Olie verversen?

Twijfels, twijfels. Dat komt er van als je twee keer in twee weken een zeperd haalt. Eerst moest de Koninklijke/Shell Groep door het stof toen de bewezen olie- en gasreserves veel lager moesten worden ingeschaald dan eerder was beweerd. Daarna bleek het concern in India een olieveld van de hand te hebben gedaan voor een schijntje. Het was misschien wel het honderdvoudige waard. Tijd voor elementaire vragen: is topman Philip Watts nog op zijn plaats? Heeft Koninklijke Olie (60 procent eigenaar) de greep op het concern verloren, na de toppositie van de Groep tegen de traditie in tweemaal achtereen aan Shell Transport & Trading (40 procent eigenaar) te hebben gegund.

En waarom is het concern, bij alle pijnlijke openbaarheid die dat met zich meebrengt, eigenlijk nog steeds beursgenoteerd? Na ruim een eeuw is de aanwezigheid van de Koninklijke op de beurs zó vanzelfsprekend dat niemand zich dat nog afvraagt.

De redenen voor een beursnotering zijn bekend: snel kapitaal kunnen aantrekken onder een breed beleggerspubliek, om daarmee investeringen te doen die rendement opleveren. In 1890 deed de toenmalige Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië zijn eerste emissie van aandelen. De expansie in het begin, waaronder de fusie met Shell, noodzaakte tot een aanwezigheid op de beurs. Maar in 1969 werd voor het laatst een beroep gedaan op de aandelenmarkt, toen bonusaandelen werden uitgegeven. Echt nodig had de Koninklijke/Shell Groep de belegger toen al lang niet meer. Sindsdien is de balans van gietijzer, met een fors eigen vermogen en verhoudingsgewijs weinig schulden.

De kans dat Koninklijke Olie de beurs in de voorzienbare toekomst nodig heeft, is nihil. Sterker nog: de laatste jaren zijn eigen aandelen ingekocht met de overtollige kaspositie van de maatschappij. Dat oogt modern, maar de bedoeling zou toch moeten zijn dat er met het geld iets wordt ondernomen. Nu is er non-ondernomen – wat het >inkopen van eigen aandelen in wezen is.

Koninklijke Olie is vooral beursgenoteerd omdat er geen weg terug is. Dat geldt voor wel meer grote concerns, maar vooral voor een oliegigant. Er zijn weinig tot geen partijen die groot genoeg zijn om het concern, in casu zijn houdstermaatschappijen, in zijn geheel te kopen en van de beurs te halen. Een marktwaarde van zo'n 140 miljard euro is gewoon te veel. Hans Breukhoven kocht de Free Record Shop gewoon zelf toen hij het nut van een beursnotering niet langer inzag. Bij Shell kan dat niet. Haar lot blijft de effectenbeurs, en de bijbehorende openheid. Ook over de zeperds.