Slapende baby net niet strafbaar

In Rotterdam krijgt de burger waar hij om heeft gevraagd. Nieuwe, strenge regels moeten de leefbaarheid vergroten. Wie 's avonds met een zaklamp op straat loopt, heeft nu iets uit te leggen.

Het had weinig gescheeld of het Rotterdamse `zero tolerance college' had het laten slapen van een baby in een buggy strafbaar gesteld. Op verzoek van het openbaar ministerie besloten B en W in artikel 2.1.23 van de Algemene Plaatselijke Verordening `overnachten op de weg' te vervangen door `slapen op de weg': ,,Het is verboden op de weg, al dan niet in een motorvoertuig, te slapen.''

Bedoeling van het artikel was altijd het tegengaan van wildkamperen, overnachten dus. Maar tegenwoordig wordt ook ,,het slapen op de openbare weg als hinder beschouwd'': de zwervers die overdag op bankjes liggen te slapen. Vandaar het door het college gehonoreerde verzoek ,,om het artikel breder te trekken''.

Bij de eerste behandeling van de nieuwe APV, eind vorig jaar, vroegen gemeenteraadsleden naar de reikwijdte van het aldus aangepaste artikel: ,,Maakt dit het mogelijk dat ook baby's die overdag slapen op de bon worden geslingerd?'' Ja, antwoordde het college: ,,Puur juridisch gezien zou dit kunnen, echter bij de handhaving staat voorop dat de eisen van proportionaliteit in acht worden genomen.''

Gisteren ging de gemeenteraad akkoord met de nieuwe verordening, inclusief een toelichting op het slapen-op-de-weg-artikel waarin staat dat er geen baby's mee worden bedoeld. Maar ook anderszins past de modernisering van de Rotterdamse APV, ,,waarover uitvoerig overleg is gevoerd met bijvoorbeeld de regiopolitie en het openbaar ministerie'', in de `politiek van de nieuwe duidelijkheid' van de stad. Een bloemlezing:

De exploitant (of beheerder) van een café moet voortaan zelf aanwezig zijn als zijn kroeg open is. Zijn vergunning kan worden ingetrokken als hij `in enig opzicht van slecht levensgedrag' is. Wat dat is, bepaalt de burgemeester, waarbij ,,geen beperkingen zijn opgelegd aan de feiten of omstandigheden die mogen worden betrokken bij dit oordeel''.

Avondkappers, uitzendbureaus en belwinkels kunnen bij een ,,concreet voorzienbare ordeverstoring'' direct worden gesloten.

Hinderlijk drankgebruik in het openbaar wordt verboden. Immers: ,,Grote delen van de stad worden regelmatig geconfronteerd met overlast door personen die zich op de openbare weg, al dan niet in combinatie met drugs, te goed doen aan diverse soorten alcoholica en vervolgens passanten lastig vallen of andere met het gebruik van alcohol samenhangende overlast veroorzaken, zoals luid praten en schreeuwen, onderling ruzie maken en vechten, vervuiling van de omgeving, wildplassen enzovoort.''

Het wordt verboden ,,op de weg, met inbegrip van daaraan gelegen voor publiek toegankelijke gebouwen en terreinen, messen of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, openlijk bij zich te hebben''.

Eenzelfde verbod gaat van tien uur 's avonds tot zes uur 's morgens gelden voor inbrekersgereedschap als lopers, touwladders en zaklampen. Wie hiermee wordt aangehouden moet aan kunnen tonen dat ,,genoemde gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd'' voor inbraak.

Ook ,,een zodanig gedrag dat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat dit geschiedt met het oogmerk'' te gaan zakkenrollen wordt verboden. Met artikel 2.11.1 `voorbereidingshandelingen zakkenrollen' zoekt het college naar eigen zeggen ,,de grenzen van de wet op''. ,,De praktijk heeft echter uitgewezen dat de bewijsvoering van het delict zakkenrollen zeer problematisch is. Het gedrag van zakkenrollers is eenvoudig te traceren, maar het waarnemen van de diefstal zelf is verre van eenvoudig.''

(Tijdelijke) gebiedsontzeggingen worden niet meer alleen uitgedeeld aan drugsgebruikers en prostituees, maar kunnen voortaan worden ingezet tegen een ieder die zich schuldig maakt aan ,,overlast, ernstige hinder en bedreiging van de openbare orde en veiligheid, in de meest ruime zin begrepen''.

Om de stad vrij te maken van drugstoerisme, komt er een verbod op ,,verzamelingen van meer dan vier personen die verband houden met het openlijk gebruik van of de handel in drugs''.

Ook wordt het verboden ,,zich met een voertuig zodanig te gedragen dat daardoor voor een omwonende of voor de omgeving (geluid)hinder ontstaat''. Onder dit verbod vallen niet alleen lawaaiige scooters, maar ook te hard afgestelde radio's in rijdende auto's met open ramen of stilstaan met luidruchtig draaiende motor.

Het hondenpoepbeleid wordt aangescherpt. Omdat dit een ingewikkelde kwestie is, geldt het huidige in-de-goot-beleid tot de verdere uitwerking van een `opruimplicht hondenuitwerpselen' klaar is.

Het zes maanden geleden van kracht geworden bedelverbod ,,om geld of andere zaken'' is nu ook opgenomen in de APV.

Vrijwel alle vergrijpen die de verordening verbiedt, zullen strenger worden bestraft. In plaats van een geldboete `van de eerste categorie' (maximaal 225 euro) zal de strafmaat ,,mede op verzoek van politie en openbaar ministerie'' worden opgetrokken naar de `tweede categorie': 2.250 euro of drie maanden gevangenis (maximaal).

Behalve met politie en justitie zijn de gisteren door de gemeenteraad overgenomen wijzigingen ook besproken met enkele hoogleraren rechtsgeleerdheid en de deelgemeenten. De tevredenheid is er groot (Hillegerberg-Schiebroek, dat de geluidhinder door auto's inbracht: ,,De tendens de mogelijkheden te verbeteren om op te treden tegen overlastgevend gedrag wordt gewaardeerd''), al gaan de veranderingen sommigen nog niet ver genoeg. Zo had Delfshaven graag een verbod gezien op ,,zakken naast de afvalcontainer zetten, ook indien deze vol of onbruikbaar is''.