Anand doet goede zaken ondanks een lastige loting

Al na achttien zetten had Vishy Anand in de tiende ronde van het Corus schaaktoernooi het resultaat binnen waar hij vooraf voor getekend had. Michael Adams erkende dat hij niets tastbaars had bereikt met het voordeel van de witte stukken. Bovendien voelde de Engelsman zich verkouden en zwakjes, zodat het hem onwaarschijnlijk leek dat dit een dag was om de koploper aan het wankelen te brengen. Nadat de gezamenlijke analyse ook weinig tijd in beslag had genomen, stelde Anand monter: ,,Vier achter de rug en nog eentje te gaan.''

Dat klonk cryptisch, maar hij wilde zeggen dat hij ondanks een lastige loting goede zaken doet. De overmacht van Anand, die een vol punt voorsprong behield op Adams en Leko, wordt steeds indrukwekkender als je naar zijn speelschema kijkt. In zeven van de dertien ronden speelt hij met zwart en liefst vijf van die zwartpartijen mag hij verdedigen tegen directe concurrenten uit de top van de wereldranglijst. Leko, Svidler, Kramnik en Adams heeft hij gehad. Alleen Topalov wacht hem nog zondag. Daar hij verder nog wit heeft tegen Timman en de kwakkelende Sokolov, valt het te begrijpen dat de Indiër opgewekt naar zijn hotel terugwandelde.

Voor de Nederlanders was het een matige ronde. Jan Timman gebruikte de voorzet om tegen Vladimir Kramnik een solide stelling op te bouwen die de Rus geen reële aanknopingspunten bood. Nuchter en eerlijk concludeerde Timman: ,,Het stelde allemaal niet zoveel voor, maar daar leek me in dit geval niks mis mee.'' Ivan Sokolov deed wel degelijk zijn best om meer dan een half punt binnen te halen tegen Zhang Zhong. Aan zijn ambities twijfelde niemand, maar toch slaagde hij er niet in om de Chinese nieuwjaarsgevoelens van zijn tegenstander te bederven.

Het slechte nieuws kwam van Loek van Wely, die voor de rustdag met een fraaie overwinning op Adams eindelijk op stoom leek te komen. Spelend met wit raakte hij al snel aan het zwalken en nog voor de dertigste zet keek hij tegen een hopeloze stelling aan. Tegenstander Victor Bologan had een hard oordeel: ,,Hij kwam in de problemen en wist die niet op te lossen.'' Van Wely zelf wilde wat hem overkomen was iets minder simplistisch zien en legde uit waarom hij in de meeste van zijn partijen voor zijn doen als een grijze muis speelt. ,,Het is misschien lullig voor mijn fans, maar ik wil hier zo weinig mogelijk risico nemen. Het enige wat telt is het resultaat.'' Daarmee bedoelde hij in ieder geval een resultaat dat afwijkt van de ellende die hem de afgelopen jaren in Wijk aan Zee overkwam. ,,Eigenlijk probeer ik de aanpak van mensen als Leko te kopiëren. Die haalt altijd een positieve score door met zwart op de been te blijven en met wit voorzichtig zijn kansen te nemen.'' Om er meteen aan toe te voegen: ,,Maar zo'n aanpak is niet overtuigend als je partijen met wit begint te verliezen.'' De oorzaak van die sof wilde hij ook wel verklaren. Tijdens zijn trainingskamp met secondant Vladimir Chuchelov hadden ze eerst aan zijn zwartrepertoire gewerkt: ,,Dan ben je al defensief ingesteld. En aan mijn witte voorbereiding zijn we nauwelijks toegekomen. Dus toen Bologan een opening koos die hij nog nooit had gespeeld, probeerde ik hem te verrassen met een zijvariant. Alleen was ik in die zijvariant niet goed thuis.''

Nee, dan voerde Evgeni Barejev, zij het dan met zwart, de strategie van Van Wely beter uit. De Rus strafte met rustig spel een onbesuisde actie van Veselin Topalov af. Vervolgens doceerde Barejev: ,,Zo moet je spelen. Rustig op remise aansturen en wachten tot Topalov gekke dingen gaat doen.''