Harding op dreef met KCO

In de parade van debutanten die deze maand langs het Concertgebouworkest trekt, is Daniel Harding (28) in veel opzichten de bijzonderste. Ondanks zijn leeftijd is hij een zeer ervaren dirigent, met een maximaal breed repertoire. En al zou hij naar eigen zeggen het programma met werken van Britten, Adès en Lutoslawski nooit als debuut hebben gekozen, in de kwaliteit van de uitvoeringen was dat geenszins hoorbaar.

Harding begon op 17-jarige leeftijd als protégé/assistent van Simon Rattle in Birmingham en werd op zijn twintigste assistent van Claudio Abbado bij de Berliner Philharmoniker. Thans is hij chef van het Mahler Chamber Orchestra, en daarmee is slechts een alinea uit zijn curriculum onthuld. Zenuwen bleken alleen uit twee bijna-struikelpartijen en een wat stroef openingsdeel van Brittens Four sea interludes (uit de opera Peter Grimes). Daarna herinnerde niets aan zijn debutantenstatus of het feit dat hij het leeuwendeel van het programma nog niet eerder dirigeerde. Er welden diepe orkestrale zuchten en nijdige rukwinden via Hardings diepgravende gebaren op in de Four sea interludes.

De Britse componist Thomas Adès (1971) is iets ouder dan Harding maar net zo'n onstuimig en succesvol talent. Zijn orkestwerk Asyla (1997) klonk wereldwijd al tachtig maal voordat het gisteravond door Harding aan het Concertgebouworkest werd geïntroduceerd. Flitsende vondsten in de ritmesectie refereren aan pop, jazz of Braziliaans carnaval, in ongewone instrumentaties (koebel, ontstemde piano) bloeien bizarre kleuren op. Maar in de mix van soepele lyriek en strakke vorm toont Adès zich ook een gerijpt symfonicus, wiens ideeën vloeien, maar nergens overstromen.

Goed gekozen was daarna het veel weerbarstiger Pianoconcert van Lutoslawski met Lars Vogt als solist. Vogt speelde met de adelaarsvisie van een dirigent en verloor zich ook in de poëtisch-impressionistische solopassages nooit lang in pralend spel, hetgeen juist in dit werk wonderwel werkte.

In spannende dialogen met de solist reageerde het energiek en oplettend spelend orkest uitstekend op Hardings steeds soepeler gebaren. En daarmee heeft hij zijn leermeester Rattle – die na een mislukt debuut bij het Concertgebouworkest nimmer terugkeerde – alvast op één puntje ingehaald.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniel Harding m.m.v. Lars Vogt (piano). Programma: Benjamin Britten: Four sea interludes; Thomas Adès: Asyla, op. 17; Witold Lutoslawski: Concert voor piano en orkest. Gehoord: 22/1 Concertgebouw, Amsterdam. Herh. 23/1 aldaar. Radio 4: 25/1, 14.15 uur.