Onteigening in ex-DDR onrechtmatig

Ongeveer 70.000 erfgenamen van boeren uit de vroegere DDR maken kans op een schadevergoeding omdat de grondstukken van hun familie in 1992 door de regering onrechtmatig zijn onteigend.

Het Europese Hof voor de Mensenrechten in Straatsburg bepaalde gisteren dat de onteigening in strijd is met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens omdat de boeren geen schadevergoeding kregen.

Of de erfgenamen daadwerkelijk geld zullen zien en hoeveel is nog niet duidelijk. De regering in Berlijn was verrast door de uitspraak en overweegt tegen het oordeel in beroep te gaan. Eerder had het Duitse Constitutionele Hof de gang van zaken wel goedgekeurd.

Volgens de advocaat van de klagers, Beate Grün, heeft de Duitse regering na het oordeel van gisteren maar twee opties. De erfgenamen moeten of met geld schadeloos gesteld worden of in natura. Deelstaat Saksen-Anhalt houdt alvast rekening met schadeclaims met een omvang van 120 miljoen euro. De meeste omstreden grondstukken bevinden zich in de noordelijke deelstaat Mecklenburg-Vorpommern. In totaal gaat het om 100.000 hectare. De grond is veelal eigendom van de deelstaten.

In de DDR hadden boeren grondstukjes, vaak niet meer dan vijf of tien hectare, in eigendom, maar mochten daar niet vrijelijk over beschikken. De grond mocht niet verkocht worden en moest bewerkt worden, als onderdeel van de collectieve bedrijven, de Landwirtschaftliche Produktionsgemeinschaften (LPG). Wel ging het bezit over op de kinderen.

De boeren hadden de grond gekregen als onderdeel van de landhervorming die de Russen in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog in hun bezettingszone doorvoerden. Het eigendom van grootgrondbezitters en nazi's werd destijds conform de communistische ideologie verdeeld onder arme landarbeiders en vluchtelingen, de zogenoemde `Neubauern'.

In de nadagen van DDR besloot de regering van minister-president Hans Modrow om de erfgenamen van de Nieuwe Boeren het volledige eigendom over de grond te geven. De regering-Kohl draaide dat besluit in 1992 gedeeltelijk terug.

Alleen mensen die ook in de DDR al in de landbouw werkzaam waren mochten hun grondstukken behouden. De overige erfgenamen zouden slechts min of meer toevallig in het bezit zijn gekomen van de grond. De DDR-wetgeving bepaalde dat een boer die zijn land niet bewerkte het grondstuk aan de staat moest overdragen. In de praktijk kwam het daar meestal niet van omdat in het alledaagse leven de daadwerkelijke eigendomsverhoudingen er niet toe deden. De grond was dus eigenlijk al overheidsbezit, redeneerde de regering-Kohl, en viel daarom alsnog toe aan de nieuwe deelstaten.

Slachtoffers van de oorspronkelijke landhervorming uit de periode 1945-1949 hebben in Straatsburg ook een zaak aanhangig gemaakt. Uitspraak in die kwestie wordt volgende week verwacht.