Rousseau's nobele vriend

Over Sir Brooke Boothby (1744-1824), waren tot voor kort maar twee dingen te vertellen. Het ene was dat er een informeel portret van hem hangt in de Londense Tate Gallery: Joseph Wright heeft hem geschilderd liggend in een bos, met zijn kin gesteund door zijn rechterhand, terwijl de linker rust op een boek dat herkenbaar is als de eerste van drie late dialogen van Rousseau met zichzelf: Rousseau juge de Jean-Jacques.

Het tweede ding was dat de eerste editie van dit boek door Boothby's bemiddeling in Engeland in het Frans verschenen is, twee jaar na de dood van de auteur. Rousseau lag in zijn laatste jaren in Frankrijk met bijna iedereen overhoop en vond het een oplossing als deze Engelse bewonderaar, die zich in 1774 bij hem had aangemeld, het door een landgenoot uitgegeven kon krijgen. In de vier jaar dat zij elkaar kenden is Boothby nog enige malen malen bij hem op bezoek geweest. Dat hij de rol van `roving baronet friend' (de zwervende edelmansvriend) vervulde, zoals de ondertitel het voorstelt, is te veel gezegd; vriendschappelijk was Rousseau ook met vreemdelingen niet.

En was het bezorgen van dit ene boek het enige bijzondere van Boothby's bijna tachtigjarige leven? Het scheelt niet veel, zal een ongeduldige lezer van Jacques Zonnevelds boek wel eens denken, maar dat is te ruw geoordeeld. Boothby was een heer van stand; hij heeft nooit een baan gehad, hij reisde, ontmoette mensen, kocht kunstwerken, richtte zijn huis in, trouwde met een rijke vrouw en schreef gedichten, satires, pamfletten, vertalingen en andere herenteksten die soms uitgegeven werden. En hij joeg zijn vermogen erdoor, zodat de tweede helft van zijn leven bedrukt werd door geldnood. Na 1815 kon hij niet meer in Engeland wonen, daar zou hij opgepakt worden wegens zijn schulden. Hij stierf eenzaam brieven schrijvend in Boulogne.

Boothby zal een onderhoudende man geweest zijn op zijn tijd, maar niet vaak genoeg voor de 400 pagina's (plus honderd voor voetnoten en andere gegevens) die nu aan hem besteed zijn. Zonneveld houdt bovendien afstand. Hij vertolkt meer respect dan intieme belangstelling, en schrijft zijn hele boek lang over `Sir Brooke'.

Zonneveld heeft meer eigenaardigheden waarmee hij het zijn lezer moeilijk maakt, bijvoorbeeld dat hij van alle personen die hij noemt de geboorte- en sterfjaren opgeeft, al komen die mensen verder niet in het verhaal voor. Het is jammer dat zijn boek te lang en in sommige opzichten vreemd uitgevallen is. Het gebeurt niet alle dagen dat er van een Nederlandse auteur een grondig gedocumenteerde biografie van een Engelsman verschijnt, zo glanzend uitgevoerd dat de kleurillustraties glashelder tussen de tekst staan. Wat een werk, en met wat een zorg verricht. Had iemand maar geadviseerd: ga vertrouwelijker met het karakter om en schrijf korter, dan bestaat de kans dat die arme zwierige achttiende-eeuwer er sprekend uitkomt.

Jacques Zonneveld: Sir Brooke Boothby, Rousseau's roving baronet friend. De Nieuwe Haagsche, 542 blz. €105,–