telkens terug. De hond die Maria grommend en blaffend bedreigt, wordt opgehitst door de politie. Ze weet te ontkomen naar een smerig krot in een buitenwijk van de stad Aalborg. Verderop verrijst boven het water het reusachtige silhouet van de elektriciteitscentrale waarnaar het boek is vernoemd, Nordkraft.

Het boek speelt zich af in de eerste helft van de jaren negentig. In de drie delen waaruit de roman bestaat, treedt elke keer een nieuwe figuur op de voorgrond. Een van de mooiste passages uit het aan Maria gewijde hoofdstuk beschrijft het bezoek aan haar gescheiden vader, die op een bijna kuise manier verslaafd is aan soft porno. Hij plaatst de glossy magazines opengeslagen op de piano en improviseert daarbij. De lichaamslijnen en -vormen van de blote meisjes laten zijn piano zingen. Zijn dochter is de beroerdste niet: op volleerde wijze slaat zij de bladzijden om als van een echte partituur. Het is een intieme scène, rustig verteld in dit verder zo heftig bewogen boek.

Met de dood van een van de junks eindigt de roman. De ouders van Thomas vinden hem dood op zijn kamer, geveld door een overdosis. Het is het even noodzakelijke als noodlottige slot van een roman die over roemloze levens gaat van jonge mensen zonder perspectief. Ejersbo is journalist met een voorkeur voor de zelfkant van de maatschappij. Hij heeft met dit boek, dat in Denemarken een groot succes is, meer gedaan dan participating journalism. Het boek zweeft tussen documentaire roman en literaire proeve.

Ejersbo is meer dan ooggetuige. Hij heeft zijn karakters levensecht gemaakt. Hun manier van praten in betrekkelijk enkelvoudige zinnen, kort, bot en grauw van woordkeus soms, is doeltreffend. De naargeestige seks die de personages met elkaar hebben, is niet een toonbeeld van zinnenprikkelend erotisch schrijven. Deze platheid sluit goed aan bij Ejersbo's punkstijl.

Het afscheid van de dode Thomas is ontroerend. De ontreddering van zijn ouders, die al jaren vreesden voor het leven van hun zoon, is meesterlijk getekend, zoals in het volgende citaat: `,,Haal hem hier weg,'' zegt de vrouw verbeten als ze zich omdraait en teruggaat naar de keuken. De man loopt naar zijn zoon toe. Hij stopt. Staat stil en tilt langzaam zijn hand om zijn zonnebril af te zetten. Het is schemerig in de kamer. Zijn spieren verschrompelen waardoor de man het gevoel heeft dat hij zweeft – los van zijn lichaam – terwijl hij op zijn hurken gaat zitten en een hand op de schouder van de jongen legt. Koud. IJskoud. Hij tilt voorzichtig de arm van de jongen omhoog. Deze voelt zwaar aan – de stijfheid begint in te treden. De man herinnert zich een EHBO-cursus voor bouwvakkers.'

De vader kan niet kiezen tussen stil verdriet en woede. Ze proberen de jongen van zijn vieze kleren te bevrijden en hem een schoon overhemd van zijn vader aan te trekken. Maar zijn lichaam is stijf. In deze onbeholpen handelingen schuilt de onmacht van de buitenstaander het leven in verslaving van iemand te begrijpen, of het nu een eigen kind is of de naamloze junkie aan de duistere kant van de straat. De song van Verlaine heeft Ejersbo de inspiratie gegeven om de helse hemel van de verslaafde uit te beelden.

Jakob Ejersbo: Nordkraft. Uit het Deens vertaald door Kor de Vries. Prometheus, 416 blz. €19,95