Cie-Blok laat rol van multiculturalisme liggen

Geen enkele conclusies of aanbeveling in het rapport van de Commissie-Blok verwijst naar de rol van het multiculturalisme bij de gebrekkige integratie van immigranten (NRC Handelsblad, 19 januari).

Dat is vreemd, want de invloed van die ideologie is groot geweest, zowel op de omvang van de immigratie als op de mate waarin nieuwkomers geacht werden zich aan te passen aan de algemene manier van doen en denken in dit land. Optimisme dat het experiment in multicultureel samenleven zou leiden tot een betere maatschappij overheerste het debat, voorzover daar althans sprake van was.

Het multiculturalisme werd gesteund door een sociaal stelsel dat economische integratie onnodig maakte, terwijl maatschappelijke en culturele integratie als assimilatiedwang werd afgewezen en ontmoedigd.

Met voorspelbaar gevolg. In een `multiculturele samenleving' is immers geen sprake (meer) van een dominante samenlevingscultuur die algemeen wordt erkend als gemeenschappelijk maatschappelijk richtsnoer en die dienst doet als sociaal bindmiddel tussen burgers en bevolkingsgroep. Denk aan Irak. Desintegratie van de maatschappij langs religieuze en etnoculturele scheidslijnen is dan onvermijdelijk.

De Commissie-Blok heeft kennelijk niet gekeken naar de motor achter de desintegratie.

Er zal dus een apart onderzoek moeten komen naar de manier waarop het streven naar een multiculturele samenleving een centrale politieke doelstelling heeft kunnen worden, zónder enige democratische legitimatie en ook zonder dat daarvoor voldoende maatschappelijk draagvlak aanwezig was.

De multiculturalistische samenlevingsideologie moet met zoveel woorden failliet en dood verklaard worden, zodat wij ons weer gezamenlijk kunnen gaan wijden aan de wederopbouw van een harmonieuze, verlichte en beschaafde samenleving waarvan het publieke domein niet wordt gespleten langs geïnstitutionaliseerde religieuze en etnoculturele scheidslijnen. Allochtonen kunnen dan eindelijk protesteren tegen die stigmatiserende betiteling en zich als Nederlanders aangesproken gaan voelen als het over `wij' en `ons' gaat.

Misschien verdwijnen dan ook de aanhalingstekens die onze opinieleiders de laatste jaren steeds bij die woorden plaatsen.