Wees niet al te voldaan

Waarden moeten een eigen plaats krijgen in het debat, meent Robin van den Akker

Vorige maand hielden Hans Kribbe en Luuk van Middelaar in deze krant een pleidooi tegen de zinloze discussie aangaande `normen en waarden'. Volgens hen zou het slechts moeten gaan over de normen en niet over de als overbodig veronderstelde waarden. Het is goed dat wordt geprobeerd om structuur aan te brengen in het inderdaad overbodige normenenwaarden-debat. Waarden verschillen wezenlijk van normen en dienen dan ook een verschillende positie in deze discussie in te nemen. Maar volgens de auteurs maakt een `minimum aan analyse' al snel duidelijk dat er geen plaats voor waarden is binnen het debat. In naam van de moraalfilosoof Immanuel Kant wordt zelfs beweerd dat er van waarden geen enkel `sociaal heil' te verwachten valt.

Het probleem is dat Kribbe en Van Middelaar het normenenwaarden-debat minimaal hebben geanalyseerd en tevens de geschriften van de zo geprezen Immanuel Kant hebben gesimplificeerd. Zij verwijzen in hun betoog naar Idee zu einer allgemeinen Geschichte in weltbürgerlicher Absicht waar Kant zijn ideeën omtrent het individuele verlangen naar vrijheid en het verloop van de geschiedenis uiteenzet. Elk individu kent het verlangen naar vrijheid. Maar zoals eerder gezegd: vrijheid kan niet gevonden worden in anarchie.

Het besef dat men elkaar nodig heeft om vrij te zijn, wordt volgens Kant zichtbaar in de ontwikkeling van de natiestaat, waarin wettelijke normen de vrijheid van ieder individu garanderen. Zo vonden begin negentiende eeuw de waarden van de Verlichting neerslag in de Amerikaanse en Franse grondwetten.

Begin jaren negentig van de vorige eeuw verscheen Het einde van de geschiedenis en de laatste mens. Hierin stelt Francis Fukuyama dat de westerse liberale democratie vervolmaakt is en dat zodoende het einde van de geschiedenis is bereikt. In de liberale democratie zijn de garanties (in de zin van normen) voor individuele vrijheid immers optimaal. Daarom kan de door waarden gevoede discussie aangaande richting en koers van de samenleving worden gestaakt. Het lijkt erop dat Kribbe en Van Middelaar aansluiting vinden bij deze these. Zij stellen immers ook dat het waardendebat kan worden gestaakt. Het zou slechts gaan om de handhaving van de normen.

Het mooie en tegelijkertijd sterke aan de Kantiaanse geschiedfilosofie is de ontkenning dat dit daadwerkelijke eindpunt van de geschiedenis ooit zal plaatsvinden. Natuurlijk schetst Kant in zijn theorieën een perfecte organisatie van de samenleving als eindpunt van de geschiedenis. Maar dit eindpunt is veeleer een utopie. Een doel waar slechts naar gestreefd kan worden.

De dynamiek die ontstaat door het verlangen naar het ideaal, naar bepaalde waarden, bepaalt uiteindelijk welke normen geaccepteerd en welke veranderd moeten worden. Met andere woorden; die dynamiek bepaalt hoeveel bewegingsruimte men krijgt om bepaalde waarden na te streven.

Het valt Kribbe en Van Middelaar nauwelijks te verwijten dat zij waarden buiten het debat willen houden. Zij zijn immers ook slachtoffer van de zelfgenoegzaamheid waar ze zo over klagen. Denken dat het einde van de geschiedenis is bereikt en dat onze normen zo geperfectioneerd zijn dat ze slechts gehandhaafd moeten worden, maakt dat je voldaan achterover kunt gaan zitten. Maar het is precies deze zelfvoldane houding die ten grondslag ligt aan het zogenaamde verval van onze normen.

Zonder een apostel te willen zijn voor de dorpse moraal of het vettig intellectualisme waar beide heren zo op afgeven, zou ik toch willen pleiten voor een plaats voor waarden in dit actuele debat. Alleen waarden kunnen de zelfgenoegzaamheid breken en weer richting en doel geven aan onze stuurloze maatschappij.

Robin van den Akker is student Geschiedenis aan de Erasmus Universiteit