Geen satire over Thaise koning

Koningin Beatrix bracht deze week een staatsbezoek aan Thailand. Een land waar grappen over de koning verboden zijn. Zijn dochter herinnert zich het fietsje dat ze van Juliana kreeg.

Er was eens, vierhonderd jaar geleden, een officiële delegatie van de koning van Siam, het land dat nu Thailand heet, naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. ,,Deze missie had de enigszins eigenaardige opdracht om uit te zoeken of Nederland wel echt bestond'', vertelde koningin Beatrix haar gastheer, koning Bhumibol, tijdens het staatsbanket afgelopen maandag – de eerste dag van haar bezoek aan Thailand.

,,Boze tongen hadden namelijk het gerucht verspreid dat de Nederlanders slechts piraten waren die op een aantal eilanden in de noordelijke zeeën woonden.'' Maar de delegatie uit Siam ontmoette in de republiek stadhouder prins Maurits, zag Amsterdam en maakte kennis met de koopmannen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. ,,Het bestaan van ons land was hiermee kennelijk voldoende aangetoond, want het is later nooit meer ter discussie gesteld.''

In 1604 was het eerste officiële contact tussen de twee landen: een bezoek van VOC-functionarissen aan de koning van Siam. In haar tafelrede maandag ging koningin Beatrix uitgebreid en met veel historische details in op het feit dat beide landen al 400 jaar relaties onderhouden. De Thaise koning Bhumibol – die in eigen land als filosoof geldt – stelde daar een summier dankwoord tegenover. Kern van het verhaal – en dat drie keer herhaald – was dat beide landen elkaar inderdaad vierhonderd jaar kennen.

Kritiek op de toespraak van de koning zou in Thailand zelf ondenkbaar zijn. Grondwettelijk is zelfs vastgelegd dat de koninklijke familie niet beledigd mag worden – veiligheidshalve spreken veel Thai dan ook liever niet over hun alom diepgerespecteerde vorst. Een groot verschil met koningin Beatrix, die in eigen land net een debat achter de rug heeft over satire over het koninklijk huis. Een debat dat volgens haar het stadium van gezeur al lang geleden heeft bereikt. Dat zei ze deze week tegen de Nederlandse pers, een beroepsgroep, zo grapte ze, waar ze meer last van heeft dan van cabaretiers en kleipoppetjes.

Het staatsbezoek aan een als bijna goddelijk vereerde koning, toont wel meer verschillen tussen de koningshuizen. In Azië is een koning of sultan een vaderlijke figuur die nodig is om het land bij elkaar te houden. Soms grijpt de koning in op het gebied van wetgeving: tot enorm gezichtsverlies van de regering stuurde Bhumibol eind vorig jaar voor het eerst een wet terug in plaats van deze gewoon te tekenen. De verering van de vorst is een onder de Thaise bevolking een belangrijk bindend element. In elk huis hangt zijn portret. Zo hoog mogelijk, want de koning is `Prachao Yu Hua', de heer boven je hoofd.

Niemand weet het zeker, maar het lijkt erop dat de huidige koning van Thailand niet veel op heeft met die dweperij. Zo zou hij naar verluidt een voorkeur hebben om te worden opgevolgd door zijn dochter Maha Chakri Sirindhorn – de gewoonste vrouw van Thailand. Wachtend in de brandende zon op koningin en prins Willem-Alexander, praatte ze onbevangen over haar eerste fietsje, dat ze in 1963 van koningin Juliana kreeg tijdens haar staatsbezoek aan Thailand. ,,Andere kinderen rijden nu met dat fietsje door het paleis. Ik kon zonder handen rijden. Meestal ging dat goed.''

De aanwezigheid van Nederlanders in Thailand in de afgelopen eeuwen is op verschillende plekken nog zichtbaar. Zo wordt in Ayutthaya, de oude hoofdstad van Siam, nu een VOC-factorij opgegraven. Dat was de eerste plek waar Nederlanders in Thailand woonden.

Tweehonderd kilometer naar het westen, stierven ruim drieduizend Nederlanders. Krijgsgevangenen die in de Tweede Wereldoorlog door de Japanners gedwongen werden in recordtijd mee te bouwen aan de 442 kilometer lange Birma-spoorlijn. Naar schatting 300.000 krijgsgevangen en dwangarbeiders uit onder andere het toenmalige Nederlands-Indië, hebben aan de spoorlijn gewerkt. Ten minste eenderde kwam om door ziekte, ondervoeding en uitputting.

De 84-jarige voormalig dienstplichtig militair Sjoerd Wiersma was een van de 15.000 Nederlanders die de ontberingen overleefde. Hij mocht in het museum van de Birmalijn in Kanchanaburi, vlakbij de Birmese grens, zijn verhaal aan koningin Beatrix vertellen. ,,Ik was, zoals iedereen, letterlijk vel over been en had altijd zweren op mijn achterwerk van de schaamlap die ik droeg – bijna mijn enige bezit. Dan borstelde de dokter die zweren tot bloedens toe en moest je daarna gehurkt in de rivier gaan zitten, zodat de vissen het slechte spul konden wegeten. Je werd hard, een beest eigenlijk. Maar nu, vandaag, geeft het wel heel veel voldoening dat ik dit de koningin heb kunnen vertellen. Al was het dan maar in vijf minuten.''