Groeiende twijfels over reserves olieconcerns

De grote olieconcerns hebben de afgelopen jaren veel minder nieuwe reserves ontdekt dan hun officiële opgaven aan de beursautoriteiten suggereren. Dat blijkt uit een rapport van het gerenommeerde Britse adviesbureau Wood Mackenzie, waaruit de Amerikaanse krant The Wall Street Journal vandaag citeerde.

Eerder deze maand schokte Shell de financiële wereld met de mededeling dat het de schatting van zijn bewezen reserves met 20 procent had verlaagd.

Volgens berekeningen van Wood Mackenzie is het totaal aan nieuwe vondsten van de tien grootste westerse olieconcerns de laatste jaren van de vorige eeuw gestaag toegenomen tot een hoogtepunt van 13,05 miljard vaten (van 159 liter) in 2000. Daarna volgde een scherpe daling tot 4,02 miljard vaten in 2001 en 3,34 miljard vaten in 2002. De maatschappijen rapporteerden over de periode 1997-2002 echter een jaarlijkse groei van de bewezen reserves met minimaal 8 miljard vaten.

Over 2002 bedroeg de gerapporteerde toename 9,53 miljard vaten. Dat is bijna het drievoudige van de door adviesbureau Wood Mackenzie berekende 3,34 miljard aan vondsten, waarin behalve bewezen reserves ook nog `waarschijnlijke' zijn meegenomen. Het rapport wijt de discrepantie aan de formulering van de richtlijnen van de SEC. Van de Amerikaanse beurscommissie mogen maatschappijen reserves alleen boeken als ze denken dat de olie of het gas rendabel is te winnen. Daarom boeken bedrijven reserves van nieuwe vondsten gespreid over een aantal jaren.