`Ik kijk van boven op al mijn zelven neer'

Takeshi Kitano is een man met vele kanten waarvan sommige hemzelf nog steeds verbazen. Hij is eregast in Rotterdam en geniet dankbaar van de aandacht. Zijn nieuwste film Zatoichi lijkt volgens hem wel en niet op zijn eerdere werk.

Op het Rotterdams filmfestival zijn geen sterren, geen Europese of Amerikaanse sterren in ieder geval. Er zijn wel auteurs. Een geval apart is Takeshi Kitano, in Japan een ster, in Rotterdam een auteur. In eigen land is Kitano ook bekend als acteur, komiek, columnist en gastheer in talloze talkshows op de televisie. In Rotterdam is hij de regisseur van Hana Bi, Sonatine, Kikujiro en Zatoichi, de film waar het festival woensdag mee opende.

Kitano maakt films waarin hij geweld en tederheid, kolder en stilte elke keer weer naast elkaar weet te laten bestaan. Hij kwam naar Rotterdam wegens zijn speciale band met scheidend festivaldirecteur Simon Field, die hem als eerste naar Europa haalde. In de dagkrant die De filmkrant in Rotterdam maakt, schrijft Kitano in een open brief aan Field dat hij hem daar nog steeds dankbaar voor is. Ook voor Japanners begint de erkenning soms niet in eigen land.

Als een schooljongen die op het matje is geroepen kijkt Kitano weg als hem tijdens een interview een vraag wordt gesteld. Als zo'n schooljongen antwoordt hij ook. Waarom heb je dat gedaan? Ik weet het niet, zou hij misschien willen zeggen, of dat begrijpen jullie toch niet, maar hij beseft dat dit niet het antwoord is dat de mensen willen horen. Dus verzint hij maar wat. En dan is hij geen schooljongen meer, maar een geraffineerde meester.

Het lukt Kitano elke keer dat hem dezelfde vraag wordt gesteld een ander waar antwoord te geven. In de dagkrant van het festival zegt hij bijvoorbeeld dat Zatoichi een allegorie is op de Amerikaanse invasie in Irak. Tegen een Spaanse, Belgische en een Nederlandse journalist zegt hij in het Westinn hotel dat het niet belangrijk is waar zijn film over gaat. Hij gaat eigenlijk nergens over. Kitano wil best beweren dat Zatoichi heel anders is dan zijn andere werk, omdat het een kostuumfilm is en er in gedanst wordt. Evengoed wil hij wel zeggen dat de film toch heel erg op zijn andere werk lijkt.

Op de persconferentie zegt hij dat het zwaardvechten in zijn film realistischer is dan in de vechtfilms uit de jaren zestig en zeventig waar de film een hommage aan is. De blinde masseur Zatoichi is in Japan een bekend personage, waar al veel films en een televisieserie aan gewijd zijn.

Iets eerder heeft hij beweerd dat kunst er juist is om de werkelijkheid te vergeten. Filmgeweld heeft niets met echt geweld te maken. Op de openingsavond vertelde Kitano hij dat de mensen niet naar Kill Bill of The Last Samurai moesten gaan, maar naar zijn film, de enige echte moderne film over samoerai. Hij vertelt het maar één keer, want in de derde zaal waar hij zijn opwachting maakt zegt hij dat hij er genoeg van heeft steeds hetzelfde te vertellen. Laat de vertaler het maar uit zijn aantekeningen oplezen.

De volgende dag wil hij wel weer wat anders en in het Westinn vindt hij Kill Bill fantastisch. Hij heeft hij ook nog wel een goed woordje over voor The Last Samurai, omdat Tom Cruise de Japanse kinderen iets leert over hun geschiedenis. Ironie is in Kitano's handen nog iets om te bewonderen. Hij verfilmt altijd zijn eigen scenario's omdat ze te slecht zijn om dat een andere regisseur te laten doen. Hij moet ze ook zelf monteren omdat alleen hij zijn eigen fouten kan verdoezelen. Laconiek maakt Kitano door al zijn optredens duidelijk dat het met moeilijk is met woorden vat te krijgen op zijn films.

Het mooiste antwoord geeft Kitano op een vraag van de Belgische journalist. ,,Ik heb een multiple personality disorder.'' Kitano is zijn eigen marionettentheater. Hij is de poppen en de speler. ,,Ik kijk van boven op al mijn zelven neer.'' En dan heeft hij ook wel weer een brave verklaring voor het naast elkaar bestaan van verschillende elementen in zijn werk in de aanbieding. ,,Dat mijn films tegengestelde elementen verenigen heeft niet met mijn persoonlijkheid te maken maar met mijn cultuur. Op de stenen paden in een Japanse tuin ligt vaak een blaadje. Het is niet van de boom gedwarreld, het is daar neergelegd om de perfectie te doorbreken.''