Geharmoniseerde steun

De scheepsbouw in Europa maakt, een enkele werf daargelaten, zijn zoveelste moeilijke periode door. Werk is er te weinig en de concurrentie uit het Verre Oosten is immens. Dit zijn geen nieuwe ontwikkelingen. Al sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw is duidelijk dat voorheen machtige scheepsbouwnaties als Nederland, Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland zichzelf uit de markt prijzen met hun hoge lonen, die, onvermijdelijk, verrekend worden in de prijs van een schip. Het gevolg is een doorlopende sanering in deze bedrijfstak, die vroeger werk bood aan vele duizenden mensen en die een belangrijke bijdrage leverde aan het bruto nationaal product. De stand van zaken in West-Europa op dit moment is dat de werven die nog open zijn nauwelijks winst maken. Zijn ze wel rendabel, dan komt dat door verregaande specialisatie. De concurrentie uit onder andere Zuid-Korea was daar technisch minder goed toe in staat, maar ook dat is aan het veranderen. Gevolg: zelfs de gespecialiseerde werven hier verliezen terrein.

De slechtste manier om onrendabele scheepswerven toch aan het werk te houden is het verschaffen van overheidssteun. Zowel nationale overheden als de Europese Commissie zijn zich hiervan bewust, maar handelen er te weinig naar. In Nederland was 25 jaar geleden de ondergang van het wervenconglomeraat Rijn-Schelde-Verolme, door het rijk met honderden miljoenen overeind gehouden, een keerpunt in industrie en politiek. RSV ging failliet en er was een parlementaire enquête voor nodig om aan te tonen dat overheidssteun weggegooid geld is. In Nederland noch in andere EU-landen – laat staan in Japan en Zuid-Korea – werd de steun helemaal afgeschaft. Sterker, er blijven in de EU onderling ernstige vermoedens bestaan van `illegale' staatssteun, die oneerlijke concurrentie in de hand werkt.

Dat is ook nu weer het geval. Spanje wordt hiervan beticht, hoewel bewijzen ontbreken. Met de steun aan de scheepsbouw in de EU is het net als met de visserij: er zijn regels genoeg, maar lang niet iedereen houdt zich eraan. De Europese Commissie wil nu de (tijdelijke) steunregelingen voor werven tot 2005 verlengen om de oosterse concurrentie het hoofd te bieden. Dit is een oplossing van pappen en nathouden en om die reden ongewenst. Het is beter om binnen de EU waterdichte, controleerbare afspraken te maken die uitgaan van terughoudendheid met steun. Als deze toch verleend moet worden – soms kan dat niet anders – dan uitsluitend `EU-geharmoniseerd': overal in de Unie hetzelfde. Dat komt de helderheid ten goede en jaagt de echte en niet de valse concurrentie aan.