Lenin stinkt niet meer

Zoals u misschien nog weet, is men in 1925 begonnen de as van vooraanstaande sovjetkameraden in te metselen in de muren van het Kremlin. Afgesloten door een granieten plaat zijn daar de urnen van Karpinski, Gagarin en Tsjoekov, om maar een paar namen te noemen. Achter de Kremlin-muren ligt ook nog een apart stukje grond met de elf graven van Andropov, Boedjonni, Brezjnev, Dzerzjinski, Froenze, Soeslov, Stalin, Sverdlov, Tsjernenko, Vorosjilov en Zjadonav. Nog meer mooie namen, die voor altijd verbonden zullen zijn aan de grootste sociale ramp van de twintigste eeuw.

Het is al weer dertien jaar geleden dat Edoeard Sjevardnadze een urn- en grafzuivering heeft voorgesteld. Als minister van Buitenlandse Zaken van de Sovjet-Unie wilde hij de grootste schurken laten weghalen, maar van dat voorstel is niet veel terechtgekomen. Net zo min als van Sjevardnadze zelf, trouwens. Dood is hij nog niet, maar hij zit wel thuis in Georgië, afgezet als president van een deelrepubliek.

Wat ook niet meer bestaat, is de Sovjet-Unie.

Maar de overblijfselen zijn behoorlijk taai. In 1992 kon je bij de bookmakers 5:1 wedden dat Lenin vóór 1995 zou worden weggehaald uit zijn Mausoleum. Hij ligt er al sinds 1925, toen de pathologen-anatomen Vorob'yov en Zbarsky zijn lijk wisten te mummificeren. Even heeft het er nog op geleken dat Lenin zou bederven. De Russen zongen al: ,,De Tsaar stierf in God, Lenin stierf in de stront.'' En de Nederlandse anarchist Erich Wichman schreef de brochure Lenin stinkt, waarin hij vaststelde dat de stichter van het sovjetrijk ,,roetzwart als een moddersloot'' lag te borrelen in zijn bad van formaline.

Toen waar, nu niet meer. Lenin ligt er weer prachtig bij. Ik zag het gisteren in een documentaire bij National Geografic Channel.

De geschiedenis van Lenins lijk is de geschiedenis van de Sovjet-Unie. Lenin werd geconserveerd om het volk een icoon te geven. Maar toen Lenin eenmaal was gemummificeerd waren zijn conservatoren hun leven niet meer veilig. Vorob'yov stierf onder verdachte omstandigheden toen hijzelf aan zijn nieren moest worden geopereerd. Zbarsky, een jood, stond voortdurend op de KGB-lijst om geliquideerd te worden.

Het instituut dat verantwoordelijk is voor Lenins conservering heeft steeds de tering naar de nering moeten zetten. Alleen met Lenin als klandizie red je het niet. Eerst kwam Stalin zelf aan de beurt. Daarna heeft het instituut een nieuw werkterrein gevonden in het balsemen van dictators uit Afrika en Azië. Die markt is weliswaar nog niet helemaal opgedroogd, maar klein is zij wel.

Na de val van de Sovjet-Unie kwam het instituut voor een nieuwe uitdaging te staan. Overheidssubsidie viel grotendeels weg en ineens moest men proberen als een zelfstandige onderneming het hoofd boven water te houden. Gelukkig was daar de Russische maffia. De Russische topcriminelen lieten zich voor veel geld mummificeren, waarbij het instituut een unieke techniek ontwikkelde om kogelgaten in lichamen te repareren. De Russische Klaas Bruinsma's liggen er nog altijd bij alsof zij gisteren zijn doodgeschoten, en zij gaan nog jaren mee.

Maar sinds kort zit de staf met de handen in het haar. De maffia in Rusland is op zijn retour en dat laat zich voelen in het aantal opdrachten. Vandaar dat het instituut opnieuw het roer heeft omgegooid. In opdracht van universiteiten en musea mummificeert men nu fossiele resten van dieren en mensen die in het Siberische ijs worden gevonden. ,,Deze arbeid is een mengeling van wetenschap en kunst'', zegt een zichtbaar opgeluchte directeur van het instituut in de documentaire, ,,dat is wat wij nou altijd hebben gewild!''

Hij ligt er nog wel, maar eindelijk stinkt Lenin niet meer.