De dirigent van voren

`Ik vind het een ramp dat jij hier rondloopt.' Met deze woorden verwelkomde Mariss Jansons muziekjournalist Roland de Beer op zijn verjaardagsfeest afgelopen jaar. De Beer was ongenode gast op het grootse gala dat Jansons vorig jaar ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag aangeboden kreeg door het Pittsburgh Symphony Orchestra. Jansons, die dit jaar aangesteld wordt als chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest, wenste niemand te woord te staan `en al helemaal niet iemand uit Amsterdam'. Het citaat tekent de ondernemingslust en nieuwsgierigheid van De Beer. Zijn bezoek resulteerde in een prachtig verhaal.

De Beer heeft de afgelopen jaren verschillende dirigenten die een belangrijke rol speelden in het Nederlandse muziekleven verscheidene malen uitvoerig gesproken voor de Volkskrant. Hij sprak Bernard Haitink op twee beslissende momenten in diens leven. Eind 1986 in het Royal Opera House Covent Garden waar zijn music directorship op stapel stond, terwijl zijn chefschap bij het Concertgebouworkest wankelde. En in 1988 kort voor zijn laatste optreden met het Concertgebouworkest.

Telkens wanneer De Beer weer een gesprek aan zijn serie toevoegde, wilde je graag nog eens terugbladeren naar een van de voorgaande interviews. De bundeling Dirigenten is daarom uitermate welkom. Het boek biedt veertien sprankelende portretten van onder andere Simon Rattle, Edo de Waart, Hans Vonk, Yakov Kreizberg en Mstislav Rostropovich, voorzien van beknopte inleidingen en afgesloten met een curriculum vitae en een lijstje met de voornaamste cd-opnames.

Aangrijpend is het levenspad van de Oost-Duitse Hartmut Haenchen. Hoe hij achtervolgd werd door de Stasi, ook tijdens zijn Amsterdamse jaren. Hoe hij vanaf 1986 drie uitgebluste Nederlandse orkesten wist samen te smeden tot het Nederlands Philharmonisch Orkest, waarna hij in 2002 met spijt in het hart besloot het orkest te verlaten vanwege bezuinigingen in het Kunstenplan van staatssecretaris R. van der Ploeg.

We maken kennis met Riccardo Chailly boordevol enthousiaste plannen in 1988 ten tijde van zijn aanstelling als chef-dirigent van het Concertgebouworkest. In 1999 aan de vooravond van zijn eerste Matthäus en drie jaar later, kort nadat zijn overstap naar Gewandhausorkest en Opera van Leipzig in maart van dit jaar bekend werd.

Soms zijn de interviews die De Beer maakt relatief kort, maar dat doet aan de diepgang niet af. Het fraaie portret van de `Duitse' Christian Thielemann lijkt maar op een paar gesprekken gebaseerd. En voor het meeslepende levensverhaal van Willem Mengelberg had De Beer niet meer nodig dan gedegen kennis, goede oren, een scherp opmerkingsvermogen en een reisje naar het voormalige buitenhuisje van de maestro in Zwitserland.

Miniem minpunt is de fletse afdruk van de foto's. Dat had beter gekund. Maar Dirigenten is een prima kennismaking met de beroemdste en beste dirigenten van onze tijd. Zowel de ingewijde muziekliefhebber als de gewone luisteraar en lezer die de dirigent meestal van een afstand en op de rug bekijkt, zal dit boek met plezier lezen.

Roland de Beer: Dirigenten. Meulenhoff/de Volkskrant, 175 blz. €10,–