Lewis Trondheim excelleert in humor en fantasie

Het Franse stripgenie Lewis Trondheim lijkt ook in Nederland vaste voet aan de grond te krijgen. Na de vertalingen van het autobiografische Net Echt en de fantasy-serie Donjon, verschenen het minimalistische Mister O en de absurde sciencefictionserie Kaput & Zösky. Het interessantste van deze twee uitgaven is Mister O. Hierin maakt Trondheim het zichzelf niet makkelijk, want hij onderzoekt het adagium `in de beperking toont zich de meester' tot op de bodem. De paginavullende `gags' bestaan allemaal uit een poppetje dat de andere kant van een ravijn wil bereiken. Het spreekt voor zich dat dat niet lukt, maar als een soort Sisyfus zet hij onverstoorbaar door.

Een voorbeeld: Mister O verzamelt kleine steentjes tot het hele ravijn vol is en hij kan oversteken. Aan de overkant gekomen sterft hij aan ouderdom. Telkens is de poging van Mister O verrassend en dat geldt ook voor de reden waarom het mislukt. Nog een voorbeeld: Mister O propt zich vol met bonen en door winden te laten bereikt hij de overkant. Uitgeput ligt hij daar, tot hij zichzelf weer het ravijn in blaast. De uitwerking in droedelachtige tekeningen past perfect bij het simpele idee. Mister O is een rondje met twee stipjes als gezicht en vier lijntjes als armen en benen. Zelden was eenvoud zo geestig.

Kaput en Zösky zijn twee rare ruimtewezentjes die niets liever willen dan planeten onderwerpen. In hun ruimtevaartuigje hoppen ze van de ene maffe planeet naar de andere. Overal komen ze merkwaardige bewoners tegen, maar op `Giganta-min' heeft Trondheim zich helemaal uitgeleefd. De heetgebakerde Kaput moet het in de arena opnemen tegen een leger monsters, maar met een in zijn mond meegesmokkelde knaller verpulvert hij ze allemaal. Net als Mister O is het oorspronkelijke idee simpel, maar biedt het iemand met extreem veel fantasie en gevoel voor humor eindeloos veel mogelijkheden.

Lewis Trondheim: Mister O. Bries, 32 blz. €8,90. En Kaput & Zösky. Uitgeverij S, 32 blz. €8,99.