Constant (2)

Constant zegt in het Cultureel Supplement van 16 januari dat ik geschreven zou hebben dat hij geroyeerd werd uit de Situationistische Internationale. Nu hij deze bewering in het openbaar doet, wil ik hier in het openbaar op reageren. Dit heb ik nooit geschreven, zie mijn boek Cobra, waar staat ,,[..]de Situationistische Internationale, waar Constant tot in 1960 bij betrokken zou zijn''. In de herziene uitgave van dit boek ging ik iets dieper in op Constants latere ontwikkeling. Daarin schrijf ik o.a.: ,,Debord wenste niet dat er voor het spel een definitieve vorm werd voorgesteld. Hoewel de voornaamste preoccupatie van het blad (Internationale Situationniste) van zijn beweging zonder meer de architectuur van de toekomst genoemd moet worden, was toch een concrete situationistische architectuur voor hem iets ondenkbaars. Halverwege 1960 trad Constant dan ook uit de beweging.'' Daarbij baseerde ik mij op het boek van Mark Wigley, Constant's New Babylon. The Hyper-Architecture of Desire, Rotterdan, 1998, p. 20. Wat de latere ontwikkeling van Constant betreft kon ik niet meer zijn totale archief doornemen (zoals ik dat ook niet kon voor de latere ontwikkeling van bijvoorbeeld een kunstenaar als Asger Jorn), dan zou ik mijn boek nooit hebben kunnen voltooien.

Het doet mij verdriet dat Constant mij op een dergelijke manier benadert. Ik heb een heel fijne herinnering aan de periode dat ik uitgebreid gesprekken met hem mocht voeren in zijn huis aan de Henri Polaklaan en zijn archief aldaar kon doornemen. Ik bracht hem als basislegger en een van de meest belangrijke figuren van Cobra naar voren in mijn boek, waarvoor ik aanvankelijk veel waardering van hem kreeg. Ik hoop dat hij nu zo vriendelijk wil zijn de tekst daarvan nog eens nader te bestuderen.