Londen plaatst defensieorder bij Airbus

De Britse regering straft haar vaste defensieleverancier, het voormalige staatsbedrijf BAE Systems, opnieuw door een order voor tankervliegtuigen ter waarde van 13 miljard pond (18,8 miljard euro) te gunnen aan het Frans-Duitse consortium EADS, het moederbedrijf van Airbus, in plaats van aan een samenwerkingsverband van BAE en het Amerikaanse Boeing.

De regering dwong BAE vorig jaar al een order voor de bouw van nieuwe vliegdekschepen te delen met het Franse Thales, onder meer omdat BAE als exclusieve leverancier niet efficiënt genoeg zou zijn. Ook liep BAE een order van 6 miljard pond voor pantserwagens mis.

De opdracht voor de tankervliegtuigen voor de Britse luchtmacht, de Royal Air Force, die volgens de Financial Times maandag officieel wordt toegekend, valt samen met nieuwe zware kritiek van de Britse rekenkamer op het ministerie van Defensie voor het overschrijden van de begroting voor grote wapenprogramma's met 3,1 miljard pond. Het National Audit Office (NAO), dat jaarlijks de dertig grootste defensieprojecten tegen het licht houdt, zei vanochtend dat juist BAE Systems verantwoordelijk is voor het merendeel van de onvoorziene kosten en de te laat uitgevoerde projecten.

De Typhoon, zoals het nieuwe jachtvliegtuig Eurofighter in het Verenigd Koninkrijk heet, valt 2,3 miljard duurder uit. Een nieuwe klasse onderzeeboten, de Astute, moest de facto opnieuw naar de tekentafel en blijkt bijna 1 miljard duurder te zijn. En een modernisering van de Nimrod, een generatie maritieme patrouillevliegtuigen, kostte 400 miljoen pond meer dan begroot. Voor die drie projecten is BAE de Britse hoofdaannemer. Van de vliegdekschepen is intussen ook duidelijk dat ze veel duurder worden.

Die moeizame projecten hebben de relatie tussen BAE en de regering al langer bedorven. ,,Je houdt geen loodgieter aan die het huis voortdurend onder water zet'', aldus een hoge Defensie-functionaris vanochtend in de Financial Times. BAE zegt daarentegen dat de kostenoverschrijdingen een rechtstreeks gevolg waren van de verschuivende criteria en oude aanbestedingsregels van het ministerie, en dat de relatie in de toekomst beter zal zijn.

Het contract voor de tankervliegtuigen, die andere vliegtuigen in de lucht van brandstof kunnen voorzien, maakt een einde aan het semi-monopolie van Boeing op dit gebied in de wereld. De Britten vlogen tot nu toe overigens met eigen Britse tankervliegtuigen. De Amerikaanse vliegtuigbouwer Boeing, die al langer intensief samenwerkt met BAE, het voormalige staatsbedrijf British Aerospace, geldt als een mogelijke fusiepartner voor BAE, dat overweegt zich toe te leggen op de Amerikaanse markt, waar het een steeds groter aandeel heeft.

Het contract met EADS, dat 27 jaar loopt, betekent de doorbraak op dit gebied voor de Europese defensie-industrie. EADS hoopt nu ook in aanmerking te komen voor orders van het Pentagon, het Amerikaanse ministerie van Defensie. De opdracht betekent een kleine meevaller voor BAE, omdat de vliegtuigen militaire versies zullen zijn van de Airbus A-330. In dat bedrijf heeft BAE een belang van 20 procent.