Hart voor een tweeling

Bij toeval kwam kunstenaar Berend Strik in contact met een tweeling met het Gilles de la Tourette-syndroom. Hij besloot een huis voor hen te ontwerpen.

Berend Strik is goed in afwijzingsverhalen, tegenwoordig.

,,In New York', vertelt de kunstenaar, ,,kwam ik bij een bureau dat gespecialiseerd is in het realiseren van moeilijke kunstwerken. Het wordt gerund door een aantal vrouwen. Voor Vanessa Beecroft bijvoorbeeld regelden ze een heel vliegdekschip, straaljagers erop, en een meute militairen die wijdbeens op het dek staan. Maar toen ze van mijn plan hoorden, zeiden ze: dát redden we niet. Te ingewikkeld.' En, even later: ,,Ik was bij de Warhol-Foundation in New York, die geven enorm veel geld uit aan kunstprojecten. Ik presenteerde mijn plan aan de directeur. Die keek me aan en zei alleen maar: ,,You need an angel.'

Het is een vreemde situatie voor Strik. Natuurlijk is hij, zoals iedere kunstenaar, wel afzeggingen gewend, maar dit is anders. Al is het maar omdat het verder goed gaat met zijn carrière. De komende week openen er twee exposities van hem, een bij zijn vaste galerie, Fons Welters in Amsterdam, en tegelijkertijd toont het Fries Museum een overzicht van Striks werk van de afgelopen tien jaar. Daar zullen veel borduursels hangen, de discipline die Strik in bijna vijftien jaar tot zijn handelsmerk heeft gemaakt.

Begin jaren negentig verwierf hij faam met geborduurde pornografische afbeeldingen en zogenaamde `she-males', vrouw-mannen, in extravagante kleding. Op zijn atelier, in Amsterdam-Oost, is te zien dat de borduursels tegenwoordig wat ingehoudener zijn geworden. Strik werkt er met twee assistentes aan een nieuwe serie; sober, in zwart-wit, en gebaseerd op oude, nooit afgedrukte kiekjes uit het Strik-familiearchief. Ze overtuigen zeer: niet alleen zijn deze borduursels technisch beter uitgevoerd dan voorheen, ook zijn de beelden dwingender van opbouw en gaan de foto's op de ondergrond de meest verrassende verbanden aan met de stiksels erop. Met Strik de borduurder is duidelijk niks aan de hand.

Maar dat is niet alles. Sinds zijn laatste grote overzicht, in 1994 in het Stedelijk Museum in Amsterdam, heeft Strik een aspect aan zijn oeuvre toegevoegd: grote, publieke projecten. Die passen, net als de borduurwerken aan het begin van de jaren negentig, goed in de tijdgeest. Zoals meer hedendaagse kunstenaars wil Strik niet langer een buitenstaander zijn die vanuit een comfortabele positie commentaar geeft op de massacultuur en de overvloed aan beelden. Hij trekt zelf de wereld in om zijn werk daar te manifesteren. Zo realiseerde hij in Muziekcentrum Vredenburg een Jimi Hendrix-nis, ontwierp hij, samen met Hans van Houwelingen, glas-in-loodramen voor Paradiso en bedacht hij, met het bureau One Architecture, een `bierpaviljoen' voor de stad Salzburg. Met het borduurwerk had het allemaal niet veel te maken, maar toch leken de twee genres in Striks oeuvre heel goed naast elkaar te kunnen bestaan. Ze hadden in ieder geval allebei met het aftasten van grenzen te maken. Daar was Strik altijd al goed in.

Maar nu lijkt hij zijn grens gevonden te hebben.

Frustratie

Het project waar het allemaal om draait begon in 1999. Strik zat toen in New York. Alles leek prachtig. Zijn tentoonstelling in het Stedelijk had hem veel aandacht opgeleverd. Hij kreeg opdrachten, zijn werk verkocht behoorlijk, er was internationale belangstelling. En dus zat hij ineens in een atelier in hartje New York, met een beurs van het International Studio Program, een instelling die speciaal was opgericht om talentvolle kunstenaars in New York te `lanceren'.

Dat bleek lastiger dan gedacht. Een voor een trokken ze aan hem voorbij, de New Yorkse curatoren, critici en galeriehouders en allemaal gaven ze hem, volgens de klassieke `Pitch-methode', vijf minuten om duidelijk te maken wat hij wilde. Maar wat wilde hij eigenlijk? ,,Ik vond het... pffff', zegt Strik nu, in zijn atelier. ,,Het was onmogelijk om in vijf minuten samen te vatten waar ik al ruim tien jaar aan werkte. En wat krijg je dan: ze kijken even, schrijven je naam op en hóp naar de volgende.'

Uit `pure frustratie' ging Strik, na weer zo'n sessie, af en toe naar Barnes & Nobles, een grote boekhandel waar je op de bank koffie kunt drinken en in boeken kunt bladeren. Daar stuitte hij op een fotoboek over patiënten die lijden aan Gilles de la Tourette, een syndroom ten gevolge waarvan mensen hun woorden, gedachten of bewegingen slecht onder controle hebben. Tot de geportretteerden in het boek behoorden Claudia en Carla Huntey, een tweeling over wie de tekst maar één ding vermeldde: dat ze de tic hadden dat als de een de lucht in sprong, de ander dat ook deed, precies op het moment dat de eerste landde. Strik, voormalig drummer, zag meteen een kunstwerk voor zich. ,,Die beweging was de perfecte syncopische drumbeweging, ooit in de popmuziek geïntroduceerd door Stuart Copeland van The Police. Dat leek me wel wat, om iets mee te doen. Iets met beweging en springen. Een video, ofzo.'

En dus ging Strik op zoek naar de tweeling. maar de verschillende Tourette-organisaties boden hem weinig medewerking. Uiteindelijk kreeg hij er een zo ver dat die zijn nummer doorgaf aan de tweeling, zodat die zelf kon beslissen of ze contact met de kunstenaar wilden. Sneller dan verwacht ging de telefoon op Striks atelier. ,,Ik hoorde iets van BHHHHRRRLAAUUW CLAUDIA!!! aan de andere kant van de lijn', vertelt Strik. ,,Dat was wel schrikken. Later begreep ik dat hun tics door opwinding erger worden. Ze vonden dit heel wat, een kunstenaar die vanuit New York contact zocht met hen, in Atlanta.'

Strik en zijn vrouw besloten naar Atlanta te trekken en daar uiteindelijk drie weken in de buurt van de tweeling te blijven logeren. Al snel bleek hoe tragisch de situatie van de Hunteys was. ,,Ze zijn een eeneiige tweeling', vertelt Strik, ,,en min of meer tot elkaar veroordeeld. Maar tegelijk zien ze hun eigen tics in elkaar weerspiegeld, waardoor die tics erger worden. Ze kunnen tot enorme uitbarstingen komen; de deuren lagen bijvoorbeeld uit de sponningen, omdat ze er, in een aanval, zo enorm hard mee hadden geslagen. Ze moeten ook elk half jaar verhuizen, dan wil de buurt ze niet meer en worden ze uit hun huis gegooid.'

Ze maken uitstapjes, praten, en worden drie weken lang geconfronteerd met de beperkingen van het leven van de tweeling. Tegelijk wordt duidelijk dat ze relatief weinig hulp krijgen van de Amerikaanse Tourette-organisaties. ,,Ook dat aspect is tragisch', zegt Strik. ,,Aan de ene kant was hun ziekte te erg, aan de andere kant waren ze te `gewoon' voor deze organisaties om veel eer mee te behalen. Dat komt vooral doordat al die organisaties in Amerika draaien op `fund-raising'. Daarvoor hebben ze aansprekende `gevallen' nodig. En dat zijn de Hunteys niet.'

Aan het einde van die periode besluit Strik dat hij wat voor de tweeling wil doen: hij zal een huis voor ze ontwerpen. Een huis in de vorm van een hart, waar de tweeling gescheiden van elkaar kan wonen, maar waar ook een gezamenlijke ruimte is. Een huis ook waarin rekening wordt gehouden met hun tics en uitbarstingen, een huis, kortom, als een kunstwerk, waardoor Strik een beroep op artistieke financiering kan doen. ,,Eigenlijk was het idee heel simpel', zegt Strik. ,,Als ik, als kunstenaar, een huis voor ze ontwierp, dan hadden zij een huis en ik een kunstwerk. Allebei gelukkig.'

Maar wat hij ook doet, hij krijgt het huis niet van de grond. De kunstorganisaties twijfelen, de Tourette-verenigingen aarzelen om de te `gewone' Hunteys te helpen. Tegelijk lijkt het huis een sleutelwerk in Striks oeuvre te worden: het Tourette-huis, zoals hij het noemt, confronteert hem met de grenzen van het kunstenaarschap in het algemeen en dat van hem zelf in het bijzonder. Hoe ver kan een kunstenaar gaan met, onder het mom van kunst, `infiltreren' in de buitenwereld? Zit de buitenwereld wel te wachten op kunstenaars met menslievende aspiraties? En als het Tourette-huis kunst is, komt er nog een andere, bijna pijnlijke vraag bij: is het huis, hoe humanitair ook, goed als kunstwerk? Die laatste vraag wordt extra nijpend doordat het Huntey-project weinig met de rest van Striks oeuvre te maken lijkt te hebben.

Utopisch paviljoen

Strik toont in zijn atelier enthousiast diverse borduurwerken die hij voor het Huntey-project maakte; een aantal daarvan is al aangekocht door het Stedelijk. We zien de tweeling samen op de bank (,,hun enige foto ooit samen op de bank', aldus Strik), en maar ook een geborduurd, schematisch, enigszins utopisch paviljoen dat lijkt te verwijzen naar Constants Nieuw Babylon. Strik verzekert me dat de opbrengst van deze werken allemaal naar het Tourette-project gaan.

Maar dat is niet genoeg. Voorlopig slaagt Strik er niet in voldoende geld voor zijn project te vinden (alleen voor het maken van een serieus ontwerp met maquette door een architectenbureau denkt hij zo'n 60.000 dollar nodig te hebben), juist doordat de mix van kunst en sociaal engagement telkens in zijn nadeel uitpakt. Bovendien nekt het hem dat hij nauwelijks iets kan laten zien. ,,Ik ben ervan overtuigd dat er een heel bijzonder gebouw uit kan komen', zegt Strik. ,,Maar de meeste financiers schrikken terug omdat ze het project te conceptueel vinden, te groot, te ver weg. Terwijl ik denk: er zitten interessante technische aspecten aan, zoals de rubberen deuren die ik heb ontworpen tegen die gesloopte deurstijlen. En het is ook een bijzonder samenwerkingsproject tussen kunstenaars, architecten en medici. Wanneer zie je dat nou?'

Toch blijft de vraag in hoeverre je je kunstenaarschap min of meer misbruikt voor je engagement.

Strik: ,,Natuurlijk speelt dat een rol. Maar engagement is nooit een drijfveer van mijn kunstenaarschap geweest. Dat is eerder... onvrede. Onvrede met de wereld, met mezelf, met het feit dat ik doodga. Ik ben ook niet speciaal op zoek naar projecten waarin ik geëngageerd kan zijn. Ik heb ook een bierpaviljoen ontworpen, waarin je bier en urine naast elkaar door een gebouw zag stromen. Dus wat dat betreft...'

Als engagement in dat opzicht niet belangrijk voor je is, waarom ben je dan toch met het Tourette-project doorgegaan?

,,Dat had vooral te maken met mijn verbintenis met de tweeling. Ik ben drie weken met ze opgetrokken, heb al hun wel en wee meegemaakt, dan laat je ze niet zomaar zitten. Ik voel me toch een beetje moreel verplicht, ten opzichte van hen.'

Zit je dan met de vraag in hoeverre dit project ook goed is als kunstwerk?

,,Natuurlijk zit ik daarmee. Maar voor mezelf heb ik nu besloten dat het pas echt af is als het huis er staat. Dan kan het echt beoordeeld worden. Tot dat moment moet toch duidelijk zijn dat er genoeg artistiek interessante aspecten aan zitten. Er zit een ethische component aan, een esthetische, er zijn allerlei mensen bij betrokken – in die zin heeft het ook allerlei parallellen met een autonoom kunstwerk.'

Je zei dat je het engagement niet opzoekt. Maar je gaat bewust de confrontatie met de buitenwereld aan, terwijl je ook op je atelier zou kunnen blijven borduren.

,,Ik denk dat jij de sprong tussen de twee soorten werk te groot vindt. Voor mij gaan ze uiteindelijk allebei om het `overbruggen' van een afstand. In mijn borduurwerken probeer ik de afstand tussen de toeschouwer en het beeld te verkleinen door aan zo'n foto iets tastbaars toe te voegen, waardoor je manier van kijken verandert. Iets soortgelijks kun je ook zeggen van die sociale projecten: ik verander iets aan de wereld. En dat is al een oude traditie. Architecten als Le Corbusier, Louis Kahn of Rem Koolhaas maken wat mij betreft gewoon sculptuur. Wat Koolhaas heeft gedaan met die bibliotheek in Peking of Kahn in Bangladesh: die gebouwen zijn niet alleen bijzonder, de inhoudelijke betekenis van die gebouwen is immens.'

Maar zij kregen die projecten voor elkaar onder het kopje architectuur. Niet als kunst.

,,Ja, dat is zo, zeker. Daar zit ik niet mee. Maar of het mij zal lukken op dat gebied zulke dingen te bereiken... Toen ik begin twintig was woonde ik in Nijmegen. Toen heb ik twee keer een performance van Joseph Beuys meegemaakt. Dan deed-ie performances, social sculptures. Kwam hij binnen, met dat pakje aan, en die hoed op – elektriserend. Beuys kon sociaal iets teweegbrengen, hoe klein misschien ook.'

Is-ie daarin een voorbeeld?

,,In die zin dat hij aantoonde dat je als kunstenaar, naast je beeldende werk, je ook in sociale processen kunt begeven. Ik wil me niet met hem vergelijken, dat is aanmatigend, maar zijn inzet vond ik bijzonder. Beuys laat in ieder geval zien dat je als kunstenaar niet per se in isolement aan je beelden hoeft te werken. Dat je naar buiten kunt treden, mensen kunt helpen, beïnvloeden. Of het nu een hele groep is, of maar twee. Dat vind ik al een mooi streven.'

Berend Strik: Body Electric. T/m 12 april, Fries Museum, Leeuwarden. Di t/m zo 11-17u. Inl. 058-2555500 of www.friesmuseum.nl. Begeleidend boek `Body Electric', 128 p. Uitg. Valiz, €25,-

Berend Strik: Freestyle. T/m 28 feb in Galerie Fons Welters, Bloemstraat 140, Amsterdam. Di t/m zo 13-18u. Inl. www.fonswelters.nl

Gerectificeerd

Berend Strik

In het interview met de kunstenaar Berend Strik in het Cultureel Supplement van 23 januari stond niet vermeld dat het Tourette-paviljoen wordt ontworpen in samenwerking met het architectenbureau One Architecture.