In niets doen toont men karakter

Robert Musils `Der Mann ohne Eigenschaften' geldt als een van de belangrijkste Duitse romans van de vorige eeuw. Een weergaloos portret van de verbrokkelde mens, en van Europa aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog, door een auteur die was geïnteresseerd in `de lingerie van het onderbewustzijn'.

Niets is in de wereld zo onzichtbaar als een monument, schreef Robert Musil. Dat oordeel kan niet van toepassing zijn op de biografie van de Karl Corino, germanist van opleiding en als journalist werkzaam bij de Hessische Rundfunk. Zijn boek is dankzij een omvang van meer dan tweeduizend bladzijden (het heeft drie leeslinten) onmogelijk over het hoofd te zien. Musil, die in 1880 in het Zuid-Oostenrijkse Klagenfurt als onderdaan van de Dubbelmonarchie werd geboren en in 1942 in Zwitserse ballingschap stierf, werd pas na zijn dood beroemd als schrijver van Der Mann ohne Eigenschaften. Dit werk, even omvangrijk als de recent verschenen biografie van Corino, bleef onvoltooid maar is sinds de jaren vijftig bezig aan een literaire triomftocht die nog altijd voortduurt. Het boek werd kort geleden door Duitse critici en literatuurwetenschappers uitverkoren tot belangrijkste Duitstalige roman van de twintigste eeuw, nog vóór Der Prozess van Kafka en Der Zauberberg van Thomas Mann.

Het heeft zestig jaar geduurd voordat het leven van Musil te boek is gesteld. Het merkwaardige is dat na die lange tijd op vrijwel hetzelfde moment niet alleen het monument van Corino is verschenen, maar ook de beknopte biografie van Herbert Kraft, hoogleraar Duitse literatuurgeschiedenis in Münster. Zijn boek biedt een goede inleiding tot werk en leven van Musil en zou zeker zijn ontvangen als een langverwacht geschenk als het niet had moeten concurreren met het levenswerk van Corino. Deze laatste biograaf, wiens echtgenote op Musil is gepromoveerd, begon in 1966 met het verzamelen van materiaal. In een amusant interview met Der Spiegel vertelt het echtpaar Corino hoe het is om tot in lengte van decennia met deze romanschrijver op te staan en naar bed te gaan. Hoe moeilijk het is om het in dat tijdsbestek over iets anders te hebben dan over `hem'.

We moeten het duo toewensen dat hun huwelijk standhoudt nu Musil helemaal af is. Zevenendertig jaar nadat Corino begon, heeft hij alles onderzocht en opgeschreven in veertienhonderd bladzijden tekst en zeshonderd bladzijden noten. Het ligt voor de hand om te zeggen: dit resultaat is onhanteerbaar, het is allemaal te veel. Aan de andere kant kan het voor de liefhebber van een zo complexe en boeiende auteur als Musil nooit genoeg zijn: voor fijnproeven is geduld nodig. Bovendien is het boek van Corino voortreffelijk gecomponeerd en geschreven.

Elk mens heeft volgens de schrijver van Der Mann ohne Eigenschaften ten minste negen verschillende eigenschappen, die hij ontleent aan zijn beroep, zijn natie, zijn sociale klasse, zijn gebied van herkomst, zijn geslacht, zijn privé-leven, zijn bewustzijn, zijn onderbewustzijn, etc. Hij is, kortom, een versnipperd wezen dat zijn verbeelding gebruikt om van zijn ik een samenhangend karakter te maken.

Corino heeft dit credo als uitgangspunt van zijn biografie genomen: hij heeft alle eigenschappen van zijn held aan een grondig onderzoek onderworpen. Vooral het privé-leven van Musil, zijn relatie met zijn ouders en de vrouwen in zijn leven, komt uitvoerig aan de orde. Daarnaast krijgt zijn bestaan als schrijver de meeste aandacht. De relatie tussen de man en zijn werk is voor Corino terecht het belangrijkste thema.

In 1906, als Musil 26 jaar oud is, verschijnt Die Verwirrungen des Zöglings Toerless. De toonaangevende Duitstalige criticus van die tijd, Alfred Kerr, oordeelt onmiddellijk dat de jonge debutant een boek heeft geschreven dat zal blijven. Zijn literaire reputatie is gevestigd. In deze autobiografische novelle, geïnspireerd door de ervaringen die Musil opdeed nadat hij als onhandelbare puber door zijn ouders naar een cadetteninternaat was gestuurd, ontwikkelt de jonge leerling Thörless zich tot waarnemer en meeloper in het benauwende milieu van harde discipline, sadistische excessen en homo-erotische spanningen. Hoewel Musil door Kerr en andere critici wordt verwelkomd als een belangrijk auteur, blijft succes aan de kassa hem ontzegd. Hij probeert zich op aandrang van zijn veeleisende en bemoeizuchtige ouders voor te bereiden op een maatschappelijke loopbaan. Musil studeert afwisselend en met groeiende tegenzin machinebouw en filosofie. In het laatste vak promoveert hij, maar vervolgens sukkelt hij van het ene baantje naar het volgende: als assistent op een uitgeverij, in de journalistiek en als bibliothecaris.

In de Eerste Wereldoorlog doet hij dienst in het Oostenrijks-Hongaarse leger aan het Italiaanse front. Het is een wonder dat hij die ervaring heelhuids overleeft, want tachtig procent van de manschappen sterft, wordt gewond of raakt vermist. Na de oorlog begint hij te schrijven aan Der Mann ohne Eigenschaften. Corino laat zien dat dit boek niet alleen, zoals vaak beweerd, een ideeënroman is maar ook een autobiografisch karakter heeft. Vrijwel alle personages blijken te zijn gemodelleerd naar mensen uit de familie-, vrienden- en kennissenkring van Musil. Corino brengt pas na achthonderd bladzijden Der Mann ohne Eigenschaften ter sprake. Dat zou te laat zijn geweest als hij niet van begin af aan het levensverhaal van Musil gebruikt had om de gebeurtenissen en figuren in de roman toe te lichten. Het droogstoppelargument (in Duitse recensies van Corino's boek vaak gebruikt) dat dit literatuurwetenschappelijk een aanvechtbare methode is, wordt weerlegd door de grote zorgvuldigheid en uitvoerige documentatie waarmee de biograaf aantoont hoezeer leven en hoofdwerk verweven zijn.

In de hoofdpersoon van de roman, Ulrich, heeft Musil (let op de corresponderende alliteratie) veel van zichzelf gelegd. Ulrich onderhoudt een incestueuze relatie met zijn zuster Agathe, voor wie Musils echtgenote Martha model staat. Het portret dat Corino van haar geeft is een van de hoogtepunten in zijn biografie. Musil leerde de Duits-joodse Martha Heimann, die zeven jaar ouder was dan hij, in 1907 kennen. Ze was toen getrouwd en moeder van twee kleine kinderen. Onmiddellijk was hij gefascineerd door haar ongewone schoonheid, die `iets bitters en lijdends' had. Echt mooi, aldus de schrijver, bestaat niet zonder de ervaring van ongeluk. Martha had toen al een leven achter de rug dat gedrenkt was in persoonlijke tragiek. Kort na haar geboorte in 1874 pleegde haar vader zelfmoord. Haar moeder stierf toen ze negentien was. Een jaar jaar later trouwde ze met een neef, een jonge schilder die haar aanmoedigde ook te gaan schilderen. Hij stierf al snel aan tyfus.

Vervolgens viel ze voor een oudere Italiaanse charmeur die er in korte tijd een groot deel van haar familievermogen doorheen joeg. Tijdens dit huwelijk kreeg Martha – inmiddels Marcovaldi geheten – twee kinderen, van wie er één niet door haar man was verwekt. Ze grossierde in affaires, hield een zwerm bewonderaars in haar ban, die niet in de laatste plaats waren geïnteresseerd in wat Musil haar `gouden dadellijf' noemde. Martha liet zich van haar echtgenoot scheiden om met Musil te kunnen trouwen. Ze voelde zich echter naar eigen zeggen verplicht om eerst de belangrijkste kandidaat die al jaren naar haar hand dong `af te zeggen'. Dat deed ze zo grondig dat Musil er jarenlang aangeslagen door bleef: ze ging met de verliezer naar bed en stelde Musil tot in details op de hoogte. In zijn roman typeert hij haar alter ego Agathe als een vrouw `die lang kan afwachten tot ze zich in één klap in een ondoordacht besluit stort om zichzelf te bestraffen voor zonden die ze zichzelf heeft ingepraat'.

De incestueuze verhouding tussen Ulrich en Agathe is niet het enige voorbeeld van Musils fascinatie voor seksueel-psychologische eigenaardigheden. De samenleving die hij in Der Mann ohne Eigenschaften portretteert is vol freudiaans gekleurde gekte. Mensen zijn overgeleverd aan hun driften. Musil is in hoge mate geïnteresseerd in `de lingerie van het onderbewustzijn'. Hoewel zijn verhouding met Martha vol van passie en liefde was, had hij geen hoge dunk van de erotische spanning in het gemiddelde huwelijk. De tedere gevoelens van de mannelijke partner vergeleek hij met `het knorren van een jaguar boven een homp vlees.' De echtelijke liefde stond voor de vrouw meestal gelijk aan `de verplichte rentebetaling over een kapitaal'. Musil is ook geïnteresseerd in de seksueel geïnspireerde misdaad, in drijfveren die buiten de wil en het verstand omgaan en dus de verantwoordelijkheid op losse schroeven stellen. Een centrale figuur in zijn roman is Moosenbrugger, de lustmoordenaar die veel weg heeft van een bestaande crimineel die rond 1900 de straten van Wenen onveilig maakte. Hij is niet gek, maar `even vaak gezond als ontoerekeningsvatbaar'. Zijn misdaden pleegt hij als hij in de greep is van hallucinaties: dezelfde kwaal waar Musil aan leed sinds hij als student na seksueel contact met een prostituee syfilis had opgelopen, in die tijd een moeilijk te behandelen ziekte.

Der Mann ohne Eigenschaften staat vooral bekend als de roman waarin de gevoels- en gedachtewereld van de Europese mens aan de vooravond van de grote catastrofe wordt verbeeld. Kraft concentreert zich in zijn boek bijna volledig op dit thema, maar ook hier heeft Corino veel meer te bieden. De roman speelt zich af in het jaar 1913 in Oostenrijk-Hongarije (`Kakanië'), een staat die het middelpunt is van Europa. Het is een beschaafd land `waar men vaak de vergissing maakt een genie voor een vlegel aan te zien, maar nooit, wat elders wel het geval was, de vlegel voor een genie'. Kakanië staat model voor Europa doordat het binnen zijn grenzen vele volkeren herbergt die elk hun eigen weg willen gaan. Ontbinding zit in de lucht, maar tegelijkertijd belichaamt deze staat door zijn veelvormigheid een belangrijk wereldexperiment. Hier wordt beslist over de vraag of verschillende nationaliteiten vreedzaam en beschaafd met elkaar kunnen samenleven.

Wat houdt dit versplinterde en kunstmatige rijk bij elkaar? Heeft Kakanië een ziel, een karakter, een identiteit? Die kwestie is het centrale thema van Der Mann ohne Eigenschaften. De vraag naar het bestaan van de identiteit is echter niet alleen een nationaal, maar ook een individueel probleem. Beide hangen samen met de tijdgeest. Al op de eerste bladzijde schrijft Musil: `De tijd beweegt zich zo snel als een rijkameel. Men weet alleen niet waar naartoe. Je kunt doen wat je wilt, het komt er in deze klit van krachten niet op aan.'

Musil schildert in zijn roman een portret van de moderne mens dat, zo schrijft Corino terecht, weinig aan actualiteitswaarde heeft verloren. Alles hangt af van rationaliteit en techniek. Wat erbij inschiet is de ziel, door Musil gedefinieerd als `datgene wat wegkruipt als er sprake is van algebraïsche reeksen'. De meeste mensen hebben geen idee waarom hun leven verloopt zoals het verloopt, sterker nog, ze merken niet eens dat de dingen op een bepaalde manier verlopen. Men wordt meegesleept door de taken die men moet uitvoeren. De enige Heimat die bij Musil overblijft is de wereld van de functionaliteit die de kern is geworden van het menselijk bestaan. Een prominente plaats in dit universum, zo laat Corino zien, wordt ingenomen door Paul Arnheim, de briljante industrieel en politicus (Walther Rathenau stond voor hem model – zie de biografie hieronder) die voor alles een oplossing weet. Hij is een man met talloze handige eigenschappen, hij kan heel veel, maar hij is niets. Hij is zielloos, hij heeft geen karakter.

`Als men niet de kracht heeft iets anders te zijn dan wat men doet', schrijft Musil, `is men geen mens meer.' In de moderne wereld zijn mensen wezens geworden die elke greep op hun bestaan hebben verloren en niet meer weten wie ze zijn. Individueel zijn ze vaak nog wel tevreden over zichzelf, maar collectief voelen ze zich om ongrijpbare redenen onbehaaglijk. Wat dan gaat overheersen, is de zucht naar een kwaadaardig soort verlossing: `Er rommelde een hang naar het kwaad. Wie kent niet die boosaardige verleiding die opkomt bij het bekijken van een mooie geglazuurde vaas: de gedachte dat je hem met één stokslag aan gruzelementen zou kunnen slaan?'

Die stemming heerste in Europa aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Het Europese centrum Kakanië, zo beklemtoont Musil, stortte zich niet in de Eerste Wereldoorlog uit nationalistische geldingsdrang. Dit rijk was immers helemaal geen natie, het bestond uit Oostenrijkers, Duitsers, Hongaren, Tsjechen, Slowaken, Kroaten, Slovenen en nog een aantal andere nationaliteiten. De uitbarsting van geweld had dan ook een diepere oorzaak: men wilde vluchten voor een vrede die ontevreden maakte. Er was sprake van een metafysische krach, een opstand van de rusteloze ziel tegen de bestaande orde. Allesbeheersend was het gevoel dat `het zo niet meer verder kon'.

Volgens Corino had Musil al tijdens het schrijven van zijn roman, in de jaren twintig, de overtuiging dat het niet bij die ene catastrofe van de Eerste Wereldoorlog zou blijven. Dat besef kon alleen maar sterker worden toen hij begin jaren dertig in Berlijn woonde. Deze biograaf van Musil geeft niet alleen de man en zijn werk, maar ook zijn tijd. Vooral deze Berlijnse periode, aan de vooravond van Hitlers Machtübernahme, levert een mooi hoofdstuk op. Het echtpaar Musil trok naar de Duitse hoofdstad omdat Martha in de buurt van haar dochter wilde wonen. Het genoegen van die nabijheid duurde maar kort, want nadat Hitler in januari 1933 aan de macht was gekomen moest het hele gezelschap vluchten: Musil en zijn vrouw keerden terug naar Wenen, haar dochter Anninna Marcovaldi vestigde zich met haar gezin in Amsterdam.

Inmiddels was eind 1930 het eerste deel van Der Mann ohne Eigenschaften gepubliceerd. Alweer waren de kritieken overwegend gunstig, maar bleef verkoopsucces uit. Er veranderde weinig aan de beroerde omstandigheden van Musil en zijn vrouw. Ze leefden al jaren op de rand van de armoede. Hij werd financieel gesteund door een groep bewonderaars. Dat ook Thomas Mann tot dit gezelschap van weldoeners behoorde, werd door Musil ervaren als een kwelling die noodgedwongen als een geschenk moest worden opgevat. Deze collega was een concurrent die alles had bereikt dat Musil ontzegd bleef. Met Der Zauberberg publiceerde Mann in 1924 een boek dat hetzelfde thema had als de roman waar Musil toen nog aan werkte: Europa aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Vijf jaar later kreeg Mann de Nobelprijs voor literatuur. Musils afgunst was groot. In de correspondentie met deze collega bleef hij vriendelijk, maar in zijn roman gaf hij een vilein portret van een anonieme `grote schrijver'. Deze `chargé d'affaires van de geest der natie' is dol op het ontvangen van ministers en het houden van voordrachten bij officiële gelegenheden. Deze auteur, aldus Musil, is te veel burger, in zijn boeken wordt te netjes gestorven, alles blijft behoedzaam.

Het tweede deel van Der Mann ohne Eigenschaften verscheen kort na januari 1933 en trok temidden van het politieke tumult nauwelijks aandacht. Het werk van Musil werd door het naziregime spoedig als ontaarde kunst ontmaskerd en verboden. Anders dan de meeste van zijn tijdgenoten was Musil ervan overtuigd dat het antisemitisme voor de nazi's's niet slechts een tijdelijk agitatiemiddel was, maar een Hauptglaubensstück. Na de annexatie van Oostenrijk door Duitsland in maart 1938 week hij met zijn vrouw uit naar Zwitserland. Opnieuw werd hij geholpen door Thoman Mann. Musil bleef doorwerken aan het laatste deel van zijn roman, maar de politieke turbulentie in Europa was een beletsel voor de vereiste concentratie. Nog meer dan voorheen bracht hij tot zijn dood in 1942 de tijd door met zijn favoriete bezigheid: in een koffiehuis zitten en rokend alle binnenkomers zorgvuldig observeren. Die houding van geconcentreerde afzijdigheid is ook de habitus van Ulrich, het enige personage in Der Mann ohne Eigenschaften dat zich niet laat meeslepen door zijn taken. Ulrich doet zelfs helemaal niets, hij is in dat opzicht de voorbeeldige man zonder eigenschappen. Hij leeft van zijn waarnemingen en gedachten en in zijn lethargie is hij zichzelf. Hij is een man met karakter.

De levenshouding van Ulrich valt samen met de stijl die deze roman tot een boek met een geheel eigen karakter maakt. De zinnen van Musil zijn vaak barok geformuleerd, maar vallen vooral op door hun precisie. In combinatie leveren deze stijleigenschappen een sfeer van verstildheid op die bijna onwerkelijk aandoet. Musil schrijft als een scherp waarnemer, maar zijn scherpte heeft de finesse van een dromer. Zijn hoofdpersoon Ulrich lijkt een stukje boven de realiteit te zweven, wat hem in staat stelt die werkelijkheid te doorgronden op een wijze die vandaag nog evenzeer aanspreekt als toen dit boek tachtig jaar geleden werd geschreven. Zijn twee biografen komt de verdienste toe dat ze elk op hun eigen wijze duidelijk maken hoe springlevend de schrijver Musil nog steeds is.

Karl Corino: Robert Musil. Eine Biographie. Rowohlt, 2026 blz. €87,35

Herbert Kraft: Musil. Paul Zsnolnay Verlag, 354 blz. €29,40