De kapitalist van de toekomst

Pensioen is duur, merkt Philips, dat de kosten met factor 250 ziet stijgen. Philips is een barometer voor Nederland als renteniersland.

De vergrijzing is onvermijdelijk, de enige vraag is wie de rekening betaalt. `Officieel' begint het in 2010, wanneer de eerste na-oorlogse baby-boomers met pensioen gaan, maar de prijs van uw pensioen is nu al de inzet van harde onderhandelingen.

Philips Nederland praat bijvoorbeeld al tien maanden met vier vakbonden over een rigoreuze wijziging van de pensioenregeling, over de premie, over de beleggingen en over de relatie tussen pensioenfonds en Philips.

De inzet is hoog. Philips zelf ziet zijn pensioenkosten in Nederland met de factor 250 toenemen, naar 250 miljoen euro. En dat is dan, als het aan de bonden ligt, alleen nog maar een bodem. Philips betaalt de volledige pensioenpremie voor zijn werknemers. Overigens merkt het Philips-concern van de prijsexplosie weinig, dankzij het gebruik van Amerikaanse boekregels.

De uitkomst bij Philips zal richtinggevend zijn voor andere concerns. Niet alleen heeft Philips, nog steeds, een zekere traditie als sociaal-economische barometer. Het bedrijf was ooit de grootste particuliere werkgever van Nederland, een industrieel bastion. Met de voortgaande transformatie van Nederland naar een zorg- en diensteneconomie, is Philips zijn leidende rol kwijtgeraakt.

Maar het Philips Pensioenfonds is nog steeds het grootste pensioenfonds (ruim 12 miljard euro vermogen) dat aan een individuele onderneming is gelieerd. En het fonds is, door alle reorganisaties bij Philips, zelf getransformeerd tot een voorloper van de vergrijzing. Het fonds verzekert (stand eind 2002) 37.485 werknemers, 56.597 gepensioneerden en 45.196 ex-werknemers, die geen premie meer betalen.

Philips vertolkt met zijn cao-inzet het gevoelen onder werkgevers. Zij zijn door de sluipende beurskrach en de lage rente hardhandig herinnerd aan het feit dat pensioen de duurste secundaire arbeidsvoorwaarde is. In een stagnerende economie moéten ondernemers stijgende pensioen- en loonkosten wel bevechten.

De trend is zichtbaar bij de toch tamelijk winstgevende geldgiganten die werknemers willen laten meebetalen aan hun pensioen. De trend is zichtbaar bij de overheid, de grootste werkgever, die een maximum stelt aan de pensioenpremie die zij wil betalen. Gevolg: pensioen versoberd.

Philips genoot in de jaren negentig van de ongeëvenaarde beleggingswinsten van het pensioenfonds, maar wil de zaak nu omdraaien. Toen kreeg Philips, reglementair overigens, meer dan 1 miljard euro van `zijn' pensioenfonds.

Nu wil Philips de banden met het fonds zoveel mogelijk doorsnijden: de werkgever betaalt pensioenpremie, het fonds moet de gelden beleggen en uitkeren, maar zonder verdere (impliciete) garanties van Philips bij onverhoopte tekorten van het fonds. VendexKBB sloot eind vorig jaar een vergelijkbaar akkoord met de bonden.

Philips zegt de ommezwaai te maken vanwege nieuwe Europese boekhoudregels, die ondernemingen dwingen om de overschotten of tekorten van een gelieerd pensioenfonds in hun eigen resultaten te verwerken. Philips vreest, zoals het hele bedrijfsleven, dat beleggers zullen schrikken van de fluctuaties van de pensioenkosten op winst en bedrijfsbalans.

De voor- en nadelen voor Philips zijn duidelijk: het pensioenfonds verandert van naaste familie in een verre neef, de onvermijdelijke premieverhoging is de prijs voor verder geen gedoe. Maar gepensioneerden vrezen met grote vreze: hun Philips pensioenfonds moet meer dan ooit met zijn beleggingen het geld verdienen voor hun pensioen en de jaarlijkse verhoging met de inflatie (indexatie). De afgelopen jaren presteerde het fonds echter slecht als belegger.

De vakbonden, die in tegenstelling tot de gepensioneerden, wel een cao-partij zijn, hebben begrip, maar willen zekerheden. De bonden erkennen dat de daling van het aantal werknemers vergaande gevolgen heeft: premies moeten schrikbarend stijgen om een eventuele pensioentekorten op te lossen. Hoe meer Nederland vergrijst, hoe botter de premies worden als instrument om de pensioenen te betalen, hoe meer de `renteniersnatie' leunt op haar geld.

Toen grote ondernemingen ook de lusten genoten van `hun' pensioenfonds waren aandelen hun favoriet, vanwege het superieure rendement. Nu werkgevers vooral lasten hebben en geen lusten, kunnen zij wel eens schrikken van de hoge aandelenrisico's. Leve effecten met een vaste rente. Daarom willen de bonden zeggenschap over de beleggingen. Werknemers en gepensioneerden worden fans van aandelen: het lijkt hen een onontkoombare voorwaarde voor betaling van hun jaarlijkse indexatie.